Ontslag op staande voet – deel 3

Tekenkamer tralies 3aNa mijn ontslag op staande voet was mijn eerste prioriteit het rond krijgen van de bewijzen. Hiermee zou ik bij de rechter kunnen aantonen dat Von Gahlen in gebreke was gebleken en mij geen blaam trof. Wanneer je slachtoffer bent van een misdrijf, dan zal de politie onderzoek gaan doen en door middel van verkregen bewijzen proberen aan te tonen wat er (werkelijk) is gebeurd. In mijn geval was volgens de wet geen sprake van een misdrijf gepleegd door Von Gahlen, hoewel ik zelf van mening ben dat de directie van Von Gahlen zijn machtspositie had misbruikt en mij had mishandeld. Mishandeling is volgens de wet een strafbaar feit. Gezien mijn avontuur zo ongeloofwaardig was, de Arbeidsinspectie mij niet te hulp kwam en DAS Rechtsbijstand van mening was dat ik gewoon aan het werk had moeten gaan, waarom zou de politie dan van mening zijn dat hier sprake zou zijn van mishandeling? Bovendien is de politie in het leven geroepen om de aristocratie te dienen en zeker niet een proletariër uit het volk. De politie of recherche heeft dwangmiddelen om bewijzen voor een strafzaak rond te krijgen. In mijn geval had Von Gahlen de beschikking over de bewijzen en ik niet. Ik had geen dwangmiddelen om in het bezit te komen van deze bewijzen, terwijl wetgeving voor dit probleem eenvoudig een oplossing zou kunnen geven. Ik diende dus zelf voor zover mogelijk de bewijzen te verzamelen, terwijl ik daarvoor geen dwangmiddelen tot mijn beschikking had. Hierdoor was ik volledig afhankelijk van de welwillendheid van derden. Vele slachtoffers die reeds met het zogenaamde rechtssysteem te maken hebben gehad, kunnen hierover meepraten.

Na diverse malen met de Gemeente Zevenaar te hebben gebeld, waarbij ik niet als een zeurkous over wilde komen, kreeg ik dan toch kort na 19 november 2007 mijn eerste bewijs binnen. De Gemeente Zevenaar had mij een kopie toegestuurd van een brief die zij aan Von Gahlen hadden gestuurd. Het onderwerp van de brief aan Von Gahlen was: vooraankondiging dwangsom strijd Bouwbesluit 2003. Deze brief was opgesteld naar aanleiding van een bouwkundige inspectie, die op 25 oktober 2007 door de heer Freeke van de afdeling Handhaving was uitgevoerd. Ik nam de brief minutieus door en zag dat de Gemeente Zevenaar foute uitgangspunten voor de berekeningen had genomen ten aanzien van de ventilatie. Tevens gaven zij aan dat de berekening een benadering was en dat zij in het voordeel van de hoeveelheid ventilatie een ruime marge hadden ingebouwd. Deze fouten kon ik de Gemeente Zevenaar niet kwalijk nemen, want de brief was door iemand opgesteld die rechten had gestudeerd. Desalniettemin was deze brief heel belangrijk voor mij! Enkele belangrijke passages uit deze brief van 19 november 2007 heb ik hieronder weergegeven:

“Volgens onze inzichten voldoet de ventilatievoorziening die aanwezig is op de tekenkamer, niet aan de minimale eis die is opgenomen in het Besluit. Hierdoor handelt u in strijd met de Woningwet.”

“Door middel van een ventilatieberekening moet u aantonen dat de benodigde capaciteit wordt behaald.”

“Deze tekenkamer is in 2005 verbouwd en vergroot, waarvoor op 7 juli 2005 een bouwvergunning is afgegeven. In de bouwvergunning is als aanvullende eis opgenomen dat drie weken voor aanvang van de bouw nog het type toe te passen mechanische ventilatie-unit, inclusief de certificering of productinformatiebladen ter goedkeuring bij ons ingediend moesten worden. Wij hebben de informatie tot op heden niet mogen ontvangen.”

Bij de brief van de Gemeente Zevenaar had ik ook nog een kopie ontvangen van een intern controlerapport naar aanleiding van de bouwkundige inspectie. Hierin stond onder meer:

“Vandaar dat er beveiligingsroosters aangebracht zijn tpv de ramen. Hierdoor kunnen de draai-kiep ramen niet meer gebruikt worden. Volgens de heer Tomesen is de situatie binnen 1 maand opgelost.

Ik heb de heer Tomesen aangegeven dat ventilatie op grond van het bouwbesluit fijn regelbaar moet zijn. Hiervoor is een draai-kiepraam niet geschikt.”

De heer Tomesen, de technisch directeur bij Von Gahlen, was dus naar aanleiding van het bezoek van de Gemeente Zevenaar op de hoogte gesteld, dat de ventilatie op de tekenkamer niet voldeed aan de wettelijke voorschriften. Bovendien gaf hij dit impliciet toe door te zeggen dit gebrek binnen een maand zou worden opgelost. In mijn ontslagbrief van 12 november 2007 werd door de algemeen directeur Henk Duiker ontkend dat de ventilatie op de tekenkamer niet voldeed aan de wettelijk gestelde voorschriften. Blijkbaar vond de directie het bij Von Gahlen het ook nog nodig om leugens te verkondigen. Helaas zou het niet bij deze enkele leugen blijven en werd voor mij maar weer eens bevestigd, dat het dragen van een net pak en het rijden in een netjes gewassen auto geen garantie was voor eerlijk en integer gedrag. U zult wellicht begrijpen dat het voor u onleesbaar wordt om mijn complete avontuur met het gehele dossier over deze zaak in deze serie artikelen te beschrijven, zodat ik niet alle leugens aan bod zal laten komen. Ik wil u immers uiteindelijk laten zien hoe het rechtssysteem werkelijk “functioneert” in “onze” zogenaamde westerse beschaafde maatschappij en hoe passief veruit het merendeel van de mensheid is. Ik probeer dan ook voornamelijk de rode draad van dit hele conflict te beschrijven.

In november kreeg ik nog een brief van Von Gahlen. Het bleek het verslag te zijn van het gesprek op 25 oktober 2007. Dit verslag zou door Theo, de manager van de tekenkamer, moeten zijn geschreven, want hij was de notulist geweest bij dit gesprek. Het bleek, dat de envelop van het verslag dezelfde datum had, als de datum waarop het verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de rechtbank was ontvangen (19 november 2007). Dit betekende, dat het gespreksverslag later was verstuurd, dan dat het verzoekschrift was opgestuurd aan de rechtbank. Waarom had dit zo lang op zich laten wachten? Moest de door Von Gahlen ingehuurde advocaat soms eerst de inhoud van het gespreksverslag aanpassen? Waarom was het gespreksverslag niet ondertekend? Dat was ik niet gewend van Theo. Nadat ik het verslag had doorgenomen, bleek het geen juiste weerspiegeling was van de wijze waarop het gesprek was verlopen en wat er inhoudelijk was gezegd. Ik had ten aanzien van dit verslag dan ook vier opmerkingen geplaatst in mijn verslag of pleitnota voor de rechtbank. Hoewel alle vier de opmerkingen interessant waren, wil ik graag hieronder onderwerp van één opmerking met u delen. De opmerking ging over het bekijken van een alternatieve werkplek, dat tijdens het gesprek aan de orde was gekomen.

Nadat ik werd verweten dat ik als enige werknemer op de tekenkamer lichamelijke klachten had en daarom een werkplek aan mij in een andere ruimte niet werd aangeboden, opperde ik dat met betrekking tot de luchtkwaliteit niet iedere plek op de tekenkamer hetzelfde was en ook ieder lichaam anders in elkaar zat. De heer Bleeker begon op dit moment voor het eerst naar mijn klachten te vragen en kwam direct daarna met het voorstel om van werkplek te ruilen met een andere werknemer op de tekenkamer. Ik gaf aan dat ik dit wel wilde proberen, maar dat dit geen garantie was voor een oplossing van het probleem. Jaap Duiker gaf hierop wederom een grote mond tegen mij. Wat Jaap op dat moment zei, weet ik niet meer en zal dan inhoudelijk ook niet interessant zijn geweest. Ik was het in ieder geval zat dat alle “goede wil” wederom van mijn zijde moest komen en dat deze “goede wil” nog met een grote mond werd beloond ook. Ik had geen zin om weer het risico te lopen hoofdpijn te krijgen, waarbij ik nog altijd in een slecht geventileerde omgeving zou zitten, die niet bevorderlijk was voor de gezondheid en bovendien niet prettig was om in te werken. Ik kwam daarom op mijn eerdere toezegging terug en wilde alleen nog een werkplek accepteren met voldoende ventilatie. Jaap zette hierop weer een grote mond en zei dat hij mij ook niet meer een alternatieve werkplek zou aanbieden. Ik moest gewoon aan het werk op mijn huidige werkplek. Ook maakte Jaap het mij indirect duidelijk dat hij van mij als werknemer af wilde.

Wat nog opmerkelijk was, dat de allereerste brief, die ik tijdens dit geschil van Von Gahlen had ontvangen, was gedrukt op Von Gahlen briefpapier. De rest van de correspondentie was gedrukt op briefpapier van Duinrand, waar ik volgens mijn arbeidsovereenkomst in dienst was. Hieruit viel meteen af te leiden dat Von Gahlen in het beginstadium van het arbeidsconflict mijn arbeidscontract had bekeken! Dit zou alleen maar van nut zijn geweest indien Von Gahlen vanaf dat moment het doel had mijn arbeidscontract te laten ontbinden.

Het zou dus hoe dan ook een rechtszaak worden en ik was nagenoeg klaar met mijn pleitnota voor een rechtszaak. Net voordat ik mijn verhaal ter beoordeling wilde voorleggen aan een advocaat, kwam er rond 28 november 2007 een dikke enveloppe in mijn brievenbus, verzonden door de Rechtbank te Arnhem. Hierin bleek een verzoekschrift tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst te zitten, opgemaakt door de advocaat van Von Gahlen: Mr. J.G.N. Zincken. Wat was dit voor een onzin? Ik was toch al ontslagen? Blijkbaar was Von Gahlen niet zo zeker van zijn zaak, anders was de directie niet tot deze maatregel overgegaan. Wanneer zij volledig in hun recht stonden, hoefden zij zich nergens zorgen om te maken en was het aan mij om een juridische procedure bij de rechter op te starten, indien ik van mening was dat ik onterecht was ontslagen. Ik bladerde het verzoekschrift door en zag voor het eerst de “Notitie werkplekbezoek kantoor”’, uitgevoerd op de tekenkamer door A.W. Winkes van de Arbo Unie. De heer Winkes was arbeidshygiënist en veiligheidsdeskundige. Zijn rapport ging over de luchtkwaliteit op de tekenkamer.

Als klap op de vuurpijl kreeg ik op 13 december 2007 een brief van Von Gahlen in mijn brievenbus, die was opgesteld door Tessa van Enckevort, die natuurlijk braaf had uitgevoerd wat van haar werd verwacht. In deze brief was een eindafrekening opgemaakt en werd tevens een schadeloosstelling van mij werd geëist! Kon het nog gekker? Na verrekening stelde Von Gahlen dat ik een bedrag van € 2319,20 binnen twee weken aan hen diende over te maken. Diezelfde dag stuurde ik een bericht terug, dat ik niets zou betalen en de rechtszitting zou afwachten.