Ontslag op staande voet – deel 5 – slot

Rene 98a trimIk ging de rechtszitting vol vertrouwen tegemoet. Ik had middels een “vooraankondiging dwangbevel” door de gemeente Zevenaar aangetoond, dat de ventilatie op de tekenkamer niet voldeed aan het bouwbesluit. Daarbij kon ik aantonen dat de directie van Von Gahlen meerdere leugens had verkondigd. Hieronder kunt u de werkwijze van Von Gahlen nog eens doorlezen:

  • Von Gahlen had het advies voor mediation van de bedrijfsarts niet opgevolgd.
  • Von Gahlen had verzuimd overleg te plegen om tot een oplossing van het conflict te komen.
  • Von Gahlen dwong mij op een werkplek te werken die niet voldeed aan de wettelijk gestelde eisen.
  • De directie van Von Gahlen nam de klachten van mij en het andere personeel niet serieus en had niet naar de aard van mijn klachten geïnformeerd. (Uiteindelijk had iemand kort naar mijn klachten geïnformeerd, maar deze werknemer behoorde niet tot de directie.)
  • Von Gahlen stond niet open om constructief mee te denken om de aard van mijn klachten in beschouwing te nemen en daarmee de mogelijke oorzaken van mijn klachten op een rij te zetten.
  • Von Gahlen wilde mij geen alternatieve werkplek aanbieden, die wel voldeed aan de wettelijk gestelde eisen.
  • Von Gahlen had mij en de rechtbank leugens verstrekt aangaande de wetmatigheid van de ventilatie op de tekenkamer en tevens andere leugens verstrekt.
  • Von Gahlen had mij informatie onthouden ten aanzien van een onderzoek naar de luchtkwaliteit op de tekenkamer, terwijl dit onderzoek voornamelijk in mijn belang was.
  • Von Gahlen had het “vooraankondiging dwangbevel” van de Gemeente Zevenaar niet afgewacht en in een later stadium genegeerd.
  • Von Gahlen had mij geen waarschuwing gegeven, alvorens ik op staande voet werd ontslagen.
  • Von Gahlen had mij de reden tot ontslag op staande voet niet direct medegedeeld.
  • Von Gahlen hield onrechtmatig mijn salaris in en mijn tegoeden die betrekking hadden op mijn nog beschikbare vrije dagen en vakantiegeld.

De zitting was op 8 januari 2008 om tien uur ’s ochtends in de rechtbank (tevens gerechtshof) te Arnhem. Hoewel ik mijn moeder had verteld, dat ik haar eigenlijk helemaal niet bij de zitting wilde hebben, stond zij er op dat zij bij de zitting aanwezig wilde zijn. Omdat mijn ouders intens met mij meeleefden, wilde ik haar thuis laten. Mijn vader was zo wijs om niet mee te gaan, maar mijn moeder zei dat ze me wilde steunen, maar dat deed zij niet! Van een hoger beroep in Utrecht weet ik nog dat zij emotioneel helemaal in de zaak opging en dat het haar diep van binnen raakte. Aan haar pijn, verdriet en woedde had ik op dat moment geen steun. Anne, een kennis van mij, wilde er ook bij zijn, want zij wilde wel eens zien hoe zoiets in het echt ging. Ik vond dat prima, want zij was verder niet emotioneel bij de zaak betrokken.

Volgens mijn ervaringen in eerdere zaken werd in de rechtszaal “gehakt” door rechters, zonder dat zij enige vorm van mededogen of empathie lieten zien. Het was dan ook zaak om mijn hoofd er bij te houden en te kijken in hoeverre de rechter de materie had begrepen.

Mijn moeder en ik kwamen die ochtend in de gang bij de rechtszaal. De directeur Henk Duiker, zijn zoontje Jaap, de nieuwe dame van personeelszaken Tessa van Enckevort en hun advocaat mr. J.G.N. Zincken zaten al te wachten. Mijn moeder en ik hadden ons aangemeld en namen ook plaats. Gegroet werd natuurlijk niet. Even later kwam ook Anne aanzetten. Het duurde niet lang of we mochten de rechtszaal betreden. De rechtszaal was een soort klaslokaal, waar de rechter en de griffier achter een soort groot bureau op een verhoging ons opwachtten. Voor de verhoging stonden links en rechts twee kleinere bureaus met twee stoelen per bureau. Achterin de rechtszaal stond een rij stoelen tegen de muur, zodat daar mensen konden plaatsnemen. De ingang was aan de zijmuur vlak bij de rij stoelen. De rechter wees beide partijen een bureau aan. Nadat iedereen plaats had genomen, kon het feest beginnen. Mijn onderstaande beschrijving is een samenvatting van hoe de zitting is verlopen.

De rechter gaf de advocaat van Von Gahlen eerst het woord en vroeg of hij nog wat wilde toevoegen aan het verzoekschrift. Verder vertelde de rechter dat de advocaat het verzoekschrift niet voor hoefde te lezen, want de rechter had mij even daarvoor gevraagd of ik het verzoekschrift had gelezen. Hierop had ik bevestigend geantwoord. Het was eigenlijk een idiote vraag, want anders zou ik geen verweerschrift hebben kunnen opstellen. Ik zag dat zowel de advocaat als de directeur zeer zenuwachtig waren. Wat stond er voor hen op het spel? Bijna niets toch? Alleen maar geld en ego! De hoeveelheid geld was voor de directeur een luttel bedrag. Voor mij stond er veel meer op het spel. Ik had niet veel geld en was afhankelijk van mijn baan om rond te kunnen komen. Wanneer het ontslag op staande voet door de rechter zou worden goedgekeurd, dan zou ik geen recht hebben op een ontslagvergoeding en kreeg ik bovendien geen uitkering. Daar kwam dan nog bij dat ik dan ook nog een zeer ongunstige uitgangspositie voor het vinden van een baan had. De advocaat vertelde dat hij nog wel wat wilde zeggen en begon het verzoekschrift voor te lezen. Bij de tweede bladzijde viel de rechter hem in de rede en vroeg aan de advocaat:

“U bent nu toch het verzoekschrift aan het voorlezen?!”

“Ja.”, antwoordde de advocaat en vervolgde zenuwachtig zijn voorleesbeurt. De rechter keek even geïrriteerd, maar liet de advocaat het hele verzoekschrift van acht bladzijden voorlezen. Het was hilarisch! De advocaat was zo zenuwachtig, dat hij blijkbaar niet meer goed in de gaten had wat er allemaal gezegd werd. Nadat de advocaat klaar was, richtte de rechter zijn aandacht op mij. Hij zei:

“Het is een uitgebreid verweerschrift. Ik weet niet wie uw advocaat is.”, en keek mij vervolgens vragend aan. Naar mijn mening deed het er niet toe wie het verweerschrift had geschreven. Het ging toch om de inhoud? Hij gaf zelf eigenlijk al aan dat hij dit niet mocht vragen door deze vraag niet direct te stellen, maar het op deze manier te doen. Ik gaf dan ook geen antwoord en keek hem aan op wat hij verder te melden had. Vervolgens trok de rechter moeilijk met zijn lippen en vroeg of ik mijn verweerschrift nog voor wilde lezen. Hij gaf hierbij aan dat hij dit niet nodig vond en keek hierbij even naar de andere partij om te kijken of zij hiermee instemden. De advocaat stemde er inderdaad mee in. Vervolgens vroeg de rechter of ik nog een toelichting op mijn verweerschrift wilde geven. Ik antwoordde dat ik verder niets toe te lichten had en dat het verweerschrift naar mijn idee duidelijk genoeg was en dat ik er van uit ging dat iedereen het had gelezen. De rechter vroeg aan de advocaat of hij nog wat wilde zeggen. De advocaat gaf aan dat hij verder niets meer had toe te lichten. De rechter vroeg daarop aan mij of ik nog wat wilde zeggen. Ik vroeg de rechter:

“Mag ik mijnheer Duiker ook vragen stellen?”

De rechter gaf aan dat ik mijn gang kon gaan en ik begon dan ook:

“Meneer Duiker…”

“Ja! Hou maar op!”, onderbrak de rechter mij luidkeels op zeer autoritaire wijze. Blijkbaar stond de toon waarop ik sprak hem niet aan. Mijn stem was luid en duidelijk. Bovendien toonde ik hierbij geen zenuwen, in tegenstelling tot wat de advocaat bij zijn voorleesbeurt had laten zien. Wat nu? Mocht ik niet eens gehoord worden? Een waarschuwing zou toch op zijn plaats geweest zijn? Ik hield mijn mond verder dicht en keek wat er verder ging gebeurden. Vervolgens nam de rechter het woord en begon als een autoritaire tiran op vermanende toon te vertellen wat beide partijen fout hadden gedaan. Hij startte bij Von Gahlen. Even later begon hij mij af te zeiken om vervolgens weer terug te gaan naar Von Gahlen. Ik zag bij deze voorstelling van de rechter dat de directeur van Von Gahlen voorover gebogen zich deze stortvloed aan negatieve energie over zich heen probeerde te laten gaan en hij draaide zich ook een keer om in de hoop steun te vinden bij zijn achterban, die achterin de zaal zat. In mijn visie gedroeg de rechter zich als een kwaadaardig tiran die er plezier in had de mensen bang te maken. Was dit nou nodig? Wat voor een idiote vent was dit? Er was al genoeg ellende in de zaal. Wat een walgelijke vertoning liet deze vent zien! Ik bleef roerloos in mijn stoel zitten en keek het schouwspel aan, ook op het moment dat de rechter het op mij had gemunt.

Het kwam er uiteindelijk op neer dat de rechter vond dat Von Gahlen zeer traag had gereageerd op mijn problemen. Daarbij had de rechter geen bewijs gevonden, dat Von Gahlen mij duidelijk had gewaarschuwd, dat ik ontslagen zou worden indien ik niet meer aan het werk zou gaan. De rechter verweet mij dat ik geen werk had mogen weigeren. Ik was stomverbaasd. Was dat inhoudelijk alles wat hij te zeggen had? Dit kon niet waar zijn! De rechter vroeg of we nog wat te vragen hadden. Ik zei dan ook:

“Ik heb nog een vraag.”

De rechter richtte zijn aandacht op mij en gaf mij aan dat ik mijn vraag mocht stellen.

“Heeft u mijn verweerschrift gelezen en dan met name het stuk dat gaat over het onderzoek naar de luchtkwaliteit op de tekenkamer?”

“Ja.”, antwoordde de rechter. Hij probeerde resoluut en overtuigend over te komen, maar ik zag dat hij loog.

“Wat vond u er van?”, vroeg ik hem en keek hem aandachtig aan.

De rechter trok vervolgens weer met zijn lippen en zei:

“Het was erg interessant.”

Het was erg interessant! Dat was alles dat hij er over kon vertellen! Zijn reactie zei mij meer dan dat hij mij met woorden kon vertellen. Hij had mijn verweerschrift niet eens volledig gelezen! Het was niet te geloven! Ik zei verder niets en wachtte af wat de rechter verder zou gaan zeggen. De rechter vervolgde dat hij het ontslag op staande voet niet kon accepteren, omdat het bewijs ontbrak dat ik door Von Gahlen was gewaarschuwd. Hij stuurde ons dan ook de gang op om zogenaamd te gaan overleggen om op een andere manier uit elkaar te gaan. Hij gaf ons advies wat we naar zijn mening overeen zouden moeten gaan komen. Hierbij zou het arbeidscontract over een paar dagen ontbonden worden en ik diende met terugwerkende kracht mijn salaris uitbetaald te krijgen. Maar ik zou mijn achtendertig vrije dagen niet uitbetaald krijgen en ook geen ontslagvergoeding krijgen. Het kwam er dus op neer dat het arbeidsconflict mijn schuld was! Het was niet te geloven! Von Gahlen had zich niet aan de wet gehouden, waardoor ik op mijn werk ziek werd en dat was mijn schuld? Waar waren wetten dan voor in dit land? De rechter dreigde dat wanneer wij ons niet aan zijn advies zouden houden, hij zelf maatregelen zou gaan treffen. Wat een idiote tiran was deze vent! Nadat de rechter was uitgesproken en ik opstond om naar de gang te gaan, zag ik de reactie bij Von Gahlen. Ik kon zowel de verbazing, de opluchting en de blijheid aflezen uit hun reacties. Zij hadden mijn verweerschrift wel goed doorgenomen en hadden blijkbaar nooit verwacht dat het voor hen zo goed zou aflopen. Een paar minuten daarvoor zag ik aan mijn rechterzijde nog ineengedoken lichamen en ontevreden gezichten. Hoe bizar kon het zijn?

Tja… wat moet je dan na ruim twee maanden strijd? Iedereen werkte mij tegen! Von Gahlen had de wet aan zijn laars gelapt en had ook nog eens de arbeidshygiënist van de ArboUnie voorgelogen, die de metingen op de tekenkamer had verricht. Nadat ik deze arbeidshygiënist had gemaild, had deze gewoon meegewerkt de leugens van Von Gahlen in stand te houden. De arbeidsinspectie kon mij niet helpen. De verzekeringsarts van het UWV ging eveneens in de leugen mee. Mijn rechtsbijstandsverzekering wilde mij niet helpen. De rechter was tegen mij… Ik had twee maanden geen salaris gehad en wanneer ik dit niet zou accepteren, dan zou er nog een rechtszaak komen. Deze rechtszaak zou ik dan waarschijnlijk zelf moeten beginnen. Ik zou op zoek moeten gaan naar een zogenaamde deskundige, die het rapport van de tekenkamer zou moeten gaan ontkrachten en tevens de gemeten waarden juist zou moeten gaan interpreteren. Welke deskundige zou dan door een ondeskundige rechter worden geloofd? Hoe lang zou deze zaak gaan duren? Hoeveel geld en negatieve energie zou mij dit gaan kosten? Het was dan ook maar de vraag of ik uiteindelijk met behulp van het zogenaamde rechtssysteem in ons land in mijn gelijk zou worden gesteld. Het allerergste was nog dat dit hele gedoe een aanslag was op mijn gezondheid en dat van mijn ouders! Ik besloot dan ook het advies van de rechter op te volgen, mits dit advies vastgelegd zou worden. Want ik was het hier helemaal niet mee eens en van plan dit verhaal in de toekomst naar buiten te brengen. Het resultaat leest u hier.

Nadat we vanuit de gang weer terug kwamen in de rechtszaal, werd door de rechter de schikking gedicteerd aan de griffier. Vervolgens liep de griffier met de papieren door de rechtszaal en werden de nodige handtekeningen gezet. Omdat in deze schikking stond dat de verstoorde arbeidsverhouding aan geen van beide partijen te verwijten viel, had ik recht op een uitkering. De inhoud van de schikking was als volgt:

Proces-verbaal schikking

Rechtbank Arnhem

Zitting van 8 januari 2008

Partijen zijn het volgende overeengekomen.

  1. Het door Duinrand aan Mäkel gegeven op staande voet wordt ingetrokken.
  2. Duinrand wijzigt haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in die zin dat zij ontbinding verzoekt met ingang van 16 januari 2008 zonder toekenning van een vergoeding aan Mäkel op de grond dat er sprake is van een onherstelbaar verstoorde verhouding van partijen zonder dat dit aan een van hen te verwijten is. Mäkel refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
  3. Duinrand betaalt alsnog aan Mäkel het overeengekomen salaris over de periode vanaf 26 oktober tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst.
  4. In het kader van de eindafrekening betaalt Duinrand aan Mäkel wel een vergoeding voor vakantie toeslag maar heeft Mäkel geen aanspraak op een vergoeding voor niet genoten vakantiedagen.
  5. Duinrand zal aan Mäkel in onderling overleg op te stellen neutraal getuigenschrift verstrekken.

Zodra deze afspraken zijn nagekomen, hebben partijen over en weer niets meer van elkaar te vorderen.

Elke partij draagt de eigen kosten.

Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt.

Duinrand BV, voor deze H. Duiker, bijgestaan door mr. J.G.N. Zincken

R.G.W.Mäkel

C.F.M. Gorel-Rutgers, griffier

Mr. P.J. Wiegman, kantonrechter

Ik kreeg ook nog een proces verbaal uitgereikt, die was ondertekend door de rechter en de griffier:

Beschikking

Rechtbank Arnhem

Uitspraak van 8 januari 2008

Beschikking in de zaak van

Duinrand BV

gemachtigde mr. J.G.N. Zincken, advocaat

verzoekende partij

tegen

R.G.W. Mäkel

verwerende partij

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift
  • het verweerschrift
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling

De beoordeling

De verzoekende partij vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verwerende partij. Er is niet aangevoerd of gebleken dat het verzoek verband houdt met een opzegverbod. De inhoud van de processtukken en de mondelinge behandeling leiden tot de conclusie dat deze arbeidsovereenkomst met ingang van de hierna te noemen datum moet worden ontbonden wegens veranderingen in de omstandigheden als bedoeld in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek.

Verwerende partij heeft niet om een vergoeding verzocht. Van omstandigheden die tot een vergoeding naar billijkheid zouden moeten leiden, is niet gebleken. Daarbij speelt een rol dat verwerende partij sinds enkele maanden geen werkzaamheden meer heeft verricht.

De kantonrechter kent daarom geen vergoeding toe.

Partijen moeten hun eigen proceskosten dragen.

De beslissing

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst van partijen met ingang van 16 januari 2008; compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Wiegman en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2008

Het bovenstaand proces verbaal zou moeten beschrijven wat er gedurende de zitting zou zijn gezegd. Er staat in dit proces verbaal, dat ik niet om een (ontslag)vergoeding had verzocht. Dit is een bizarre bewering, want tijdens de zitting had de rechter mij de mond gesnoerd en mocht ik verder niets vragen. Bovendien had ik in mijn verweerschrift wel degelijk om een ontslagvergoeding gevraagd! In mijn verweerschrift had ik bewezen, dat Von Gahlen zich niet aan de wet had gehouden, leugens ten toon had gespreid en grove nalatigheid te verwijten viel. De door mij gevraagde ontslagvergoeding kwam dan ook uit op ongeveer een jaarsalaris. Helaas kreeg ik helemaal niets en bovendien was ik ook nog eens mijn baan kwijt. Nadat de handtekeningen waren gezet verliet iedereen de rechtszaal. Hierbij zei ik de rechter gedag, maar deze negeerde mij en met zijn kin omhoog keek hij door het raam naar buiten. Zijn minderwaardige blik in zijn ogen sprak duidelijke taal. Zijn toga kon hier geen verandering in brengen, terwijl deze toga zogenaamd voor onpartijdigheid zou moeten staan.

Uit mijn verweerschrift blijkt niet alleen, dat de rechter zijn werk niet goed had gedaan, maar blijkt tevens dat de rechter zich er niet voor schroomde leugens te verkondigen! Begrijpt u goed welke consequenties dit heeft? Hoe was deze heer Wiegman aan zijn functie als kantonrechter bij de rechtbank Arnhem gekomen. Was deze heer Wiegman ooit op integriteit en competentie getest? Mijn conclusie is, dat dit geenszins het geval is. Mijn ervaring is, dat het hele rechtssysteem tot op het bot verrot is. Natuurlijk hoort u hier nooit wat over in de reguliere media, want zaken zoals u hier heeft mogen lezen worden nooit in de reguliere media behandeld. Ik ben enkel een onbetekenende loonslaaf uit het proletariaat, waarmee de witte boorden kunnen doen wat zij willen. U hebt kunnen lezen hoe de witte boorden in dit avontuur elkaar steunen.

Het mag duidelijk zijn dat deze hele kwestie destijds een aanslag op mijn gezondheid was geweest. Bovendien moest ik het onrecht dat mij was aangedaan zien te verwerken. Zo goed als het met mij ging op het moment dat ik bij Von Gahlen aan de slag ging, zo slecht ging het met mij op het moment dat ik na mijn avontuur bij Von Gahlen weer werkloos was. Ik was niet depressief, dat was het probleem niet. Maar de kracht in mijn wezen was flink gedecimeerd en mijn vertrouwen in de mensheid en de door de mens gecreëerde systemen ook. Ik had destijds nog niet de kennis en inzichten die ik tegenwoordig heb…

Het was ook zeer moeilijk om weer een baan te vinden. Tijdens sollicitaties zagen de meeste potentiële werkgevers wel dat er met mij wat aan de hand was. Ook vroegen ze mij uit te leggen wat er bij Von Gahlen was gebeurd. Hoe kon ik dat uitleggen? In dit hoofdstuk heb ik in samenvatting mijn avontuur opgeschreven, terwijl ik hier eigenlijk een heel boek voor nodig zou moeten hebben. Bovendien was dit avontuur ongeloofwaardig. Ik werd daarom bij een sollicitatie steevast afgewezen of men probeerde mij uit te buiten door mij voor een hongerloontje aan het werk te zetten. Ik had immers geen onderhandelingspositie. Ik weigerde voor een hongerloontje aan de slag te gaan, want ik had bij Von Gahlen reeds ervaren, dat wanneer je eenmaal met een laag salaris was ingestapt, dat de hebzucht en het onbegrip van de directie een belemmering was mij na verloop van tijd een eerlijk salaris te geven.

Ik heb in deze reeks artikelen het een en ander uitgelegd over hoe het arbeidsconflict was ontstaan en wat verteld over de rechtszaak die daarop volgde. Werd dit verhaal door mensen begrepen, wanneer ik het aan hen probeerde uit te leggen? Het verhaal was zo ongeloofwaardig, dat de meeste mensen reeds aan het begin van mijn uitleg mij onderbraken en aan mij vroegen:

“Maar dat kan toch niet? Hoe kon je nu als enige werknemer in die ruimte last hebben van hoofdpijn? Hoe zat het dan met de anderen? Een werkgever wil toch een goede werkomgeving voor de werknemers, zodat zij goed kunnen functioneren?”

Dat was ik nou net aan het uitleggen! Alleen ging dat niet in een paar zinnen! Bovendien was het maar de vraag of iemand de geestelijke vermogens had om mij te begrijpen. Het is mij  tot op heden nooit gelukt om iemand uit te leggen hoe het allemaal had kunnen gebeuren.

Zoals het met dit ongeloofwaardige arbeidsconflict is gegaan,… zo gaat het nog altijd met zo veel zaken in onze zogenaamd ontwikkelde westerse maatschappij! Mijn collega’s in de tekenkamer durfden niet met hun vuist op tafel te slaan en ook niet voor zichzelf op te komen voor schone lucht in hun werkomgeving. Waarom? Mijn collega’s waren bang voor represailles. Ze durfden zelfs niet aan te geven hoe zij dachten dat hun werk op een betere manier zou kunnen worden georganiseerd. Wat was er mis mee om dat aan te dragen?

Gedurende dit avontuur passeerden diverse “deskundigen” de revue, die allemaal een universitaire opleiding hadden genoten en voor hun verkregen positie in het systeem dik kregen betaald. Helaas bleek deze universitaire opleiding geen garantie te zijn voor een objectieve en integere kijk op de zaak en was het evenmin een garantie dat deskundig naar de zaak werd gekeken. Er heerste een bepaald geloof en blijkbaar was het voor de betrokken mensen en de omstanders de makkelijkste weg om dit geloof in stand te houden.

Probeert u uw geconditioneerde geloof in stand te houden of streeft u naar een oprechte samenleving waarin leugens niet worden getolereerd?