Psychologische tests – deel 2

Rene 20 a TRIM

Eind 2006 vernam ik in de media dat de politie op zoek was naar Master Recherchekundigen. Naar aanleiding van de vele fouten en de gerechtelijke dwalingen rond de Schiedammer Parkzaak moord, waarbij een onschuldige voor enkele jaren achter de tralies was verdwenen, was men na een onderzoek tot de conclusie gekomen, dat veel problemen bij de politie voorkomen hadden kunnen komen, wanneer er meer hoog opgeleide werknemers bij de politie aan deze zaak hadden gewerkt. In Engeland was de politie al een paar jaar eerder tot deze conclusie gekomen. Uit onderzoek bleek dat het weinig zin had om meer politiemedewerkers op een zaak te zetten, om zo de kans tot het oplossen van de zaak groter te maken. Een zaak bleek in Engeland eerder opgelost te worden, wanneer er relatief meer hoog opgeleide mensen werden ingezet. Deze hoog opgeleide mensen bleken echter te weinig vertegenwoordigd te zijn bij de politie. Nadat meer hoger opgeleiden bij de politie in Engeland in dienst traden, bleken er niet alleen meer zaken te worden opgelost, maar ook sneller. In navolging van de Engelse politie was de Nederlandse politie dus op zoek naar zogenaamde zij-instromers. Dit waren mensen in diverse leeftijdscategorieën, die minimaal een HBO opleiding hadden afgerond, werkervaring hadden en een carrière switch wilden maken om bij de politie in dienst te treden. Hiertoe kregen zij een tweejarige opleiding bij de politie op universitair niveau, alvorens zij zich gekwalificeerd Master Recherchekundige zouden kunnen noemen.

Wat voor een soort mensen zocht de politie, die via deze zij-instroom Master Recherchekundige wilden worden? Helaas weet ik de letterlijke tekst van de advertentie niet meer, maar het kwam er op neer dat de politie op zoek was naar mensen, die in een ander vakgebied al een diploma op HBO of WO niveau in bezit hadden. Het aantal jaren werkervaring was niet belangrijk, want de politie wilde ook graag dat oudere werknemers deze carrièreswitch aan zouden gaan. Naarmate men ouder was, werd het wel moeilijker om door de selectie heen te komen, omdat ook de lichamelijke conditie werd getest. Voorts diende de geschikte kandidaat intelligent en kritisch te zijn en diende deze het lef te hebben van de gebaande paden te stappen. Waar ik op dat moment werkte zag ik voorlopig geen organisatorische verbeteringen doorgevoerd worden en ik voelde mij wel aangesproken door de personeelsadvertentie. Ik besloot dan ook te solliciteren. Dit hield in dat ik eerst werd uitgenodigd om twee dagen uitgebreid te worden getest. Het onderzoek bestond uit twee delen, waarbij ik zowel psychisch als op lichamelijke conditie werd getest. Hieronder wil ik graag het psychische gedeelte met u delen en welke gevolgen dit allemaal had. Voor de geïnteresseerden in het functioneren van het politieapparaat en het wel en wee van psychologische tests, zal dit interessant zijn! In de rapportage werd tevens diverse informatie gegeven over de procedure, maar die heb ik weggelaten.

Rapportage Psychologisch Onderzoek

Functie: Master recherchekundige

 KANDIDAAT:                      De heer R. G. W. Mäkel

DATUM ONDERZOEK:      6 februari 2007

PSYCHOLOOG:                 Mevrouw drs. T. Rutgers

Psychologische Test 02

Bevindingen

De heer Mäkel komt uit het onderzoek naar voren als een eerlijk persoon met een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Hij laat zich kennen als iemand die zich in wil zetten voor de handhaving van de normen en waarden in de samenleving. Voorts is hij iemand die zijn mening niet onder stoelen of banken stopt, maar zegt waar het op staat. Dit is een opvallende kwaliteit van de heer Mäkel, maar vormt eveneens een struikelblok. Hij kan zich dermate vasthouden aan zijn eigen denklijn dat hij minder open staat voor een andere invalshoek, hetgeen zijn contactvaardigheid en inlevingsvermogen onder druk zet.

In zijn werkaanpak is de heer Mäkel besluitvaardig te noemen en komt naar voren dat hij gericht is op het leveren van kwaliteit. Hij weet vlot beslissingen te nemen, waarbij hij autonoom is in zijn standpunt. Hij laat zich niet beïnvloeden door anderen wanneer hij overtuigd is van de juistheid van zijn besluit. Voorts houdt hij van afwisseling en uitdagingen in zijn werk. Zijn aanpak in werkzaamheden weet hij aan te passen wanneer zich een situatie voordoet waarbij dit gewenst is. Hij vindt het prettig om te kijken hoe het werk beter en efficiënter aangepakt kan worden en wanneer hij kansen signaleert, zal hij ideeën aandragen. Voorts houdt de heer Mäkel ervan om kwaliteit te leveren. Hij wil graag de tijd nemen om zijn werk tot een goed einde te brengen. Wanneer hij onder tijdsdruk wordt geplaatst kan dit ten koste gaan van de kwaliteit en bestaat de kans dat er enige fouten in de uitvoering sluipen. Dit komt eveneens naar voren in de test die zijn planningsvaardigheden meet. Over het geheel genomen is de heer Mäkel evenwel in staat om een planning te maken en deze bij te stellen wanneer dit nodig is.

De heer Mäkel beschikt over conceptueel vermogen. Hij houdt ervan om uit te zoeken ‘hoe de puzzel in elkaar steekt’, waarbij zijn technisch inzicht hem goed van pas komt. Met de informatie die hij heeft weet hij de nodige verbanden te leggen. Op de testen die zijn conceptueel vermogen testen behaalt hij dan ook een ruime score. Hij zal in staat zijn om complexe situaties op logische wijze te analyseren.

In een onbekende sociale omgeving, weet de heer Mäkel het ijs vlot te breken. Hij beweegt zich gemakkelijk in nieuwe sociale situaties. Hij ziet het eerder als een uitdaging om zich onder onbekenden te bevinden, waarbij hij het als prettig ervaart om wetenswaardigheden uit te wisselen. In beginsel zijn alle mensen gelijkwaardig voor hem. Voorts laat de heer Makel zich kennen als een gevoelig persoon. Hij heeft in het verleden de nodige problemen ondervonden en hij weet wat emoties met hem kunnen doen. Hij heeft zijn eigen weg gevonden in het verwerken van zijn gevoelens, waarbij hij tevens in staat is om zijn gedachten en gevoelens te delen met voor hem vertrouwde personen.

De heer Mäkel laat zich verder kenmerken als een persoon die een duidelijke eigen mening heeft. Hij is eerlijk en hij verwacht dit eveneens van anderen. De heer Mäkel kan echter dermate overtuigd zijn van zijn eigen standpunt dat hij niet open staat voor een andere zienswijze. Hij richt zich dan met name op het overbrengen van zijn standpunt. Hij houdt zich vast aan zijn eigen lijn en neemt de inbreng van een ander niet mee in zijn beeldvorming. Wanneer hij weerstand van een ander ondervindt bij het overbrengen van zijn standpunt, kan de heer Mäkel daarbij geïrriteerd raken en zich minder tactvol opstellen. Daarbij is hij geneigd om te reageren vanuit zijn emotie. Met name wanneer hem in zijn ogen onrecht aangedaan wordt, is hij minder overtuigd van de goede bedoelingen van een ander. Hij laat dan minder ruimte voor een ander om diens visie te brengen en het kost hem moeite om zich te verplaatsen in andermans beleving. Op dergelijke momenten verliest hij de aansluiting met de ander waarbij tevens de samenwerkingsverbanden in het nauw komen.

Zijn gedrag weet de heer Mäkel te beschrijven in zowel zijn sterke als een aantal van zijn minder sterke eigenschappen. Daarbij heeft hij enig zicht op het effect van zijn handelen op de omgeving. Hoewel hij niet geheel afwijzend tegenover feedback staat, is de heer Mäkel geneigd om zich voornamelijk aan zijn eigen zienswijze vast te houden en staat hij minder open voor aanwijzingen aangaande zijn functioneren. Dergelijke aanwijzingen zal hij niet snel mee nemen in zijn handelen, hetgeen hem minder aanstuurbaar maakt in zijn gedrag.

Conclusie

De heer Mäkel voldoet niet aan de minimale psychologische geschiktheidseisen voor de functie van Recherchekundige. Zijn scores op contactgerichtheid en inlevingsvermogen bevinden zich op de ondergrens.

Mijn cognitieve capaciteiten waren ook getest en hierbij werd mijn score vergeleken met andere kandidaten op hetzelfde kwalificatieniveau. Mijn score behoorde tot de hoogste 20%.

Volgens het psychologisch onderzoek was ik dus afgekeurd op contactgerichtheid en inlevingsvermogen! Hoe bizar!

Omdat ik het totaal niet eens was met de uitslag en de kwaliteit van de rapportage, schreef ik op 11 april 2007 een klachtenbrief aan het CCM van de Politieacademie. In mijn klachtenbrief had ik diverse citaten aangehaald en toegelicht. Daarbij had ik een uitvoerige toelichting gegeven over gevoeligheid, sensitiviteit en emoties. Mijn volledige klachtenbrief kunt u hier lezen. Twee voorbeelden van de klachten uit mijn brief kunt u hieronder lezen:

citaat C – regel 22:

“De heer Mäkel beschikt over conceptueel vermogen.”

Volgens mij beschikt ieder mens over “conceptueel vermogen”, alleen is het conceptuele vermogen bij de mensen verschillend ontwikkeld. Omdat in een psychologisch rapport, dus ook deze psychologische rapportage, het de bedoeling is aan persoonlijkheidskenmerken een waarde oordeel wordt gegeven, klinkt deze opmerking leuk, maar voegt op geen enkele wijze een waarde toe aan de rapportage.

citaat E – regel 33:

“Hij heeft in het verleden de nodige problemen ondervonden…”

Ik mis hier dat er wordt uitgelegd over wat voor een “problemen” het hier gaat en ik zou dan ook niet weten wat de lezer met deze informatie zou moeten. Ook hier geldt: deze opmerking staat leuk in deze rapportage, maar men heeft er niets aan.

Het volledige antwoord van de Politieacademie op mijn bovenstaande brief van april 2007 kunt u hier lezen. De brief was ondertekend door J. van Zielst, waarnemend directeur bij het CCM. Samengevat werd in de brief gesteld, dat de psychologen goed waren opgeleid, dat de procedure netjes was verlopen, zodat mijn bezwaren niet werden gehonoreerd. In de brief was op geen enkele wijze op de door mij aangehaalde citaten gereageerd. Ook was een door mij gestelde vraag genegeerd. De brief van J. van Zielst zou daarom net zo goed een standaard brief kunnen zijn met kleine aanpassingen.

Omdat ik mij afgepoeierd voelde door de Politieacademie, schreef ik dan ook een tweede klachtenbrief, die ik had gericht aan het College van bestuur van de Politieacademie. Mijn volledige brief van 22 juni 2007 kunt u hier lezen. De belangrijkste passage uit deze brief heb ik hieronder weergegeven:

{…}

De reactie van J. van Zielst is naar mijn idee typerend voor een overheidsinstelling die zich geen zorgen hoeft te maken voor concurrentie en derhalve geen moeite hoeft te doen een serieus antwoord op mijn klacht te geven; het grootste gedeelte van de brief gaat over de wijze waarop de rapportage wordt opgesteld en dat dit zo zorgvuldig mogelijk wordt gedaan. Er wordt met geen woord gerept over de mogelijkheid dat het CCM wel eens een fout gemaakt zou kunnen hebben, terwijl dit zo menselijk is. Werken er misschien bij het CCM geen mensen?

Omdat J. van Zielst in het schrijven niet open staat voor kritiek, is J. van Zielst naar mijn inzicht ook niet geïnteresseerd in waarheid. Dit betekent dat ik de indruk heb dat bij het CCM de rapportages niet op een professionele manier tot stand kunnen komen, omdat er naar mijn idee niets wordt gedaan met bijvoorbeeld mijn klacht en ik dus hieruit concludeer dat er te weinig wordt geanticipeerd op de veranderingen in de maatschappij. De mensen worden immers steeds mondiger!

Bovendien biedt J. Van Zielst aan een nagesprek te hebben met de betreffende psycholoog. Dit klinkt leuk, maar is naar mijn mening volslagen belachelijk. Moet ik nog meer vrije tijd steken in een overheidsinstantie die niet open staat voor kritiek, te beroerd is op papier een serieuze reactie te geven en uiterst star is met betrekking tot de uitslag van het psychologisch onderzoek? Naar datgene wat ik heb opgeschreven mag het toch duidelijk zijn dat ik geen vertrouwen heb in het CCM, laat staan in de integriteit van betreffende psychologe? Bovendien wil ik openheid van zaken. Het getuigt bij J. van Zielst niet van enig inlevingsvermogen door met dit voorstel naar voren te komen.

Geacht College van bestuur van de Politieacademie, bent u geïnteresseerd in waarheid? Oftewel: Kunt u zorg dragen voor een gedegen schriftelijke reactie op mijn klacht?

{…}

Het antwoord van het College van Bestuur van de Politieacademie was gedateerd op 12 juli 2007 en kunt u hier lezen. Hieronder heb ik het belangrijkste gedeelte uit deze brief weergegeven:

{…}

Klachten die bij de Politieacademie worden ingediend, worden beschouwd als zijnde gericht aan het College van Bestuur. Ook uw klacht d.d. 19 april jI. is als zodanig in behandeling genomen. Bij ontvangst van een klacht bekijkt het College van Bestuur of de klacht in behandeling genomen kan worden. Dit is bijvoorbeeld niet mogelijk als het een klacht betreft over een zaak die meer dan een jaar geleden heeft plaatsgevonden of als de klacht in een eerdere klachtenprocedure in behandeling is genomen. Als een klacht niet in behandeling genomen kan worden, dan informeert het College van Bestuur de klager hierover zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de klacht.

Indien de klacht in behandeling genomen kan worden dan wijst het College van Bestuur een klachteigenaar aan. De klachteigenaar doet onderzoek en brengt de klagende partij schriftelijk op de hoogte van zijn oordeel en oplossing. Indien de uitslag van het onderzoek daar aanleiding toe geeft, dan worden maatregelen getroffen om soortgelijke klachten in de toekomst te voorkomen.

Juridisch gezien is het conform hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en de daarop gebaseerde Klachtenregeling van de Politieacademie, niet mogelijk dat het College van Bestuur uw tweede bezwaar van 22 juni jI. over hetzelfde onderwerp als uw bezwaar van 19 april jI. in behandeling neemt. Wel kunt u zich binnen een jaar richten tot de Nationale Ombudsman, Postbus 93122, 2509 AC DEN HAAG. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Nationale Ombudsman: http://www.ombudsman.nl.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben ingelicht.

Met vriendelijke groet,

Het College van Bestuur, n/d de plv. voorzitter,

D. Hilardes Commissaris van Politie

In bovenstaand citaat wordt het woord “juridisch” gebruikt. Dit is een treffend voorbeeld hoe het huidige systeem is ontworpen om de menselijkheid in de maatschappij te vervangen door zielloze wetten en regels. Wanneer een maatschappij menselijk zou zijn, dan zouden in het geval van mijn brief mijn argumenten, mijn klachten en mijn vragen worden bekeken en vervolgens hierop een reactie worden gegeven. In het geval van de Politieacademie, dat een overheidsinstantie is, wordt dit in beide brieven totaal niet gedaan. De heer D. Hilardes kiest ervoor om na mijn tweede klacht het “juridische” pad te betreden van wetten en regels, om maar niet inhoudelijk te hoeven reageren op mijn brieven. Juridisch betekent in de westerse maatschappij dan ook niets anders, dat psychopaten en grote ego’s zielloze wet- en regelgeving met eindeloze procedures misbruiken om hun onmenselijke doelen te bereiken.