Psychologische tests – deel 4

Voor mij was het verhaal met de Politieacademie nog niet af, maar wat kon ik er aan doen? Ik kon niets bewijzen. Bovendien werden de bewijzen door de Politieacademie achtergehouden, want de testuitslagen van de persoonlijkheidstest werden mij natuurlijk niet gegeven. Ik was er van overtuigd, dat de uitslagen in het psychologisch rapport puur de meningen weergaf van de psychologen, die mijn assessments hadden beoordeeld en de psychologe, die de rapportage had opgemaakt. Deze meningen hadden niets met zogenaamde normen te maken, die in de aan mij gerichte brieven noch werden genoemd, noch toegelicht, maar waarmee het CCM/Politieacademie de door de psychologe opgestelde rapportage inhoudelijk verdedigde. Nu wilde het toeval, dat ik op 18 maart 2008 weer een uitgebreide psychologische test had gemaakt bij Luteijn, vestiging Arnhem. Dit onderzoek was naar aanleiding van een sollicitatie bij VMI te Epe. Er was door de psychologe Suzan van Tongeren een uitgebreid rapport opgemaakt dat u hier kunt vinden, waarbij de testresultaten zijn weggelaten.

Ongeacht of ik het inhoudelijk eens was met deze rapportage, vond ik deze inhoudelijk wel redelijk goed in elkaar zitten, in tegenstelling tot de rapportage, zoals deze was opgesteld door mevrouw T. Rutgers van het CCM/Politieacademie.

In de rapportage werd bij 30 competenties een waarde gegeven, door de bijbehorende waarde aan te stippen, zoals bij de door mij behaalde score bij ‘Inlevingsvermogen’ was gedaan.

Psychologische Test 03

Zoals hierboven is te zien, had ik voor ‘Inlevingsvermogen’ een zeer hoge score gekregen. Bij deze 30 competenties scoorde ik:

matig: 5 x

gemiddeld: 17 x

hoog: 7 x

zeer hoog: 1 x

Ook was er nog een ‘MDI-profiel’ opgemaakt, dat ik hier verder niet weergeef, omdat het een rapport van 24 bladzijden betreft. Voor de geïnteresseerden geef ik hier wel mijn scores van het “Succes Insights” wiel:

Responsstijl: 40 Observerende Organisator (flexibel)

Basisstijl: 9 Richtinggevende Organisator

De conclusie van de rapportage was, dat ik door de psychologe niet geschikt werd bevonden voor de functie! In onderstaande klachtenbrief, die ik daarop aan Luteijn had geschreven, zal het u duidelijk worden waarom ik het met deze beslissing niet eens was.

Arnhem, 26 maart 2008 (per e-mail, T.a.v. P.J. Fontijn)

Geachte dame/heer,

Op 18 maart is bij mij een psychologisch selectieonderzoek uitgevoerd door Luteijn in opdracht van VMI te Epe. Ten aanzien van de wijze waarop het onderzoek op de betreffende dag is verlopen en de bevindingen die zijn uiteengezet in de rapportage, wil ik hier graag op reageren, daar ik aanmerkingen heb over de wijze waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden en twijfels heb over de juistheid van de in het rapport weergegeven onderzoeksresultaten ten aanzien van de werkelijk behaalde resultaten.

Ik ben ’s ochtends door de psychologe ontvangen, waarbij zij mij uitleg gaf over de activiteiten die ik die dag zou moeten gaan uitvoeren. Aansluitend vroeg zij mij of het duidelijk was. Ik antwoordde hierop dat dat zou moeten blijken uit het verdere verloop van de dag. Hierop reageerde zij verbaasd met de opmerking dat dat zou betekenen dat haar verhaal dan niet duidelijk zou zijn. Ik wilde haar uitleggen dat de ontvanger van de boodschap bij de interpretatie een verkeerde voorstelling zou kunnen maken en dat dat niet aan de zender hoefde te liggen. Hier kreeg ik echter de kans niet voor en zij brak geïrriteerd mijn verhaal af en gebood haar te volgen. De toon was hiermee voor haar gezet voor het verdere verloop van het psychologisch onderzoek.

Als laatste onderdeel van de dag stond het gesprek met de psychologe gepland. Zij vroeg mij uit te leggen waarom ik bij mijn laatste werkgever met een arbeidsconflict was weggegaan. Op dat moment wist ik al dat het gesprek een negatieve wending zou krijgen, daar zij ongetwijfeld zou reageren op wat ik had te zeggen en ik hier al ervaring mee had met andere mensen, ook al reageerden zij hier heel verschillend op. Maar ja, ik zat nu wel bij een psychologe! Ik was gewend dat de mensen aan wie ik het verhaal probeerde duidelijk te maken over het algemeen voorbarig waren in hun conclusies.

Ik begon mijn verhaal met te vertellen dat de zoon van de directeur, die een paar maanden eerder bij het bedrijf was begonnen met werken voordat ik mijn baan kwijtraakte, beter geschikt was om te delegeren in het leger, dan leiding te geven in het bedrijf. Meteen reageerde de psychologe hierop heel fel met de mededeling dat zij dit op een bepaalde manier interpreteerde. Ik antwoordde hierop bevestigend, maar blijkbaar was dit voor haar niet genoeg en herhaalde zij deze boodschap nog maar eens twee maal op dezelfde felle toon. Het was duidelijk dat de toon die ’s ochtends was gezet, nog niet was veranderd en voorlopig niet zou veranderen.

Zoals verwacht ging zij mij al vrij snel vragen stellen en gaf hierbij kritiek, terwijl dit dus nooit gebaseerd kon zijn op het complete verhaal en dus naar mijn mening kortzichtig was. Ik ging hier dan ook niet in mee, temeer daar de rechter er op de zitting er bijna twee uur voor nodig had om ons de gang op te sturen met de boodschap de beëindiging van het arbeidscontract onderling te regelen. Ik heb het dan nog niet over het verzoek- en verweerschrift, dat de rechter zich voorafgaand aan de zitting eigen had gemaakt. Omdat ik uit de vragen en de kritiek die zij leverde de conclusie trok dat ik waarschijnlijk volgens haar visie niet goed had gehandeld, vroeg ik de psychologe wat ik in haar ogen dan anders had moeten doen. Zij antwoordde hierop dat zij dat niet wist en sloot af met de opmerking: ”Waar twee vechten, hebben twee schuld.” Ik had toch wel wat meer inhoud verwacht, dan het citeren van tegeltjeswijsheden! Dit loze antwoord heeft haar niet onthouden om de nodige conclusies uit dit arbeidsconflict te hebben getrokken en deze te hebben verwerkt in de rapportage.

Het gesprek werd vervolgd met het bespreken van de resultaten van de persoonlijkheidstest. Het bleek dat ik nogal een extreem scoreverloop had. Ik had een minimale score voor flexibiliteit en een maximale score voor initiatief, creativiteit, nauwkeurigheid en inlevingsvermogen. Het is alleen jammer dat ik zelf naar mijn score voor inlevingsvermogen moest vragen, omdat zij daar zelf niet mee kwam. Zij gaf als reden hiervoor dat deze competentie niet mee werd genomen in de beoordeling voor mijn geschiktheid van de betreffende functie. Als dat niet het geval is, dan is deze score toch nog vermeldenswaard? Overigens is deze maximum score wel terug te vinden in de rapportage, maar de andere maximum scores niet, evenals de minimum score voor flexibiliteit.

Op een gegeven moment was de psychologe aan het woord en stopte zij met praten. Zij gaf mij geen aanleiding om wat te zeggen, laat staan dat zij mij iets vroeg. Ze keek mij strak aan en zei niets. Ik bleef haar ook aankijken en zei ook niets. Dit duurde tussen de vijf à tien seconden en zij reageerde vervolgens geïrriteerd met de opmerking: ”Dat ook weer!”

Ik begrijp dat de meeste mensen in een dergelijke situatie op een gegeven moment het oogcontact mijden of beginnen te praten, maar waarom zou ik dat doen als zij dat ook niet deed, terwijl zij het gesprek behoorde te leiden? Verder zei ze niets over deze hilarische situatie!

Ook kwam het onderwerp kritiek aan de orde. Zij vroeg zich af of ik wel tegen kritiek kon. Nu zijn er voor mij twee soorten kritiek: opbouwende en niet opbouwende kritiek, waarvan laatstgenoemde vaak met drogredenen wordt toegelicht. In de volksmond noemt men dit ook wel “afzeiken”. Ik wil mijn werk graag goed doen en ontvang, indien nodig, graag kritiek, wanneer deze voor mij duidelijk wordt toegelicht, zodat ik kan inzien dat de kritiek mij verder helpt. Kritiek zonder onderbouwing zal ik dan ook niet aannemen als ik niet zelf het nut er van inzie.

De psychologe begon kritiek op mij te leveren om mij uit te proberen, maar deze kritiek werd door haar onderbouwd door drogredenen. Dit is ook niet verwonderlijk, want als je elkaar net hebt ontmoet, wat kun je dan aan kritiek leveren op de ander? Ik ging dan ook niet mee in het accepteren van deze kritiek en legde haar uit dat zij dan toch met meer zou moeten komen dan alleen drogredenen. Dit frustreerde haar blijkbaar zoveel dat zij met verheven stem begon te praten en zelfs op een moment mij vertelde dat het gesprek niet ging en dat zij, gezien de omstandigheden, een negatief advies zou moeten geven en ik mij dus van mijn beste kant moest laten zien. Hoe verwacht een psychologe van iemand dat deze zich van zijn beste kant laat zien als zij zo het gesprek “leidt” en met tegeltjeswijsheden op de proppen komt om iemand te laten weten dat het arbeidsconflict ook zijn schuld was?

In ieder geval is de wijze waarop het gesprek heeft plaatsgevonden niet representatief voor situaties die ik tijdens mijn werk zal tegenkomen, terwijl de psychologe toch uit dit gesprek duidelijk haar conclusies heeft getrokken ten aanzien van mijn handelen op het werk.

Een paar dagen later ben ik weer bij Luteijn geweest, waar mij de rapportages ter inzage waren gegeven en het een en ander werd uitgelegd. Omdat in de uitnodigingsbrief werd geschreven dat Luteijn officieel toestemming aan mij zou vragen om de rapportages door te sturen aan de opdrachtgever, was ik lichtelijk verbaasd dat dit slechts mondeling gebeurde. Ik vertelde de psychologe dat en plaatste tevens de opmerking dat ik dan ook geen korte opmerking kon plaatsen of ik het met de rapportage eens was. Haar antwoord hierop was kort en de toon waarop dit werd gezegd verhulde niet dat zij vreselijk de pest aan mij had:

“Dat regel je maar zelf!”

Over de rapportages wil ik graag hieronder enkele opmerkingen plaatsen:

Bij “B. Toelichting en Advies” schrijft de psychologe:

In zijn gedrag is hij risicomijdend te noemen en speelt graag op zeker.”

Ik ben wegens een arbeidsconflict mijn baan kwijtgeraakt! (?)

“…hij heeft nogal de neiging om anderen de schuld te geven.”

Hoe kan ik deze opmerking rijmen met de opmerking aan de hand van een praktijksimulatie waarin staat:”…hij schuift de schuld niet naar de ander.”?

“Daarbij schemert er tijdens de gehele dag een nogal negatieve houding bij de heer Mäkel door.”

Als dat volgens de perceptie van de psychologe inderdaad het geval geweest mocht zijn, zou het dan niet misschien kunnen zijn dat waar twee vechten er twee schuld hebben?

Doorgaans haalde ik in het verleden meerdere malen voor de competenties “ruimtelijk inzicht” en “redeneren met abstracte reeksen” scores die bij de hoogste 2% van de bevolking hoorden, zodat ik zou verwachten dat ik in de rapportage hierbij de beoordeling “zeer hoog” zou krijgen. Deze heb ik niet, zodat ik twijfels heb over de juistheid omtrent deze waardering, evenals de andere beoordelingen bij “intellectuele vermogens”. Deze twijfel wordt mede gevoed doordat de vier eerder genoemde maximale scores en de minimale score die volgden uit de persoonlijkheidstest niet in de rapportage terug te vinden zijn, met uitzondering van de competentie inlevingsvermogen.

Nog enkele opmerkingen naar aanleiding van het MDI-profiel:

Hierin wordt geschreven dat ik mijn ideale werkomgeving vind in een eigen kantoor of werkomgeving. Voor de duidelijkheid: Ik wil niet alleen op een kantoor zitten! Ik geef dit ook meestal aan indien ik een sollicitatiegesprek heb.

Volgens het profiel ben ik sterk op de competitie ingesteld. Naar mijn mening is dit geenszins het geval en ik heb bijvoorbeeld op de squashclub vaak genoeg te horen gekregen dat mijn instelling niet competitief was.

Ik zou het waarderen indien ik van u een reactie mag ontvangen!

Met vriendelijke groet,

René Mäkel

Hieronder kunt u het antwoord lezen van Luteijn, dat mij op 1 april 2008 was gestuurd per email:

Geachte heer Mäkel

Uw e-mail van 26 maart is in goede orde ontvangen.
Wij begrijpen dat het afwijzende advies teleurstellend voor u was en realiseren ons dat -met alle respect- de emotie van het moment een rol kan spelen.
Wij zijn ons – ook na interne ruggespraak – niet bewust van enige onzorgvuldigheid of subjectiviteit. Wij betreuren het dat u dat wel als zodanig heeft ervaren.
Wij wensen u veel succes met eventuele andere sollicitaties.

Hoogachtend,

P.J. Fontijn
directeur Luteijn Personeelsdiensten

Net als bij de Politieacademie werd mijn klacht door Luteijn afgepoeierd. Ik had natuurlijk nooit verwacht dat ik door Luteijn op enige wijze in het gelijk zou worden gesteld, maar dat mijn klaagbrief middels bovenstaande email door de directeur van Luteijn van de hand zouden worden gedaan, had ik zeker niet verwacht. Deze organisatie moest mensen beoordelen op hun competenties, waarbij de directeur het in zijn hoofd haalde een klacht middels bovenstaande klachtenbrief  van de hand te doen? Lang leve “onze” beschaafde westerse maatschappij! In ieder geval zou ik niets kunnen bewijzen en was het hun woord tegen het mijne. Zo lang zij hun mond dicht hielden, was het aan mij om met de bewijzen te komen, dat de rapportage niet representatief voor mijn persoon was en dat ik door de psychologe bewust negatiever werd omschreven, dan in werkelijkheid het geval was geweest.

Zowel het CCM/Politieacademie als het NIP weigeren de door de psychologen opgestelde rapporten inhoudelijk te vergelijken met door derden opgestelde rapporten. Hiermee wordt impliciet toegegeven, dat het opstellen van psychologische rapporten een pseudowetenschap is en dat de kandidaat voor een groot gedeelte is overgeleverd aan de menselijke grillen van de psychologen! De inhoud van deze rapporten geeft dan ook een oordeel van een psycholoog weer, waarbij dit oordeel volledig anders kan uitvallen, wanneer een kandidaat door een andere psycholoog wordt beoordeeld.

Het was nu wel heel interessant geworden, want ik had nu twee psychologische rapporten, die elkaar op diverse essentiële eigenschappen tegenspaken. Bovendien waren de rapporten met iets meer dan een jaar tussenpose onafhankelijk van elkaar opgesteld, zodat niet het argument gebruikt kon worden, dat ik zo veel veranderd was. Volgens het CCM/Politieacademie was een psychologisch rapport twee jaar geldig. Bovendien veranderen bepaalde eigenschappen van mensen nauwelijks, waarbij te denken valt aan intelligentie en gevoeligheid. Het mooie was, dat in beide rapporten het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) werd gemeld. Ik schreef dan ook een brief naar het NIP, dat staat voor Nederlands Instituut voor Psychologen. Het NIP is een beroepsvereniging voor psychologen. De volledige brief van 15 februari 2009 aan het NIP kunt u hier lezen.

Samengevat stond in mijn brief, dat ik omstreeks 6 februari 2007 en op 18 maart 2008 was getest door aan het NIP gelieerde psychologen voor het beoordelen van mijn geschiktheid voor het invullen van een bepaalde functie. Ik had klachten ten aanzien van:

  1. De hoogte van de behaalde scores van de psychologische tests.
  2. De interpretatie van de behaalde scores, zoals deze waren verwerkt in de rapportages.
  3. De zorgvuldigheid waarmee de rapportages waren opgesteld.
  4. De opvolging van mijn klachten en/of aanmerkingen ten opzichte van de rapportages.
  5. De integriteit van de psychologen die verantwoordelijk waren voor de opmaak van de rapportages.

Bovenstaande vijf klachten had ik toegelicht, waarbij ik onder meer had aangegeven, dat ik bij de politieacademie een zeer lage score had ten aanzien van “inlevingsvermogen”, terwijl ik bij Luteijn juist een zeer hoge score hiervoor had gehaald. Verder had ik vermeld, dat ik het opmerkelijk vond, dat mijn “conceptueel vermogen” volgens Luteijn op hoog HBO niveau was, terwijl ik hiervoor bij het CCM boven het gewenste WO had gescoord. Tevens had ik vermeld, dat de psychologen bij de politieacademie bij mij geen vijandige indruk hadden geconstateerd, terwijl dit volgens de psychologe van Luteijn wel het geval was geweest. Al met al had ik twee rapportages, die elkaar op essentiële punten tegenspraken!

Na eerst een ontvangstbevestiging te hebben gekregen, ontving ik in februari 2009 een brief van het College van Toezicht van het NIP. Die brief kunt u hier lezen. In deze brief werd vermeld, dat alleen klachten in behandeling konden worden genomen tegen psychologen die lid waren van het NIP. Tevens werd mij gevraagd bij het NIP na te gaan of een psycholoog NIP-lid was en de gegevens van deze psycholo(o)g(en) aan te geven. U leest het goed, dat het NIP mij vroeg bij het NIP na te vragen of deze NIP lid waren! Dit beloofde een interessante procedure te worden!

Ik was niet de beroerdste en besloot per email aan het verzoek van het NIP te voldoen. Het bleek echter voor mij een onverwachte wending te krijgen, omdat de psychologe van het CCM/Politieacademie, mevrouw T. Rutgers, geen lid was van het NIP. Ik vond dit heel vreemd, omdat het CCM in het psychologisch rapport wel had vermeld zich te conformeren aan de beroepsethische gedragsregels van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP)! Hoe bizar kon het zijn in dit land! Mijn brief van 9 maart 2009 aan het NIP staat hier. In deze brief gaf ik aan dat ik het vreemd vond dat mevrouw T. Rutgers geen lid was van het NIP. Tevens verzocht ik het NIP mijn klacht ten aanzien van mevrouw Suzan van Tongeren van Luteijn Selecta Adviseurs voor Personeel & Organisatie in behandeling te nemen. Hoewel ik vier klachten had geformuleerd, was mijn belangrijkste klacht, dat Suzan van Tongeren naar eigen goeddunken de hoogte van mijn behaalde scores had aangepast.

Ik kreeg via het NIP met een standaard begeleidend briefje (28 april 2009) het verweerschrift van Suzan van Tongeren (24 april 2009). Helaas werd door het NIP met geen woord gerept over mijn opmerkingen aangaande de rapportage van het CCM/Politieacademie. Wanneer ik deze rapportage van het CCM niet in de klacht kon meenemen, zou ik een deel van mijn klachten niet kunnen bewijzen. Hierdoor zou het een “welles, nietes” spel worden en zou ik altijd de verliezer zijn. Ik was immers de afgewezen kandidaat, die teleurgesteld en boos was. In het verweerschrift van Suzan van Tongeren, dat u volledig hier kunt lezen, stond wel iets interessants:

Als onderdeel van een Assessment Center zitten standaard één of meerdere persoonlijkheidsvragenlijsten. Deze vragenlijsten zijn een zelfobservatie van een kandidaat en als zodanig niet één op één over te nemen. De ene kandidaat heeft veel zelfinzicht, de andere heel weinig. De ene kandidaat denkt erg positief over zichzelf, de volgende heel negatief. Het is daarom absoluut noodzakelijk dat de uitkomsten van persoonlijkheidsvragenlijsten besproken en genuanceerd worden. Het is daarbij de taak van de psycholoog om tot een objectief oordeel te komen wat betreft de verschillende competenties die gemeten worden. In een Assessment Center worden hier eveneens de uitkomsten van de praktijksimulaties meegewogen.

De psychologe gaf dus zelf aan dat de uitkomsten van de persoonlijkheidsvragenlijsten door haar werden veranderd! Zij noemde dit echter niet veranderen, maar nuanceren. Hoe zat het dan met de scores aangaande mijn zogenaamde intelligentie? Had zij die ook genuanceerd? Waarom had zij hier geen antwoord op gegeven, terwijl ik ook ten aanzien van deze scores om opheldering had gevraagd? De psychologe had het bovendien over: “…om tot een objectief oordeel te komen…”. Een oordeel van een persoon is nooit objectief, maar altijd gekleurd door de het ego van de persoon die de beoordeling doet! Een zogenaamde opleiding brengt hier geen verandering in. Bovendien geven het NIP en heet CCM/Politieacademie impliciet toe, dat de psychologische rapportages niet objectief tot stand zijn gekomen. Wanneer dit wel het geval zou zijn geweest, dan zou bij het indienen van een klacht met betrekking tot de uitkomst van een rapportage, deze rapportage bevestigd kunnen worden of teniet worden gedaan middels een onderzoek door een andere (werkelijk) onafhankelijke psycholoog. In het geval dat geteste kandidaten klachten hebben aangaande de uitkomsten van de rapportages, doen zowel het NIP als de Politieacademie niet aan dit soort onderzoeken. Dit zegt toch genoeg over de betrouwbaarheid van dergelijke onderzoeken?

In mijn brief aan het NIP van 9 maart 2009 had ik niet alleen mijn vier klachten ingediend aangaande de door de psychologe van Luteijn opgestelde rapportage, maar had ik tevens mijn beklag gedaan over de misleiding van het CCM/Politieacademie. Het CCM beweerde immers in de psychologische rapportage, dat zij zich conformeerden aan de beroepsethische gedragsregels van het NIP, terwijl de psychologe van het CCM geen NIP lid was! Mevrouw Pekelharing-de Plaque van het NIP had in haar brief van 26 maart 2009 met geen enkel woord gerept over mijn klachten en opmerkingen aangaande de rapportage, zoals deze door het CCM was opgesteld. Zij had enkel het verweerschrift van de psychologe van Luteijn bijgevoegd. Ik vond deze vorm van ontkenning nergens op slaan en schreef het NIP wederom een brief gedateerd op 1 juni 2009, die u hier kunt lezen. Samengevat had ik in de brief geschreven, dat ik van haar geen enkele reactie had gekregen ten aanzien van mijn opmerkingen betreffende het CCM/Politieacademie. Dat door middel van zwijgen nooit recht kon worden gesproken en dat het NIP enkel bezig was een wassen neus op te houden. Verder zag ik geen nut meer om mijn klacht door het NIP te laten behandelen, omdat de uitslag op voorhand toch al vast zou staan en dat ik mij dan ook terugtrok uit de klachtenprocedure.

Mijn hele avontuur begint vanaf dit punt een beetje ingewikkeld te worden, omdat het NIP naar mijn idee de zaak ingewikkelder had gemaakt dan het was. De essentie probeer ik voor u toch hieronder te beschrijven.

Mevrouw F.M. Pekelharing-de Planque van het NIP had mij per brief van 6 juli 2009 laten weten verbaasd te zijn over mijn brief van 1 juni 2009. Haar brief van 6 juli kunt u hier lezen. Omdat ik had aangegeven mij terug te trekken uit de klachtenprocedure, had zij mij enkele brieven uit het dossier gestuurd en gevraagd te bevestigen dat ik mij terugtrok uit de klachtenprocedure. Wederom werd door mevrouw F.M. Pekelharing-de Planque met geen enkel woord gerept over het CCM/Politieacademie.

Ik was niet te beroerd om te bevestigen dat ik mij terugtrok uit de klachtenprocedure en was al helemaal niet te beroerd om wederom de mijns inziens idiote gang van zaken per brief toe te lichten. Mijn brief van 19 juli 2009 kunt u hier lezen. In de brief had ik uiteengezet dat ik door het NIP werd gevraagd om bij het NIP (!) navraag te doen of een psychoog lid was bij het NIP. Nadat ik dit braaf had gedaan, werd mij per email medegedeeld dat niet duidelijk was waarom om de adresgegevens werden gevraagd, omdat deze privégegevens niet werden verstrekt aan derden. Ook had ik aangegeven, dat ik aangaande het gedrag van het CCM/Politieschool allerminst een reactie van het NIP had verwacht, nadat voor mij duidelijk was geworden, dat betreffende psychologe geen lid was van het NIP. Verder had ik aangegeven, dat ik niets kon bewijzen en dat de psychologe in haar rapportage ook niets had bewezen. Het had tevens geen zin mijn klachtenprocedure voort te zetten, omdat het NIP de rapportage van het CCM in de doofpot had gestopt.

Op mijn bovenstaande brief ontving ik een brief van het NIP, gedateerd op 4 augustus 2009. De gehele brief kunt u hier lezen. Hieronder heb ik essentiële passages uit de brief weergegeven.

Amsterdam, 4 augustus 2009

Geachte heer Mäkel,

Naar aanleiding van uw correspondentie, waarin u met vragen/opmerkingen komt aan/voor het Secretariaat van het College van Toezicht, wil ik u enige toelichting geven.

U voert een klachtprocedure bij het College van Toezicht, dat ingesteld is door het NIP, een Beroepsvereniging van psychologen. Het College van Toezicht is een orgaan van het NIP. Het College werkt echter onafhankelijk van het NIP. Niet het NIP behandelt uw klacht, maar het College van Toezicht van het NIP.

{…}

U hebt de rapportage van het CCM als stuk ingediend. Daarmee zit het in het klachtdossier. Het secretariaat van het College heeft niets in een doofpot gestopt.

Als enigerlei instantie die geen lid is van het NIP, de naam van het NIP blijkt te misbruiken, kan het Algemeen Bestuur van het NIP hiervan in kennis gesteld worden. Het valt buiten de competentie van het College van Toezicht daar een oordeel over te vellen.

De keuze is op dit moment aan u, en niet aan het College van Toezicht, deze klachtprocedure al dan niet voort te zetten.

In de hoop u voldoende te hebben geïnformeerd over de procedure, wacht ik uw repliek, of uw mededeling dat u verder van de klachtbehandeling afziet, af.

Hoogachtend

Mw. Mr. F.M. Pekelharing-de Planque

Secretaris College van Toezicht NIP

Omdat het NIP een afdeling “College van Toezicht” had gecreëerd, besloot ik beide afdelingen een brief te schrijven, die hetzelfde postadres, hetzelfde bezoekadres en hetzelfde briefpapier gebruikten. Deze volledige twee brieven van 17 augustus 2009 kunt u hier lezen. In deze brieven had ik onder meer wederom een stel vragen gesteld aangaande het gedrag van het CCM/Politieacademie. Het schriftelijk antwoord van het NIP, gedateerd op 10 september 2009, kunt u hier lezen. In deze brief wordt voornamelijk ingegaan op de procedures.

Enkele dagen later ontving ik onderstaande brief van het NIP, gedateerd op 15 september 2009:

Geachte heer Mäkel,

Gelet op uw brief van 1 juli jl., waarin u meedeelt zich terug te trekken uit de klachtprocedure, sluiten wij het dossier.

Uw brieven van 19 juli en 17 augustus 2009 geven geen aanleiding tot nadere opmerkingen.

Hoogachtend,

Mw. Mr. F.M. Pekelharing-de Planque

Secretaris College van Toezicht NIP

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s