Ahmed Marcouch: incompetent, crimineel en landverrader.

Ik word VERDACHT van STRAFBARE FEITEN

De aanleiding voor dit dossier is een in 2023 onterecht aan mij “verleende” kapvergunning. Dit dossier gaat in essentie niet over deze onterecht aan mij “verleende” kapvergunning, maar over een disfunctionele, corrupte en dus totaal verrotte overheid, waarbij alle betrokken ambtenaren van verschillende instanties tot op heden elkaar de hand boven het hoofd houden en daarbij niet alleen zich jegens mij hebben misdragen, maar zelfs meerdere (ambts)misdrijven hebben gepleegd.

Dit dossier laat zien, dat het vrijwel altijd zinloos is om te klagen en/of zelfs rechtszaken te beginnen tegen de overheid met als doel je gelijk te halen, want de overheid is als een slager, die niet alleen zijn eigen vlees keurt, maar tevens eigen wet- en regelgeving aan zijn laars lapt en daarbij zelfs misdrijven pleegt.

De betrokken ambtenaren willen natuurlijk niet dat hun namen en de door hen gepleegde misdragingen en/of misdrijven naar buiten komen. Om dit te bereiken hadden ze aan mij een niet ondertekende dreigbrief gestuurd gebaseerd op leugens en vervolgens aangifte bij de politie gedaan wegens smaad en laster.

De aanleiding van dit volledig geëscaleerde conflict met de overheid, is een in 2023 onterecht aan mij verleende kapvergunning voor een stervende berk in mijn achtertuin in een woonwijk Arnhem. Voor de kapvergunning diende ik €164,- te betalen. Ik besloot destijds bezwaar aan te tekenen tegen deze onterecht verleende kapvergunning, de gang van zaken rond deze “verleende” kapvergunning en de wijze waarop mijn klachten werden “behandeld”. Betrokken ambtenaren, inclusief de rechter bestuursrecht, hadden diverse strafbare feiten gepleegd, waaronder valsheid in geschrifte, machtsmisbruik en het achterhouden van essentiële informatie.

Nadat ik in 2023 in de gaten kreeg, dat ambtenaren van de gemeente Arnhem mij naar aanleiding van de kapvergunning aan het pesten waren, gaf ik aan dat ik van hun handelswijze verslag zou gaan doen op het internet. De betrokken ambtenaren waanden zich blijkbaar onaantastbaar en vonden het nodig met pesten er nog een schepje bovenop te doen, door mij te verplichten tot herplant. Voor deze herplant was niet alleen geen wettelijke grond, maar zelfs geen ruimte op mijn perceel.

Destijds is geen enkele ambtenaar ter plaatse komen kijken om de situatie te beoordelen en zijn alle door hen gemaakte beslissingen genomen vanuit hun ivoren toren.

De gemeente Arnhem heeft aangifte tegen mij gedaan wegens belediging, smaad en laster naar aanleiding van twee filmpjes die ik op mijn YouTube kanaal DeLOONSLAAF heb geplaatst. Eind maart 2026 ontving ik een brief van de politie met het verzoek op 1 april te worden verhoord over de door mij vermeende gepleegde strafbare feiten. Omdat ik van de dienstdoende agent van het verhoor geen geluidsopname mocht maken, heb ik geen medewerking verleend aan dit verhoor. Wat mij precies ten laste wordt gelegd, is mij dan ook niet duidelijk. Overigens is dit verhoor met het geven van een verklaring onzinnig, daar alles wat ik beweer voor iedereen vrij toegankelijk is op het internet.
Daarbij is de in essentie zeer eenvoudige zaak met opzet door de betrokken ambtenaren dermate complex en onoverzichtelijk gemaakt met het doel de rechtsgang te frustreren, dat ik hierover geen verklaring ga afleggen bij de politie. Lees verder onder de video.

Volgens de brief van de politie gaat het om filmpjes geplaatst op 23 juli en 15 augustus 2025. In deze filmpjes leg ik aan de hand van documenten uit waarom Ahmed Marcouch incompetent, een crimineel en een landverrader is. Tevens noem ik namen van vele ambtenaren en welke misdrijven deze ambtenaren hebben gepleegd. Deze misdrijven zijn vastgelegd in vele documenten, die onder meer zijn ondertekend namens het college van burgemeester en wethouders. Ik heb echter veel meer filmpjes geplaatst dan deze twee filmpjes, waarin ik zaken uitleg en mijn beweringen onderbouw met feiten. Dit is een probleem voor de betrokken ambtenaren, want ik ben niet een idioot, die zomaar wat roept, maar uitgebreid mijn beweringen toelicht met behulp van documenten.

Overigens had ik reeds in oktober 2025 een dreigbrief van de gemeente Arnhem ontvangen, die was gebaseerd op leugens. Het doel van deze brief was, dat ik de namen van betrokken ambtenaren van internet zou verwijderen. Deze brief heb ik gepresenteerd op internet, waarbij ik tevens heb uitgelegd dat deze brief was gebaseerd op leugens. Deze brief is eveneens een misdrijf. Waarschijnlijk is dit de reden dat deze brief niet is verstuurd door een jurist en zelfs niet is ondertekend. Omdat ik niet zal stoppen de disfunctionele, corrupte en misdadige overheid aan de schandpaal te nagelen, proberen ambtenaren mij nu middels strafvervolging de mond te snoeren. De toekomst zal laten zien of het Openbaar Ministerie zich hiervoor laat lenen, met alle risico’s van dien. Lees verder onder de video.

Steevast werd door betrokken ambtenaren mij niet toegestaan om bij openbare zittingen of een politieverhoor opnamen te maken van mijn eigen zaak. Het gaat hierbij om ambtenaren van de algemene bezwarencommissie, de rechter bestuursrecht en de politie. Ook bij de Raad van State op 9 september 2026 werd mij niet toegestaan opnamen te maken.
Het maken van opnamen wordt ook wel aangeduid met nieuwsgaring en is onderdeel van een goed functionerende rechtsstaat en is zelfs vastgelegd in artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Van een open en transparante overheid is helaas in de praktijk geen sprake. Het is duidelijk dat betrokken ambtenaren niet willen dat ik opnamen maak, omdat betrokken ambtenaren weten dat zij fout bezig zijn en/of meewerken aan een zaak, waarbij de overheid heel fout bezig is.

De gehele overheid is verrot en corrupt tot op het bot en de betrokken ambtenaren proberen misstanden zoveel mogelijk onder de pet te houden. De betrokken ambtenaren willen niet dat ik de waarheid naar buiten breng. Leugenaars, in dit geval liegende ambtenaren, draaien dikwijls de zaken om en beschuldigen mij van belediging, smaad en laster.

Dit dossier laat zien, hoe eenvoudig een overheid zich tegen haar eigen bevolking keert, zoals de geschiedenis vele malen heeft laten zien. Indien een overheid zich tegen haar eigen bevolking heeft gekeerd is sprake van hoogverraad.

De ESSENTIE van dit DOSSIER “KAPVERGUNNING”

De aanleiding van dit dossier is een in 2023 door de gemeente Arnhem onterecht aan mij “verleende” kapvergunning voor een stervende berk in mijn achtertuin, waarvoor ik €164,- diende te betalen. Gedurende de bezwaarprocedure werd mij op een gegeven moment duidelijk, dat de stervende boom zonder kapvergunning kon worden geveld, omdat sprake was van onderhoud en onderhoud niet vergunningplichtig was (en is). De kapvergunning doet in essentie niet ter zake. Wat wel ter zake doet, is een incompetente en corrupte overheid, dat zich uit in onnodig kostbare juridische procedures, waarbij leugens, misleiding en machtsmisbruik de boventoon voeren. Deze procedures duren momenteel al meer dan drie jaar voort en hierbij zijn inmiddels meer dan dertig ambtenaren betrokken. Deze ambtenaren worden natuurlijk allemaal betaald en gefaciliteerd door de bevolking. Dit dossier laat een disfunctionele, corrupte en misdadige overheid zien, inclusief de rechterlijke macht.

Een conclusie van dit dossier is, dat de bevolking wordt “bestuurd” door de verkeerde mensen, die zich voornamelijk bezig houden met door hen zelf gecreëerde onzin. Het maakt ook duidelijk, waarom stemmen met verkiezingen geen zin heeft in de hoop dat de door de overheid zelf gecreëerde problemen op een nette manier worden opgelost.

Waar moet je zijn indien misdragingen en misdrijven worden gepleegd door een corrupte overheid? Precies… bij diezelfde corrupte overheid.

Dit dossier laat onder meer zien, dat het vrijwel onmogelijk is je recht te halen tegen een corrupte overheid, omdat zelfs de rechterlijke macht volledig gecorrumpeerd is. Daarbij is sprake van een ongelijke strijd, omdat de betrokken corrupte ambtenaren netjes worden betaald en blijkbaar niet bang zijn voor de consequenties van de door hen begane misdragingen en gepleegde misdrijven.

Bij een strijd tegen de overheid dient dient een burger of bedrijf eigen inzet, tijd en geld in te zetten. Tevens dient men zich in de meeste gevallen te laten bijstaan door een advocaat, die uit eigen zak betaald moet worden. Daarentegen heeft de overheid onbeperkt de beschikking over het inzetten van ambtenaren, tijd en geld om deze ongelijke strijd aan te gaan. De betrokken ambtenaren worden zelfs beloond met mooie banen, indien zij meedoen met de corruptie en criminele waanzin. Daarnaast worden procedures gefrustreerd door deze nodeloos ingewikkeld te maken en meerdere jaren te laten voortduren.

Het dossier “kapvergunning” is begonnen met onvolledige en onduidelijke regelgeving aangaande zoiets eenvoudigs als het kappen van bomen in de gemeente Arnhem. Ambtenaren vonden het nodig een burger te pesten, door deze onterecht een kapvergunning met plicht tot herplant op te leggen. In plaats van dat deze pesterijen door het college van burgemeester en wethouders, de algemene bezwarencommissie of de rechter bestuursrecht werden rechtgezet, besloten zij allen middels leugens, misleiding en machtsmisbruik deze onterecht verleende kapvergunning in stand te houden.

Dit dossier “kapvergunning” is helaas een toonbeeld van een overheid, die zich niet bezig houdt met dienstverlening aan de bevolking, maar zich tegen de eigen bevolking heeft gekeerd. Hier is een woord voor: hoogverraad. Als de overheid niet eens in staat is wet- en regelgeving aangaande zoiets eenvoudigs als een kapvergunning op te stellen én te presenteren aan de burger, laat staan fouten te corrigeren of corruptie binnen het ambtenarenapparaat aan te pakken, hoe kan dan de burger verwachten, dat de overheid de burger dient?

De conclusie van dit dossier is, dat de overheid volsagen incompetent en corrupt is en niet de bevolking van Nederland dient. Blijkbaar dient de overheid een andere partij. Hier is ook een woord voor: landverraad. Wil je ambtenaar worden en blijven, dan dien je corrupt te zijn en bereid te zijn mee te werken aan het verraad van de autochtone Nederlandse bevolking. Nederland is in rap tempo aan het verloederen en dat is vooral in grote steden te zien aan het straatbeeld. Daarbij zijn protesten tegen beslissingen van de overheid blijkbaar het nieuwe normaal geworden, waarbij de politie vooral met geweldsmiddelen tegen de autochtone bevolking wordt ingezet.

De overheid in Nederland pleegt landverraad en hoogverraad jegens het eigen volk. De zogenaamde “democratie” heeft het autochtone volk verraden. Het zal dan ook onmogelijk zijn om middels een democratische weg aan het corrupte systeem te ontsnappen, dat als einddoel een dystopische maatschappij heeft, waarbij een stel wereldwijd georganiseerde psychopaten de absolute macht in handen hebben met behulp van kunstmatige intelligentie.

SAMENVATTING

De wet- en regelgeving aangaande het kappen van bomen in de gemeente Arnhem is sinds 2014 onvolledig, onduidelijk en slecht vindbaar. Om deze reden werd (en anno 2026 nog altijd) burgers geadviseerd contact op te nemen met de ODRA (per 1 januari 2026: ODGM – OmgevingsDienst Groene Metropool) voor verdere informatie. Hierdoor was het mogelijk, voor die gevallen waarin wet- en regelgeving niet voorzag, onduidelijk- of slecht vindbaar was, dat kwaadaardige ambtenaren zelf konden bepalen wanneer wel of niet een vergunning “nodig” zou zijn. Dit was mogelijk, omdat burgers vertrouwen hebben in én afhankelijk zijn van de overheid.

In 2023 stond in mijn achtertuin een berk, die stervende was ten gevolge van de droogte van voorgaande jaren. Deze stervende berk was een gevaar geworden voor zijn omgeving. Deze omgeving was een woonwijk, waarbij de berk in kwestie schade kon aanrichten bij mens, dier en gebouw. Om deze reden diende de berk gecontroleerd geveld te worden, voordat deze schade zou aanrichten door vallend dood hout. Er vielen al regelmatig dode stukken hout uit de berk.

Eerst is het handig om te begrijpen waarom een kapvergunning in sommige gevallen noodzakelijk kan zijn. Wet- en regelgeving zou immers het doel hebben om de burger van dienst te zijn en niet om de burger te pesten. In Arnhem bevinden bepaalde woonwijken zich in bosrijke gebieden. Mensen willen graag in deze bosrijke gebieden wonen, maar zij willen dan vaak geen bomen in de directe omgeving van hun woning, omdat deze dan zonlicht wegneemt of rommel geeft in de vorm van bijvoorbeeld vallende bladeren. Wet- en regelgeving in deze bosrijke gebieden moet voorkomen dat het groene karakter van deze wijken verloren gaat ten gevolge van ongecontroleerd kappen. In dit kader is het onzinning om voor een stervende boom, die een gevaar is voor zijn omgeving, een kapvergunning te moeten aanvragen.

Ik woon in een bosrijke woonwijk waar regels gelden voor het kappen van bomen. Omdat ik niet in de problemen wilde komen en op legale wijze de boom wilde laten vellen, ging ik op de website van de gemeente Arnhem op zoek hoe in Arnhem de wet- en regelgeving aangaande het kappen van bomen was geregeld. De in 2023 gepresenteerde informatie bleek onvolledig, onduidelijk en zelfs tegenstrijdig te zijn. Dit was niet volgens de Wet Open Overheid. Om destijds op vragen aangaande het kappen van bomen een antwoord te krijgen, werd op de website van de gemeente Arnhem geadviseerd contact op te nemen met een medewerker van de ODRA (OmgevingsDienst Regio Arnhem).

In plaats van dat de ODRA medewerker mij direct antwoord gaf op mijn vraag, stuurde hij mij op speurtocht naar de voor mij van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Dit was wederom niet volgens de Wet Open Overheid. Volgens de Wet Open Overheid had de betreffende ambtenaar mij direct de betreffende informatie moeten geven. Na wat email wisselingen gaf ik aan genoeg te hebben van zijn “aanwijzingen”, omdat het mij duidelijk werd, dat de ODRA medewerker mij doelbewust liet zoeken naar de voor mijn situatie van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

Ik gaf hem te kennen, dat in het geval van de stervende berk in mijn achtertuin sprake was van een gevaarlijke situatie en dat ik de gemeente Arnhem vanwege het frustreren aansprakelijk zou stellen, indien er ongelukken zouden gebeuren. Vanaf dat moment adviseerde de ambtenaar mij een “noodkapvergunning”. Ik maakte hem kenbaar aan deze onzin niet mee te doen, omdat je in nood gewoon doet wat je moet doen en je niet bezig gaat houden met een procedure waarbij je moet wachten op de overheid. Hoewel ik er later duidelijk om heb gevraagd, heeft men mij nooit deze “noodkapprocedure” kunnen overleggen, omdat deze niet bestaat.

De ODRA ambtenaar adviseerde mij vervolgens om via een, naar later bleek, ongeschikt formulier op internet een kapvergunning aan te vragen, terwijl ik zag dat voor het aanvragen van een kapvergunning een speciaal formulier bestond. Op dit moment had ik het vertrouwen, dat de ambtenaar mij een goede aanwijzing gaf, maar dat bleek achteraf niet het geval. Dit ongeschikte digitale aanvraagformulier kostte mij onnodig veel tijd en frustratie. Aan het einde van de aanvraag werd ik verrast met de mededeling, dat er kosten aan de aanvraag verbonden zouden kunnen zijn. Deze kosten waren vooraf niet kenbaar gemaakt en dat was ook niet volgens de Wet Open Overheid.

Na het op internet invullen van het formulier voor de kapvergunning, was mij duidelijk geworden, dat de betrokken ambtenaren mij doelbewust aan het pesten waren, hierbij hun machtspositie misbruikten en hun gedrag niet gingen veranderen. Ik waarschuwde de betrokken ambtenaren, dat ik van de misstanden op internet verslag zou gaan doen, maar de betrokken ambtenaren waanden zich nog altijd onaantastbaar door ook nog eens in de verleende vergunning op te laten nemen, dat ik werd verplicht tot herplant, terwijl daarvoor geen wettelijke grond bestond. Zij hadden enkel mij deze plicht tot herplant opgelegd om mij te pesten.

Achteraf bleek dat de kosten voor de kapvergunning €164,- waren. Omdat ik dit belachelijk vond, wilde ik de kapvergunning annuleren. Ik zou dan dode stukken hout uit de stervende berk verwijderen net zo lang totdat de berk volledig was verdwenen. Voor het verwijderen van dode stukken hout uit een boom kon naar mijn idee immers nooit een vergunning benodigd zijn. Het bleek echter, dat ik voor het annuleren van de verleende kapvergunning €157,- zou moeten betalen en dat ik geen restitutie zou krijgen voor de kapvergunning; bij elkaar was dit €321,-. Dat annuleren heb ik dus niet gedaan. In plaats daarvan besloot ik bezwaar aan te tekenen tegen de gang van zaken én de verleende kapvergunning bij het college van burgemeester en wethouders.

Volgens het bestuursrecht kan het college van burgemeester en wethouders haar belangen laten behartigen door een door hen aangewezen afdeling. Voor de gemeente Arnhem is dit juridische zaken. Juridische zaken besloot mijn klachten voor te leggen aan de algemene bezwarencommissie.
Voor mijn klachten aangaande de gang van zaken werd ik door juridische zaken én de algemene bezwarencommissie geadviseerd naar de Nationale ombudsman te stappen. Dit maakte mij wederom duidelijk, dat de gemeente Arnhem niet geïnteresseerd was en is om misstanden aan te kaarten, laat staan het beleid en/of zogenaamde dienstverlening aan de burger te verbeteren. Overigens kan ik aan de hand van meerdere dossiers aantonen, dat de Nationale ombudsman eveneens corrupt is en zich misdragende overheidsinstanties de hand boven het hoofd houdt. Dit verklaart waarom vele overheidsinstanties niet functioneren of zelfs corrupt zijn en de gemeente Arnhem mij linea recta doorverwees naar de Nationale ombudsman.

Het bleek dat de betrokken ambtenaren van de algemene bezwarencommissie middels leugens en misleiding er alles aan deden om de schijnbare rechtmatigheid van de kapvergunning in stand te houden. Wel werd mijn plicht tot herplant door de algemene bezwarencommissie op misleidende wijze ongedaan gemaakt met het doel misstanden en misdrijven onder de pet te houden. Volgens de wet was er in mijn situatie geen plicht tot herplant, maar dat werd niet medegedeeld door de algemene bezwarencommissie. Ambtenaren hadden mij tot herplant verplicht om mij te pesten en dat mocht niet duidelijk worden.

Van deze zitting is door de algemene bezwarencommissie een geluidsopname gemaakt. Er werd mij niet toegestaan zelf een opame te maken. De voorzitter had mij toegezegd, dat ik een kopie van deze geluidsopname zou krijgen.

Nadat ik via juridische zaken het schriftelijk advies van de algemene bezwarencommissie had ontvangen en gelezen, ontdekte ik dat het vellen van de stervende berk viel onder de uitzonderingsregel “onderhoud”. Onderhoud is niet vergunningplichtig. Door de algemene bezwarencommissie was met geen woord gerept over de vraagstelling of in het geval van de stervende berk wel eens sprake zou kunnen zijn van onderhoud. Gedurende de zitting werd het onderwerp “onderhoud” volledig genegeerd. Wat werd bedoeld met onderhoud, was niet gedefiniëerd in het bestemmingsplan van de wijk waarin ik woon, waarin wet- en regelgeving was opgenomen ten aanzien van het kappen van bomen.

In het document “Bomenplan Arnhem – maart 2020”, dat overigens geen wet is, staan echter wel voorbeelden genoemd aangaande het onderhoud van het groen in Arnhem, waaronder houtopstand. In het Bomenplan Arnhem staat bijvoorbeeld dat dode- en onveilige bomen langs drukke wegen en paden worden gesnoeid of gekapt en dat deze werkzaamheden behoren tot het onderhoud. De stervende boom in mijn tuin was ook onveilig en diende om die reden gekapt te worden, voordat deze schade zou aanrichten.

Omdat volgens de algemene bezwarencommissie de kapvergunning rechtmatig was, had ik de zaak aanhangig gemaakt bij de rechter bestuursrecht. Ik kreeg pas kennis van het document Bomenplan Arnhem, nadat ik mijn beroepschrift had ingediend bij de rechtbank. Omdat in het document Bomenplan Arnhem voor mij essentiële informatie stond, had volgens de wet open overheid de gemeente Arnhem mij op dit document moeten attenderen, maar had dit nagelaten. Het achterlaten van essentiële informatie om er zelf beter van de worden is een misdrijf. Voordat de zaak werd behandeld, had ik op tijd belangrijke kopieën uit dit document bij de griffie van de rechtbank ingeleverd, waarbij ik belangrijke citaten had onderstreept.

De rechter had echter in haar beslissing essentiële informatie over het onderhoud van bomen door de gemeente Arnhem achterwege gelaten en middels een volslagen onzinnige uitleg de schijnbare rechtmatigheid van de kapvergunning in stand gehouden. Deze beslissing was niet een per ongeluk gemaakte fout, maar was kwade opzet.

Door de betrokken ambtenaren, inclusief de algemene bezwarencommissie en de rechter bestuursrecht zijn diverse misdrijven gepleegd om de schijnbare rechtmatigheid van de kapvergunning in stand te houden. De zaak ligt sinds februari 2025 bij de Raad van State en op 9 september 2026 heeft de zitting plaatsgevonden.

Voor een uitgebreide gang van zaken heb ik de beschikking over onderstaande documenten, die ik vooralsnog niet in het openbaar plaats:

  1. Bezwaarschrift van René Mäkel – 4 september 2023
  2. Verweerschrift van Juridische zaken – 5 januari 2024
  3. Beslissing van de algemene bezwaarschriftencommissie – 18 maart 2024
  4. Beroepschrift van René Mäkel – 27 maart 2024
  5. Verweerschrift van Juridische zaken – 14 oktober 2024
  6. Zitting rechtbank bestuursrecht – 10 december 2024
  7. Beslissing van de rechter bestuursrecht – 17 januari 2025
  8. aangetekend hoger beroep bij Raad van State – 7 februari 2025

Op youtube staat op mijn kanaal deLOONSLAAF een uitgebreide videoreeks (playlist) over het dossier kapvergunning. Voor mensen die niet alle delen willen bekijken, geven onderstaande drie delen een beknopt overzicht van de gang van zaken, met uitzondering van het behandelen van de zaak bij de Raad van State. Lees verder onder de drie video’s.

Uitgebreid VERSLAG van het CONFLICT

Voor een uitgebreid verslag kan ook een videoreeks (playlist) worden bekeken op Youtube, waaruit ik hierboven 3 delen heb geplaatst.

In april 2023 wilde ik een ten gevolge van de droogte stervende berk in mijn achtertuin laten weghalen, omdat deze berk een gevaar was geworden voor de omgeving. In de buurt van de stervende berk liepen regelmatig mensen en (huis)dieren, zowel in mijn tuin als op aangrenzende grond van de gemeente. Verder stonden in de buurt van de berk woonhuizen, een tuinhuisje en een overdekte afkapping.

Er was geen ruimte om de boom vrij te laten vallen. De vakman, die bereid was de boom te vellen, wilde dit alleen doen, indoen dit zou verlopen volgens de wet- en regelgeving in Arnhem. Vervolgens ging ik op de website van de gemeente Arnhem op zoek naar informatie over wet- en regelgeving aangaande een kapvergunning. De verstrekte informatie over een kapvergunning op de website van de gemeente Arnhem was onduidelijk en onvolledig. Dit was vreemd, want de gemeente Arnhem was volgens de Wet Open Overheid verplicht deze informatie duidelijk en toegankelijk te presenteren aan de burgers. De gemeente Arnhem voldeed niet aan onderstaande artikelen uit deze wet:

Artikel 2.4 – Informatiehuishoudingsplicht:
het toegankelijk maken van overheidsinformatie.

Artikel 3.1 – Actieve openbaarmakingsplicht:
het uit eigen beweging openbaar maken van bepaalde overheidsinformatie;

Artikel 4.1 – Passieve openbaarmakingsplicht:
het op verzoek openbaar maken van gevraagde overheidsinformatie;

Alvorens bekeken wordt welke informatie de gemeente Arnhem in 2023 verschafte op haar website bij het onderwerp kapvergunningen, is het interessant aangaande de stervende berk passende informatie te halen uit het document “Bomenplan Arnhem – maart 2020”. De gemeente Arnhem verwees mij niet naar dit document, noch werd ik door een ambtenaar geattendeerd op het bestaan van dit document, ook niet bij de zitting van de algemene bezwarencommissie. Het Bomenplan Arnhem is geen wet, maar kan vanwege ontbrekende wet- en regelgeving wel worden gebruikt om duidelijkheid te verschaffen voor die gevallen waarin de wet tekort schiet. Uit dit document zijn voor mijn situatie onderstaande conclusies te trekken:

  1. Wet- en regelgeving aangaande kapvergunningen is sinds 1 januari 2014 onduidelijk;
  2. Onderhoud heeft betrekking op een individuele plant of een populatie planten;
  3. Een boom behoort tot de planten;
  4. In gevaarlijke situaties behoort het vellen van dode of gevaarlijke bomen tot het normale onderhoud, tenzij sprake is van een waardevolle boom;
  5. Bij dunning worden gezonde bomen geveld om andere bomen ruimte te geven. Dunning behoort tot het normale onderhoud;
  6. Bij normaal onderhoud is men niet verplicht tot herplant;
  7. Alleen bij het vellen van een waardevolle boom, ongeacht de staat van de boom, heeft men een kapvergunning nodig en is men verplicht tot herplant.
  8. In geval van nood of een gevaarlijke situatie moet meteen worden gekapt en kan een eventuele kapvergunning met plicht tot herplant achteraf worden geregeld.

Wanneer bovenstaande punten in ogenschouw worden genomen, dan blijkt met betrekking tot de stervende berk in mijn tuin, dat de definities voor “boom” (of houtgewas) en “onderhoud” onvolledig zijn gedefinieerd.

Voordat nieuwe wetgeving aangaande het kappen van bomen in Arnhem per 2014 werd ingevoerd, was enkel een kapvergunning vereist, indien de boom op 1,30 meter hoogte (borsthoogte) een stamdiameter had die groter was dan 25 centimeter. Sinds 2014 is niet gedefinieerd wanneer een boom te groot is om zonder vergunning te mogen kappen. Dit betekent bijvoorbeeld, dat zelfs voor het weghalen van zaailingen van net ontsproten eikels rond een eik een kapvergunning per zaailing benodigd zou zijn.

Ook is in de wet niet gedefinieerd wat wordt bedoeld met onderhoud aan een boom of aan het groen. Dunning wordt volgens het Bomenplan Arnhem wel gezien als onderhoud, maar wanneer sprake zou zijn van dunning is wederom heel ruim voor interpretatie vatbaar.

In het geval van de stervende berk in mijn achtertuin, waren in 2023 enkel onderstaande twee citaten uit het bestemmingsplan van toepassing. Ik had destijds geen weet van het citaat, dat ging over de uitzonderingsregel indien sprake was van onderhoud.

CITAAT 1

2.3.4. Aanlegvergunningen

a. Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgermeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:

1. vellen, rooien en beschadigen van houtgewassen;

{…}

b. Het in lid 2.3.4, sub a, vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van:

1. of werkzaamheden die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud betreffen;

Hieronder is een schermafdruk uit 2023 geplaatst van de website van de gemeente Arnhem. Hierop zou wet- en regelgeving te vinden moeten zijn over het kappen van bomen. Deze informatie is niet compleet, omdat deze niet compleet kan zijn. Ik wist dat ik in een beschermd gebied woonde en de website adviseerde mij de ODRA te bellen. Dat had ik niet gedaan, want ik wilde de wet- en regelgeving zelf inzien en wilde bovendien dat alle communicatie schriftelijk zou plaatsvinden. Om deze reden besloot ik op 5 mei 2023 een klacht in te dienen bij de gemeente Arnhem in de hoop duidelijke informatie te krijgen over de wet- en regelgeving aangaande een kapvergunning.

Anno 2024 kwam ik te weten, dat het sinds 2014 een puinhoop was aangaande de wet- en regelgeving m.b.t. een kapvergunning in de gemeente Arnhem, maar dit was dan op een politiek correcte manier beschreven in het document “Bomenplan Arnhem”, gedateerd maart 2020. Dit kan ook niet anders, want deze wet- en regelgeving is niet compleet en daarbij op bepaalde punten voor zeer ruime interpretatie vatbaar. Correcte wet- en regelgeving is niet alleen duidelijk en compleet, maar is eveneens niet voor interpretatie vatbaar. Daarnaast was (en is) in de gemeente Arnhem de regelgeving aangaande een kapvergunning voor burgers moeilijk (zo niet onmogelijk) te vinden en veroorzaakt daardoor in vele gevallen onduidelijkheid. Om deze reden werd (en anno 2026 nog altijd) burgers geadviseerd contact op te nemen met de ODRA (tegenwoordig ODGM: OmgevingsDienst Groene Metropool) voor verdere informatie.

Volgens het document “Bomenplan Arnhem” diende de ODRA meerdere keren per week vragen te beantwoorden van burgers aangaande een kapvergunning. Er stond niet in het “Bomenplan Arnhem”, dat het geven van een passend antwoord op deze vragen vanwege gebrekkige en onduidelijke wet- en regelgeving in diverse situaties voor interpretatie vatbaar was of dat zelfs een passend antwoord in bepaalde gevallen niet gegeven kon worden. Blijkbaar had dit tot gevolg dat medewerkers van de ODRA, in die gevallen waarin niet was voorzien, zelf regels gingen verzinnen. Maar zelfs in mijn geval, waarin volgens de wet sprake was van onderhoud en daarom de stervende berk zonder vergunning geveld kon worden, vond een ambtenaar het nodig mij te pesten en een vergunning aan te smeren.

Anno 2024 kwam ik ook te weten, dat onderhoud aan het groen in geheel Arnhem niet vergunningplichtig was volgens het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan gaf helaas geen definitie van de term “onderhoud”. De voor mij van toepassing zijnde definities waren wel te vinden in het “Bomenplan Arnhem”, waaruit hieronder vijf citaten zijn gegeven:

Op bladzijde 16:
“De gemeente gaat uit van bestendig beheer en onderhoud. Dat betekent dat de onderhoudsmaatregelen zijn gericht op de instandhouding van de boom, beplanting en zijn groeiplaats.”

Op bladzijde 17:
“Wel worden dode en onveilige bomen langs drukke wegen en paden gesnoeid of indien nodig gekapt. Al deze activiteiten vallen onder de noemer van normaal of bestendig beheer en onderhoud.”

Op bladzijde 21:
“Bij een groene bestemming is een vergunningplicht opgenomen voor het kappen van bomen en struiken. De vergunningplicht geldt niet voor normaal beheer en onderhoud en dunnen.”

Op bladzijde 25:
”In de Groenvisie zijn aanvullend meer regels ten aanzien van de groencompensatie vastgelegd. Voor bomen binnen een bestemming groen (Groen, Park, Bos, Natuur, Landschap) geldt eveneens een compensatieplicht. Voor normaal beheer en onderhoud geldt geen compensatieplicht.”

Op bladzijde 47, “bijlage 3, Definitielijst Bomenplan”:
“Compensatie:
Het vervangen van gekapte bomen door herplant, andere vorm van kwalitatief groen of financiële compensatie. Voor normaal beheer en onderhoud geldt geen compensatie.”

Volgens het “Bomenplan Arnhem” viel het kappen/vellen van de stervende berk in mijn achtertuin tot het normale beheer en onderhoud en was er om die reden geen plicht tot herplant.

Voor de duidelijkheid: de documenten het “Bomenplan Arnhem” en “Groenvisie” behoren niet tot de wet- en regelgeving, maar zijn prachtige propaganda folders m.b.t hoe goed de bestuurders bezig zijn met werken aan de toekomst voor een groene omgeving in- en rondom Arnhem. De harde waarheid valt te halen uit mijn “avontuur” met ambtenaren. De ambtenaren verzonnen zelf regels, lieten mij onzinnig werk verrichten, lapten wet- en regelgeving aan hun laars en pleegden daarbij meerdere soorten misdrijven om zowel de gepleegde misdrijven, als de begane waanzin tegen mij onder de pet te houden. Hierdoor nam niet alleen het aantal betrokken ambtenaren toe, maar werden de gepleegde misdrijven ook steeds ernstiger.

De uitzonderingsregel in het bestemmingsplan aangaande het “normale onderhoud” werd mij steevast onthouden en is zelfs niet aan de orde geweest tijdens de hoorzitting van de algemene bezwaarschriftencommissie op het gemeentehuis, terwijl al die tijd zowel de gemeente Arnhem als de algemene bezwaarschiriftencommissie volgens de Wet Open Overheid, Artikel 3.3, lid 1a, verplicht was mij de juiste wet- en regelgeving te presenteren.

Terug naar mijn vraag, die ik op 5 mei 2023 bij de gemeente Arnhem had neergelegd:

Hoe zat het met wet- en regelgeving in mijn specifieke geval, waarin sprake was van het vellen van een stervende berk in een gebied waar je niet vrij mocht kappen? Op een gegeven moment kwam ik per email in contact met een medewerker van de ODRA: Steve van den Boogaard. De ODRA is onder meer belast met het verstrekken van omgevingsvergunningen, waaronder een kapvergunning valt.

Gezien het feit, dat het kappen van de stervende berk in mijn achtertuin viel onder het normale onderhoud en dus nergens in de gemeente Arnhem vergunningplichtig zou zijn, zou je verwachten dat Steve van den Boogaard van de ODRA dit direct aan mij zou mededelen. Helaas verliep het anders en vond hij het nodig mij te pesten. Dit deed hij door bij mij informatie achter te houden, mij onjuiste informatie te verstrekken, mij op zoektocht te sturen naar informatie, mij onnodig aan het werk te zetten en mij uiteindelijk via een zeer omslachtige manier een kapvergunning te laten aanvragen, waarvoor ik achteraf ook nog eens €164, – diende te betalen. Dat allemaal voor een boom, die ik eigenlijk niet weg wilde hebben, maar die vanwege het gevaar zonder vergunning kon worden geveld. De verleende kapvergunning met plicht tot herplant was gedateerd op 15 augustus 2023.

Gedurende het contact met de Steve van den Boogaard van de ODRA kreeg ik op een gegeven moment in de gaten, dat hij mij moedwillig aan het pesten was. Ik waarschuwde hem, dat ik van de gang van zaken verslag zou doen op het internet. Vervolgens raakte meerdere ambtenaren van de ODRA bij de zaak betrokken en vonden zij het blijkbaar nodig mij een plicht tot herplant op te leggen bij de verleende kapvergunning. Deze plicht tot herplant was nergens in de wet- en regelgeving vastgelegd, maar hadden zij mij opgelegd om mij te pesten. Alle betrokken ambtenaren van de ODRA deden aan het pesten mee.

Begin september 2023 had ik bezwaar aangetekend tegen de verleende kapvergunning. In mijn bezwaarschrift had ik vele klachten ten aanzien van het functioneren van de gemeente Arnhem, de misdragingen van ambtenaren en de verleende kapvergunning. Dit bezwaar was gericht aan het college van burgemeester en wethouders, zoals het bestuursrecht voorschrijft.

DE ALGEMENE BEZWAARSCHRIFTENCOMMISSIE

Het college van burgemeester en wethouders heeft een afdeling in het leven geroepen om bezwaarschriften te behandelen: Juridische zaken. Mijn bezwaarschrift werd namens juridische zaken in behandeling genomen door Marion Kasteel. Het werd mij al snel duidelijk, dat Marion Kasteel niet geïnteresseerd was in eerlijkheid en integriteit, maar mij probeerde telefonisch te misleiden en vervolgens probeerde de procedure te frustreren door onder meer deze langer te laten duren, dan wettelijk was toegestaan.

Mijn reeks klachten werden door Marion Kasteel gerangschikt en gerubriceerd. Vervolgens verwees zij mij voor mijn klachten naar diverse afdelingen van de gemeente Arnhem en zelfs de Nationale Ombudsman. Ik had haar telefonische doorverwijzingen niet opgevolgd, want het was niet mijn zaak, dat de gemeente Arnhem zichzelf had onderverdeeld in diverse afdelingen; dat is precies wat criminele organistaties doen om verwarring te zaaien. Het vervolg van het in behandeling nemen van mijn bezwaarschfift liet zien, dat de gemeente Arnhem totaal niet geïnteresseerd was in de oorzaak van mijn klachten en dus niet geïnteresseerd was om deze oorzaken van mijn klachten waar mogelijk in de toekomst te verhelpen.

Uiteindelijk is er op 13 februari 2024 een hoorzitting bij de algemene bezwaarschriftencommissie geweest op het gemeentehuis, waarbij enkel de verleende kapvergunning werd behandeld. Voor mijn andere klachten aangaande de gang van zaken werd ik meteen doorverwezen naar de nationale ombudsman. Destijds begreep ik niet waarom voor een dergelijke eenvoudige zaak een kostbare hoorzitting werd georganiseerd, maar langzaam werd mij dit duidelijk: het was een schijnvertoning met als doel mij te misleiden! De schijnvertoning werd heel geraffineerd gespeeld, maar ze hadden één ding over het hoofd gezien: ze hadden te maken met een klokkenluider, die als missie had (en heeft) de misstanden en corruptie in Nederland naar buiten te brengen. Het idiote is, dat zij dit wisten, maar dat zij zich blijkbaar onaantastbaar achtten. Deze kapvergunning is het ultieme voorbeeld hoe verrot en corrupt de gehele overheid is en niet de burger van dienst is. Op zich is dit al verraad, landverraad en/of hoogverraad.

De voorzitter van de algemene bezwaarschriftencommissie stond mij niet toe een video opname van de zitting te maken. Dit vond ik vreemd, want de zitting was openbaar. Bovendien was het mijn zaak en waren alle andere gegadigden bij de zitting ambtenaren. Censuur vooraf is volgens de wet niet strafbaar, maar door de algemene bezwaarschriftencommissie zijn wel degelijk strafbare feiten gepleegd. Deze strafbare feiten zijn: liegen en/of misleiden, bewust achterhouden van essentiële informatie en valsheid in geschrifte.

Het advies van de algemene bezwaarschriftencommissie was gericht aan het college van burgemeester en wethouders en was gedateerd 18 maart 2024. Juridische zaken had vervolgens het advies overgenomen. De kapvergunning bleef geldig en dus ook de 164,- euro die ik voor de kapvergunning had moeten betalen. Wel kwam mijn plicht tot herplant te vervallen door gebruik te maken van een misleidende uitleg met het doel misstanden en misdrijven onder de pet te houden. Het misdrijf was, dat er geen wettelijke grond was om mij een plicht tot herplant op te leggen, maar ambtenaren hadden dit gedaan om mij te pesten. De door de voorzitter aan mij beloofde door de commissie zelf gemaakte geluidsopname van de hoorzitting werd mij alsnog geweigerd! Dit is censuur achteraf en is volgens de wet niet strafbaar, maar het gaat in dit geval wel om een document dat op verzoek aan een burger verstrekt zou moeten worden.

Bij het advies van de algemene bezwaarschriftencommissie was een bijlage “wet- en regelgeving” gevoegd. Deze bijlage bestond uit drie bladzijden tekst. Echter, veruit de meeste tekst met wet- en regelgeving was totaal niet van toepassing op mijn zaak. De enige reden die ik kan bedenken dat men dit had gedaan, was om ervoor te zorgen, dat ik door de bomen het bos niet meer zou zien en het belangrijkste stuk tekst aangaande de uitzonderingsregel in geval van onderhoud over het hoofd zou zien.

Indien de algemene bezwaarschriftencommissie eerlijk te werk was gegaan, dan had zij vanaf het begin van de zitting de wet- en regelgeving gegeven, die in mijn specifieke geval van toepassing was. Dit waren slechts twee korte passages uit het bestemmingsplan van de wijk waarin ik woon (de passages heb ik simpeler gemaakt):

Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgermeester en wethouders de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
vellen, rooien en beschadigen van houtgewassen;
Het vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van of werkzaamheden die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud betreffen;

Bij het behandelen van deze twee passages was meteen duidelijk geworden, dat deze twee passages verre van compleet waren, zodat hier sprake was van incomplete en dus slechte wet- en regelgeving. De gemeente Arnhem voldeed hier niet aan de Wet Open Overheid.

In het geval van de stervende berk in mijn achtertuin, was deze boom niet meer te redden en was deze dus verloren. Deze stervende berk moest vanwege het gevaar gecontroleerd worden geveld. Het kon niet anders, dan dat het vellen van deze boom moest worden beschouwd als onderhoud. Middels dicussiëren had men tot deze conclusie kunnen komen, maar dat had de commissie met opzet nagelaten.

Het advies van de algemene bezwaarschriftencommissie aan het college van burgemeester en wethouders zou moeten bevatten, dat de regelgeving onduidelijk, gebrekkig en ontoereikend was, maar dat in mijn specifieke geval sprake was van onderhoud, zodat een kapvergunning niet gerechtvaardigd was.

De zitting van de algemene bezwaarschriftencommissie was totaal onnodig, maar was een vooropgezet schijnproces, dat in gang was gezet door juridische zaken. Juridische zaken wist al jaren, dat de wet- en regelgeving aangaande kapvergunningen in Arnhem niet deugde. Bovendien wisten zij, dat het vellen van de stervende berk in mijn achtertuin niet vergunningplichtig was. Zij hadden deze gehele show georganiseerd, om misdrijven van betrokken ambtenaren te verbloemen. Zij hadden verwacht, dat ik het er verder bij zou laten, maar daarentegen is het volledig uit de hand gelopen door toedoen van de overheid.

DE BESTUURSRECHTER

Ik was in beroep gegaan bij de bestuursrechter tegen het advies van de algemene bezwaarschriftencommissie, dat werd opgevolgd door het college van burgemeester en wethouders. De zitting vond plaats op 10 december 2024. Eenvoudig gezegd waren mijn eisen dat de kapvergunning nietig diende te worden verklaard en dat mij de geluidsopname van de zitting van de algemene bezwarencommisssie zou worden overhandigd.

De rechter had mij in haar uitspraak van 17 januari 2025 volledig ongelijk gegeven. Volgens haar was de kapvergunning gerechtvaardigd en had ik geen recht om in het bezit te komen van de geluidsopname.

De rechter bestuursrecht en de griffier zijn bedriegsters, maar dat geldt voor de gehele overheid, het volledige ambtenarenapparaat, inclusief de rechterlijke macht en de nationale ombudsman. Deze eenvoudige zaak over een stervende berk, die vanwege de veiligheid moest worden gekapt, laat zien hoe de bestuursrechter met onzin, leugens en het achterhouden van belangrijke informatie een zich misdragende en zelfs criminele overheid beschermt. De bestuursrechter laat hiermee zien dat de gehele rechterlijke macht corrupt is, want zij weet immers, dat zij niet door haar collega’s wordt aangepakt.

Ik wilde beeld- en geluidsopnamen maken van de rechtszitting. Niet alleen zou de rechtszitting openbaar zijn, maar bestonden de twee andere partijen, de gemeente Arnhem en de rechterlijke macht, volledig uit ambtenaren en waren zij bovendien “professionele procesdeelnemers”, die ook nog eens werden betaald door de burger. Derhalve zou in een eerlijke en transparante rechtsstaat geen enkele reden zijn om mij te verbieden dergelijke opnamen te maken met het doel op het internet verslag te doen van de gang van zaken. Het mag duidelijk zijn, dat mij zowel bij de zitting van de algemene bezwaarschriftencommissie als de rechtszitting niet werd toegestaan opnamen te maken met als doel misstanden, curruptie en verborgen agenda’s bij de overheid zoveel mogelijk onder te pet te houden.

Destijds was ik nog niet op de hoogte van artikel 10 uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Op 13 mei 2026 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan (ECLI:NL:RBDHA:2026:11505) over het maken van opnamen door journalisten bij rechtszaken. In mijn geval, waarbij ik het handelen van de overheid aan de kaak stel en daarbij het handelen van ambtenaren vastleg, was en is er geen enkele reden om mij te verbieden opnamen te maken.

Aan het begin van de rechtszitting werd mij medegedeeld, dat mij niet werd toegestaan om opnamen te maken. Er werd mij niet verteld waarom mij dit niet werd toegestaan. Daarentegen staat duidelijk in de beslissing, dat mij was verteld dat het maken van opnamen volgens de huisregels niet was toegestaan. Dit is een keiharde leugen, waarvan het bewijs is vastgelegd op een door mij gemaakte video. Omdat ik geen opnamen mocht maken, weigerde ik bij een dergelijke schijnvertoning aanwezig te zijn en heb vervolgens de zaal verlaten. Ik had drie getuigen geregeld, die voor mij het verdere verloop van de zaak zouden aanschouwen.

De gemeente Arnhem had als verweer, dat in mijn geval sprake was van een levende boom en dat het vellen daardoor vergunningplichtig was. Bovendien wilde de gemeente niet dat ik in het bezit zou komen van de geluidsopname.

Ik beweerde dat de stervende berk niet kon worden onderhouden en dat het vellen behoorde tot het normale onderhoud. Daarbij beweerde ik, dat er geen wettelijke grond was mij de geluidsopname niet te doen toekomen.

Volgens de uitspraak van de bestuursrechter werd de stervende boom niet onderhouden, maar ging deze verloren, zodat voor het vellen van deze boom een kapvergunning benodigd was. Volgens de rechter mocht de geluidsopname van de zitting van de algemene bezwarencommissie mij geweigerd worden, omdat ik op het internet verslag zou gaan doen van deze zaak.

Aangaande het rechtvaardigen van de kapvergunning, refereerde de rechter naar jurisprudentie; een uitspraak van de Raad van State van 10 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1803. Echter, de rechter legde niet uit waarover deze uitspraak ging en waarom deze uitspraak van toepassing was op de situatie van de stervende berk in mijn achtertuin. Het ontbreken van een dergelijke uitleg past niet binnen een deugdelijke motivering, zoals volgens de (grond)wet verplicht is.

Nadat ik deze uitspraak van de Raad van State had gelezen, was ik tot de conclusie gekomen, dat deze zaak geen enkel raakvlak had met mijn zaak, behalve het kappen van bomen. In deze zaak ging het over twee gezonde bomen, die overigens anno 2026 nog altijd in goede gezondheid verkeren. In mijn zaak ging het over een ten dode opgeschreven boom, die niet behouden kon worden en vanwege het gevaar gecontroleerd geveld diende te worden.

In het geval van de stervende berk in mijn tuin waren enkel onderstaande twee citaten uit het bestemmingsplan van toepassing:

2.3.4. Aanlegvergunningen

a. Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgermeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:

1. vellen, rooien en beschadigen van houtgewassen;

{…}

b. Het in lid 2.3.4, sub a, vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van:

1. of werkzaamheden die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud betreffen;

Door de gemeente Arnhem is nergens in de wet gedefiniëerd wat moet worden verstaan onder geringe omvang en normaal onderhoud. Er is echter wel een document “Bomenplan Arnhem – maart 2020” waarin bruikbare voorbeelden en definities zijn gegeven. Geen enkele ambtenaar heeft mij op dit document gewezen, terwijl dat volgens de Wet Open Overheid wel had gemoeten. Daarbij had de gemeente Arnhem in januari 2025 interessante informatie op haar website staan, waaronder onderstaand citaat:

“Dode bomen of zwaar aangetaste bomen door ziekten of parasitaire zwammen kunnen gevaarlijk zijn. Daarom halen we deze weg.”

In januari 2025 waren in de gemeente Arnhem diverse bomen te vinden, die gekapt zouden worden, omdat deze bomen bijna dood waren en/of een gevaar opleverden voor de omgeving. Op de twee foto’s is te zien, dat de boom dan is gemarkeerd met oranje verf en een etiket (volgens de website een lint) met informatie.

De stervende berk in mijn tuin was niet alleen ten dode opgeschreven, maar was ook gevaarlijk. Dit betekende, dat het hierboven gegeven citaat volledig op de destijds stervende berk in mijn achtertuin van toepassing was.

Blijkbaar vindt de het college van B&W dat de gemeente zelf deze gevaarlijke bomen mag vellen, zonder een vergunning aan te vragen bij het bevoegd gezag, terwijl ik in 2023 wel verplicht werd een kapvergunning aan te vragen, terwijl de wet- en regelgeving hetzelfde is gebleven. Hier is tevens sprake van discriminatie!

Voorheen zou in dit geval de provicie Gelderland het bevoegd gezag zijn geweest. In 2013 werden taken ten aanzien van omgevingsvergunningen uitgevoerd door de ODRA, een samenwerkingsverband tussen de provincie Gelderland en diverse gemeenten in de regio Arnhem. Per 2026 is de ODRA (Arnhem) gefuseerd met de ODRN (Nijmegen) tot Omgevingsdienst Groene Metropool. Dit past allemaal in het plaatje van het centraliseren van macht en afhankelijkheid, waarbij de burger steeds minder zelfbeschikking heeft.

Op 25 november 2024 heb ik zelf enkele bladzijden uit het Bomenplan Arnhem – maart 2020 bij de griffie van de rechtbank ingediend voor het beroep dat bij de bestuursrechter zou plaatsvinden op 10 december 2024. Op deze ingediende bladzijden had ik bepaalde passages met blauwe pen aangestreept. De passages luidden:

bladzijde 16:
“De gemeente gaat uit van bestendig beheer en onderhoud. Dat betekent dat de onderhoudsmaatregelen zijn gericht op de instandhouding van de boom, beplanting en zijn groeiplaats.”

“Ook dunning kan deel uitmaken van normaal beheer en onderhoud als dat ecologisch verantwoord is.”

bladzijde 17:
“Wel worden dode en onveilige bomen langs drukke wegen en paden gesnoeid of indien nodig gekapt. Al deze activiteiten vallen onder de noemer van normaal of bestendig beheer en onderhoud.”

bladzijde 24:
“Voor gemeentelijke bomen met een stamomtrek van meer dan 35 cm en zogenaamde toekomstbomen volgt er een vergunningsaanvraag.”

“In sommige gevallen is er sprake van een uitzondering en is het aanvragen van een kapvergunning niet noodzakelijk. Dit geldt:

  • bij werkzaamheden die vallen onder ‘normaal beheer en onderhoud’, waaronder dunning;”

“In geval van acuut gevaar moet een boom direct worden geveld. De eventuele melding of vergunning volgt achteraf.”

bladzijde 38:
“Bij een afweging rondom overlast/hinder wordt eerst gekeken naar de boomveiligheid en verkeersveiligheid. Is daar acuut gevaar, dan wordt de vergunningsprocedure gestopt en wordt overgegaan tot noodkap.”

bladzijde 40:
“In sommige gevallen is er sprake van een uitzondering en is het aanvragen van een kapvergunning niet noodzakelijk. Dit geldt:

  • bij werkzaamheden die vallen onder ‘normaal beheer en onderhoud’, waaronder dunning (veelal in de bossen en parken);”

“In geval van acuut gevaar moet een boom direct worden geveld. De eventuele vergunning volgt achteraf.”

Bladzijde 46:
“Bestendig beheer en onderhoud is het uitvoeren van onderhoudsmaatregelen die gericht zijn op de instandhouding van de boom of beplanting.”

Verder had ik nog een paar definities aangestreept, maar die laat ik hier weg, omdat die geen toegevoegde waarde leveren.

MISDRAGINGEN, OVERTREDINGEN en MISDRIJVEN

Door de betrokken ambtenaren zijn drie soorten misdragingen, overtredingen en/of misdrijven begaan:

  1. Het niet naleven van de eed of belofte door een ambtenaar.
  2. Een ambtenaar is verplicht aangifte te doen bij de officier van justitie, wanneer de ambtenaar kennis heeft van een misdrijf. Het gaat om het Wetboek van Strafvordering, Artikel 162.
  3. Vele ambtenaren hebben diverse soorten (ambts)misdrijven gepleegd, zoals zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht. Per ambtenaar wordt behandeld welke misdrijven hij of zij heeft begaan.

1 – NIET NALEVEN van de EED of BELOFTE

Het door een ambtenaar niet naleven van de eed of belofte leidt niet per se tot rechtsvervolging, maar kan wel leiden tot ontslag. Dit ontslag wordt strafontslag of disciplinair ontslag genoemd. In tegenstelling tot een strafblad, dat bij lichtere vergrijpen na verloop van tijd kan vervallen, zodat men toch een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kan ontvangen, is dit niet het geval, wanneer een ambtenaar de eed of belofte niet heeft nageleefd; er is voor de ontslagen ambtenaar geen mogelijkheid meer om in de toekomst nog een functie bij de overheid te betrekken.

Strafontslag voor een ambtenaar kan worden vergeleken met ontslag op staande voet voor een burger.

In het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2019, nummer 346, staat het onderstaande aangaande de eed en belofte voor alle ambtenaren van de gemeente Arnhem. De tekst van de eed en belofte zijn hetzelfde, zij het dat bij een eed trouw wordt gezworen aan god en dat bij een belofte de verklaring wordt beloofd.

Ik zweer /beloof dat ik als ambtenaar in dienst van ……………………:

  1. rechtvaardig en integer handel;
  2. trouw ben aan de Grondwet en de andere wetten;
  3. mij inzet voor de rechten en het welzijn van alle inwoners van ……………………………;
  4. onpartijdig optreedt en de democratische beginselen en procedures respecteer;
  5. loyaal ben aan het bestuur en het beleid van …………………………;
  6. geen misbruik maak van mijn ambtelijke positie;
  7. zorgvuldig omga met informatie;
  8. de geloofwaardigheid van de ambtelijke positie niet schaadt;
  9. het vertrouwen van de inwoners niet beschaam;
  10. mezelf steeds de vraag stel of ik moreel juist handel.

Dat verklaar en beloof ik. Zo waarlijk helpe mij God almachtig

Voor de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) zijn een aparte eed en belofte opgenomen, waarvan hieronder de tekst van de belofte is weergegeven:

Ik verklaar:

  • geen giften of gunsten te hebben verleend om mijn dienstverband te verkrijgen;
  • mij bewust te zijn van het belang en de verantwoordelijkheid van mijn ambt;
  • kennis te hebben genomen van de gedragscode ambtelijke integriteit.

En beloof het volgende:

  • ik zal trouw zijn aan de Grondwet en de andere wetten van ons land;
  • ik zal mijn plichten als ambtenaar naar eer en geweten vervullen;
  • ik zal vertrouwelijke informatie niet openbaar maken;
  • ik zal geen giften of gunsten aanvaarden om als ambtenaar iets te doen of na te laten;
  • ik maak van mijn overheidspositie geen misbruik.

Dat verklaar en beloof ik

2 – VERPLICHT AANGIFTE DOEN bij de OFFICIER VAN JUSTITIE

Steve van den Boogaard van de ODRA was de eerste ambtenaar, die gezien zijn functie ter zake kundig was, maar het nodig vond mij te pesten. Vanaf dit moment werden er vele soorten misdrijven gepleegd door de betrokken ambtenaren. Het aantal betrokken ambtenaren nam gestaag toe, omdat ik het er niet bij liet zitten. Natuurlijk moet hierbij verschil worden gemaakt tussen betrokken ambtenaren, die niet ter zake kundig waren en/of een geringe rol speelden in de zaak, en ambtenaren die wel ter zake kundig waren. Alle ter zake kundige ambtenaren pleegden diverse soorten misdrijven om de voorgaande ambtenaren in bescherming te nemen.

De belangrijkste misdraging was het niet voldoen aan de aangifteplicht van misdrijven bij de officier van justitie, terwijl deze ter zake kundige ambtenaren zagen dat er niet alleen door Steve van den Boogaard misdrijven jegens mij werden gepleegd, maar ook door ambtenaren die Steve én andere ambtenaren in bescherming namen door zelf strafbare feiten te begaan. De aangifteplicht is vastgelegd in Artikel 162 in het Wetboek van Strafvordering.

Wanneer een ambtenaar zich niet houdt aan de aangifteplicht, is dit niet strafbaar. Dit blijkt uit de kamerstukken II 1982/83, 18054, nrs. 1-3, p. 10. Het niet voldoen aan de aangifteplicht is echter wel een misdraging, waardoor de betrokken ambtenaar zich niet heeft gehouden aan de eed of belofte.

Wetboek van Strafvordering, Artikel 162:

  1. Openbare colleges en ambtenaren die in de uitoefening van hun bediening kennis krijgen van een misdrijf met de opsporing waarvan zij niet zijn belast, zijn verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen, met afgifte van de tot de zaak betrekkelijke stukken, aan de officier van justitie of aan een van zijn hulpofficieren,

a. indien het misdrijf is een ambtsmisdrijf als bedoeld in titel XXVIII van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, …

b. indien het misdrijf is begaan door een ambtenaar die daarbij een bijzondere ambtsplicht heeft geschonden of daarbij gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken, …

3 – MISDRAGINGEN en MISDRIJVEN – algemeen

Het is soms discutabel welke misdragingen en misdrijven door ambtenaren zijn gepleegd. Daarom wordt hieronder eerst uiteengezet op welke manieren de ambtenaren zich hebben misdragen en/of misdrijven hebben gepleegd, zonder verwijzingen te geven naar de betreffende wetsartikelen. Hoewel hieronder soms namen van betrokken ambtenaren worden genoemd, worden de misdragingen en misdrijven per ambtenaar met naam en bijbehorende wetsartikelen in het hoofdstuk/deel behandeld: MISDRAGINGEN en MISDRIJVEN per ambtenaar.

  1. Achterhouden van wet- en regelgeving
    De gemeente Arnhem schreef inzake de kapvergunning de wet voor, maar liet vervolgens na deze betreffende wet- en regelgeving overzichtelijk en compleet te presenteren. Wanneer op de website van de gemeente Arnhem werd (en wordt) gekeken op de pagina dat gaat over kapvergunningen, wordt slechts een deel gegeven over de plaatselijke wet- en regelgeving aangaande het kappen van bomen.
    Volgens Wet Open Overheid, artikel 3.1, heeft de overheid de plicht wet- en regelgeving actief openbaar te maken.
  2. Achterhouden van wet- en regelgeving én achterhouden van essentiële informatie
    Gelijk vanaf mijn eerste contact met Steve van den Boogaard, hield hij informatie achter welke wet- en regelgeving op mijn situatie van toepassing was en stuurde hij mij op zoektocht, terwijl hij volgens de Wet Open Overheid mij deze informatie uit eigen beweging had moeten geven. Daarbij had hij moeten vertellen dat de definitie van “onderhoud” in de wet- en regelgeving niet was gegeven, maar dat deze wel was gegeven in het Bomenplan Arnhem. Het gevolg was, dat ik zonder vergunning de stervende berk kon weghalen.
  3. Onnodig aan het werk zetten
    Steve van den Boogaard stuurde mij op zoektocht naar informatie over een kapvergunning, terwijl hij mij direct van de juiste informatie had kunnen én had moeten voorzien. Tevens had Steve van den Boogaard voor mij de meest omslachtige manier gekozen waarmee ik een kapvergunning diende aan te vragen, die niet geschikt was voor het aanvragen van een kapvergunning.
  4. Achterhouden en misleiden
    Geen van de betrokken ambtenaren, ook niet van de algemene bezwaarschriftencommissie, heeft mij geattendeerd op de uitzonderingsregel in het bestemmingsplan, dat voor onderhoud aan het groen geen vergunning vereist was (en is). Ik werd hierop niet geattenteerd, omdat men het doel had de verleende kapvergunning in stand te houden. De algemene bezwaarschriftencommissie is met de misleiding heel ver gegaan.
  5. Misleiding en dwang
    Door misleiding werd ik gedwongen een kapvergunning aan te vragen, terwijl dit wettelijk niet gerechtvaardigd was. Vervolgens diende ik een rekening van €164,- te betalen. Deze rekening was niet gerechtvaardigd en de enige manier om deze rekening ongedaan te krijgen was om bezwaar aan te tekenen. Ik werd dus gedwongen de rekening te betalen. De misleidingen werden voortgezet door juridische zaken en de algemene bezwaarschriftencommissie met het doel de misstanden onder de pet te houden. Ik werd dus gedwongen een rechtszaak te beginnen om mijn geld terug te krijgen. De hoeveelheid geld en werk die ik daarin moest stoppen, stond niet in verhouding tot de €164,- die mij onterecht in rekening was gebracht.
  6. Valsheid in geschrifte
    Nout Jansen had in opdracht van Marion Kasteel een valse verklaring opgesteld. Volgens Nout Jansen zou in mijn tuin ruimte zijn voor herplant. Marion Kasteel had met voorbedachte rade deze valse verklaring gebruikt bij een juridische procedure en dat is ook een misdrijf. Ook de algemene bezwaarschriftencommissie heeft valsheid in geschrifte gepleegd, door essentiële communicatie over hetgeen tijdens de hoorzitting is gezegd achterwege te laten uit het verslag.
  7. Weigeren een openbaar document te overhandigen
    De algemene bezwaarschriftencommissie weigerde (en weigert) mij de door hen gemaakte geluidsopname van de zitting te verstrekken, terwijl deze mij nota bene aan het begin van de hoorzitting door de voorzitter was toegezegd. Niet alleen ben ik belanghebbende, maar is dit document ook nog eens openbaar.

De meeste ambtsmisdrijven zijn gepleegd in naam van het college van burgemeester en wethouders in Arnhem. Het college is verantwoordelijk voor deze gepleegde misdrijven. Volgens het bestuursrecht heeft het college de afdeling “juridische zaken” in het leven geroepen om bezwaarschriften tegen beslissingen van het college te behandelen. Daarbij heeft het college juridische zaken instructies gegeven. Deze instructies hebben niets te maken met eerlijkheid en integriteit.

ARTIKEL 21 uit de GRONDWET van 1938

Ik beschuldig in mijn filmpjes Ahmed Marcouch onder meer van incompetentie, criminaliteit en landverraad. Ik heb het dan nog niet eens gehad over hoogverraad, waar Ahmed Marcouch zich ook schuldig aan maakt.

Er is sprake van hoogverraad, indien een overheid zich niet bezig houdt met dienstverlening aan de eigen bevolking, maar zich tegen de eigen bevolking heeft gekeerd. Mijn avontuur aangaande de kapvergunning laat zien, dat de overheid mij niet van dienst is, maar zich tegen mij heeft gekeerd.

De gehele overheid doet ook aan landverraad. Hieronder staat een citaat uit de Grondwet uit het jaar 1938, die geldig was tot en met 1948. Het gaat om artikel 21:

De Koning der Nederlanden kan geene vreemde Kroon dragen.

In geen geval kan de zetel der regering buiten het Rijk worden verplaatst.

Het gaat om de tweede zin, dat in geen geval de zetel der regering buiten het Rijk kan worden geplaatst. De regering bestaat uit de koning(in) en de ministers.

Op 13 mei 1940 was koningin Wilhelmina naar Engeland gevlucht. Op zich beschouw ik dit niet als landverraad, maar zij had met deze actie wel haar recht op de troon opgegeven! In mei 1945 keerde zij definitief terug naar Nederland, maar deed alsof er niets aan de hand was, terwijl zij volgens de grondwet geen koningin meer was van Nederland. Feitelijk was met de vlucht van koningin Wilhelmina naar Engeland Nederland geen koninkrijk meer. Dit betekent dat het huidige koningshuis sinds 13 mei 1940 onwettig is, terwijl alle wetten worden ondertekend door de koning. Dit betekent dat alle wetten in Nederland onwettig zijn!

De gehele overheid, de wet- en regelgeving en het bijbehorende ambtenarenapparaat is onwettig. De gehele overheid pleegt sinds 13 mei 1940 landverraad, inclusief Ahmed Marcouch.

Het REFERENDUM voor de EUROPESE GRONDWET

Op 1 juni 2005 vond er in Nederland een referendum plaats over de Europese Grondwet. Bij dit referendum kon op onderstaande vraag met ja of nee worden geantwoord:

Bent u voor of tegen instemming door Nederland met het Verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa?

Ondanks dat de overheid een prachtige propaganda folder bij ieder huishouden in Nederland in de bus had laten bezorgen, waarbij vrijwel alleen de schijnbare voordelen van een Europese Grondwet werden gepresenteerd, was 61,5% van de uitgebrachte stemmen tegen. Overigens had ook Frankrijk op 29 mei 2005 middels een referendum de Europese Grondwet afgewezen. Lees verder onder de video.

De essentie van deze Europese Grondwet was, dat de Europese Unie, gevestigd in Brussel, belangrijke wetten zou voorschrijven voor de landen die bij deze Europese Unie waren aangesloten. De meerderheid van de mensen in Nederland en Frankrijk wilden dit niet. Zij wilden in hun eigen land wet- en regelgeving bepalen.

Op zich is het logisch dat mensen met een goed werkend verstand deze Europese Grondwet niet wilden, want je wilt niet dat een persoon voor jou gaat bepalen hoe je in je eigen huis moet leven, terwijl deze persoon in een ander land woont en verder niets met je te maken heeft. Het excuus, dat je zogenaamd democratische inspraak zou hebben hoe je thuis zou mogen leven, sloeg nergens op, want er zou immers overeenstemming moeten worden bereikt met miljoenen andere huishoudens uit vele landen. De zogenaamde persoonlijke democratische invloed zou hiermee volledig verdwijnen.

Toch schrijft de Europese Unie al jaren bij aangesloten landen wet- en regelgeving voor over zeer belangrijke onderwerpen, waaronder klimaat, milieu en “immigratie”. Zo worden deelnemende landen gewongen bepaalde hoeveelheden asielzoekers en/of zogenaamde vluchtelingen op te vangen uit verre landen. Dit uit zich in asielzoekerscentra die overal in Nederland uit de grond worden gestampt en de autochtone bevolking verdringt, doordat de autochtone bevolking bijvoorbeeld minder rechten heeft op huisvesting, dan de nieuwkomers. Deze nieuwkomers hebben daarbij vaak ook nog eens een culturele achtergrond, die niet kan samengaan met de oorspronkelijke Nederlandse cultuur. Deze Nederlandse cultuur is dan ook in rap tempo aan het verdwijnen, net als de autochtone Nederlander.

In plaats van een het invoeren van een Europese Grondwet, hebben de ware machthebbers het Verdrag van Lissabon in 2007 afgesloten. Je kunt het Verdrag van Lissabon op misleidende manier een verdrag noemen, een afspraak, een overeenkomst of wat dan ook, maar feit blijft, dat de uitwerking nagenoeg hetzelfde is als de uitwerking, die de Europese Grondwet had gehad. Dit betekent dat Brussel voor belangrijke zaken de wet voorschrijft aan deelnemende landen, waaronder Nederland.

Dat de Nederlandse overheid in 2007 het Verdrag van Lissabon heeft ondertekend is niets anders dan verraad jegens het eigen volk, maar past precies in een agenda, die al meer dan honderd jaar aan de gang is.
Het doel van deze agenda is het centraliseren van macht en afhankelijkheid, waarbij de macht bij een kleine groep psychopaten (satanisten) terecht komt, die zich al meer dan honderd jaar wereldwijd hebben georganiseerd en niet worden gehinderd door landsgrenzen.

In de praktijk betekent dit voor Nederland, dat Nederland niet meer in zijn eigen basisbehoeften kan voorzien en dat van saamhorigheid onder de bevolking geen sprake is. De bevolking zal compleet afhankelijk worden van de overheid. De grote steden in China zijn het grote voorbeeld wat hier komen gaat.

MISDRAGINGEN en MISDRIJVEN – wetsartikelen

De belangrijkste wet in dit slepende verhaal is de Wet Open Overheid. Indien de gemeente Arnhem zich had gehouden aan deze wet, dan was dit drama met vele ambtsmisdrijven niet ontstaan. De gemeente Arnhem had uit eigen beweging alle wet- en regelgeving aangaande de kapvergunning openbaar moeten maken op de website van de gemeente Arnhem op de pagina over kapvergunningen. De gemeente Arnhem kan zich niet verschuilen achter het excuus, dat in mijn geval alle informatie over een kapvergunning te vinden zou zijn in een bestemmingsplan, omdat de hierin gegeven informatie verre van compleet is. Om deze reden werd (en anno 2026 nog altijd) op de website van de gemeente Arnhem geadviseerd contact op te nemen met de ODRA (tegenwoordig: ODGM – OmgevingsDienst Groene Metropool). Tevens is de wet- en regelgeving aangaande het kappen van bomen over meerdere wetten en documenten verdeeld en verre van compleet. Bovendien kan van de burger niet worden verwacht, dat hij al deze wetten en andere documentatie gaat doorzoeken op zoek naar de passende informatie.

De in 2023 door de gemeente Arnhem gegeven wet- en regelgeving aangaande een kapvergunning voldeed niet aan de Wet Open Overheid, zoals deze destijds van kracht was. De gemeente Arnhem voldeed niet aan alle drie onderstaande artikelen uit deze wet:

Artikel 2.4 – Informatiehuishoudingsplicht:
het duidelijk toegankelijk maken van overheidsinformatie.

Artikel 3.1 – Actieve openbaarmakingsplicht:
het uit eigen beweging openbaar maken van bepaalde overheidsinformatie.

Artikel 4.1 – Passieve openbaarmakingsplicht:
het op verzoek openbaar maken van gevraagde overheidsinformatie.

Ook wil ik in het bezit komen van de door de algemene bezwarencommissie gemaakte geluidsopname van de hoorzitting op het gemeentehuis. De voorzitter stond mij niet toe zelf een opname te maken en zei mij toe, dat ik een kopie kreeg van de door hen gemaakte geluidsopname. Later weigerde de algemene bezwarencommissie mij deze geluidsopname te overhandigen. Dit is niet alleen liegen, maar ook niet volgens de Wet Open Overheid.

Wet Open Overheid, artikel 5.1 – uitzonderingen

Hier worden de uitzonderingen genoemd waarbij de overheid niet verplicht is openheid van zaken te geven. Het argument van de algemene bezwarencommissie, om niet met hun stemgeluid op het internet te horen zijn of iets wat daarop lijkt, wordt niet genoemd.

Hoewel het niet voldoen aan de bovengenoemde artikelen uit de Wet Open Overheid op zich al zeer ernstig is, is het volgens de wet geen misdrijf. Echter, het achterhouden van informatie volgens het Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b, lid 1 is wel een misdrijf.

Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b – achterhouden informatie

  1. Hij die, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaat tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, wordt, indien het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Er is door diverse ambtenaren op schrift (en bij zittingen) moedwillig gelogen. Ook is door juridische zaken aan een deskundige ambtenaar gevraagd een valse rapportage of verklaring af te leggen. Deze valse verklaring werd door juridische zaken gebruikt bij de hoorzitting van de algemene bezwaarschriftencommissie.

Wetboek van Strafrecht, Artikel 225 – valsheid in geschrifte

  1. Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
  2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van het valse of vervalste geschrift alsware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik.

Door het achterhouden van informatie en het verstrekken van leugens werd ik door een ambtenaar met een machtspositie gedwongen een omgevingsvergunning aan te vragen, waarvoor ik achteraf ook nog eens €164,- diende te betalen.

Wetboek van Strafrecht, Artikel 284 – dwang

  1. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft:

1°. hij die een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden;

2°. hij die een ander door bedreiging met smaad of smaadschrift dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden.

Onderstaand artikel 318 is niet op mijn geval van toepassing, maar is m.b.t. de hoogte van de straffen zeker interessant.

Wetboek van Strafrecht, Artikel 318 – afdreiging en chantage

  1. Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim iemand dwingt hetzij tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van een schuld of het teniet doen van een inschuld, hetzij tot het ter beschikking stellen van gegevens, wordt als schuldig aan afdreiging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

In mijn geval zijn listige kunstgrepen toegepast om mij te pesten, onnodig aan het werk te zetten (dwingen iets te doen) en mij een schuld van €164,- te laten aangaan.

Wetboek van Strafrecht, Artikel 326 – bedrog en oplichting

  1. Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Indien de gemeente Arnhem of de algemene bezwaarschriftencommissie de geluidsopname van de hoorzitting zullen verduisteren (met het doel bewijs te vernietigen), staat daarop volgens artikel 361 onderstaande straf.

Wetboek van Strafrecht, Artikel 361 – verduistering bewijs

  1. De ambtenaar of een ander met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon, die opzettelijk zaken bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, akten, bescheiden of registers, welke hij in zijn bediening onder zich heeft verduistert, vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt, of toelaat dat zij door een ander worden weggemaakt, vernield, beschadigd of onbruikbaar gemaakt, of die ander daarbij als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie.

Wetboek van Strafrecht, Artikel 365 – misbruik gezag

De ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Wetboek van Strafrecht, Artikel 47 – Deelneming aan strafbare feiten

  1. Als daders van een strafbaar feit worden gestraft:

1°. zij die het feit plegen, doen plegen of medeplegen;

2°. zij die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen het feit opzettelijk uitlokken.

Wetboek van Strafrecht, Artikel 48 – Deelneming aan strafbare feiten

Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft:

1°. zij die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf;

2°. zij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van het misdrijf.

Wetboek van Strafrecht, Artikel 51 – Deelneming aan strafbare feiten

  1. Strafbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen.
  2. Indien een strafbaar feit wordt begaan door een rechtspersoon, kan de strafvervolging worden ingesteld en kunnen de in de wet voorziene straffen en maatregelen, indien zij daarvoor in aanmerking komen, worden uitgesproken:

1°. tegen die rechtspersoon, dan wel

2°. tegen hen die tot het feit opdracht hebben gegeven, alsmede tegen hen die feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging, dan wel

3°. tegen de onder 1° en 2° genoemden te zamen.

Juridische zaken van de gemeente Arnhem heeft met opzet de procedure gefrustreerd door deze te rekken. Dit tijdrekken was zelfs langer, dan volgens de wet is toegestaan. Op zich is dit geen misdrijf, maar een misdraging, dat volledig past bij het gedrag van de betrokken ambtenaren.

Algemene Wet Bestuursrecht 7:10, lid 1 en lid 3:

  1. Het bestuursorgaan beslist binnen zes weken of – indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 is ingesteld – binnen twaalf weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
  2. {…}
  3. Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste zes weken verdagen.

Verder zijn onderstaande wetsartikelen wellicht interessant.

Grondwet Artikel 110 – Openbaarheid van bestuur

In artikel 110 wordt verwezen naar de Wet openbaarheid van bestuur.

(tekst hier weggelaten)

Artikel 21 RV, Wetboek van burgelijke rechtsvordering:

Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

De ODRA had mij van informatie moeten verschaffen aangaande de wet- en regelgeving (volgens website van de gemeente)… en geen enkele ambtenaar had daarna alsnog alle benodigde informatie verschaft!!

De gemeente Arnhem geeft regelmatig opdracht bomen te vellen die stervende zijn en noemt dit onderhoud. Overigens beweert juridische zaken dat de gemeente Arnhem wel voor deze stervende bomen een kapvergunning aanvraagt bij het bevoegd gezag (ODRA), maar heeft geen bewijs gegeven voor deze bewering. De gemeente Arnhem heeft zelf vele bomen gekapt en van drie bomen heb ik middels de Wet Open Overheid gevraagd aan mij de verleende kapvergunning(en) te overhandigen. Deze gegevens bleken echter niet beschikbaar, zodat de conclusie kan worden getrokken, dat de gemeente Arnhem deze bomen had geveld en dit beschouwde als onderhoud en dus niet vergunningplichtig.

Hierbij verkondigt juridische zaken niet alleen leugens, maar is ook sprake van discrimminatie, want ik diende immers wel een kapvergunning aan te vragen. Welke wetten er zijn ten aanzien van discrimminatie is voor mij niet helemaal duidelijk. Wellicht hebben mensen tips.

Discrimminatie

Wetboek van Strafrecht, Artikel 90 quater

Wetboek van Strafrecht, Artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht stelt aanzetten tot haat, tot discriminatie of tot geweld strafbaar. De tekst in het wetboek luidt:

“Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.”

MISDRAGINGEN en MISDRIJVEN – per ambtenaar

Alle onderstaande ambtenaren hadden niet voldaan aan de plicht om aangifte te doen van strafbare feiten, zoals is vastgelegd in het Wetboek van strafvordering, Artikel 162. De enige uitzondering hierop is Steve van den Boogaard, die zelf deze kettingreactie van misdragingen en strafbare feiten was begonnen. Ambtenaren die in beeld kwamen na Steve van den Boogaard hadden ook andere (ambts)misdrijven gepleegd.

1 – Steve van den Boogaard – ODRA, functie: Team Advies Bouw en Leefomgeving

Steve van den Boogaard is de initiator van deze hele serie misdragingen en (ambts)misdrijven. Hij was bij machte én verplicht mij vanaf het eerste contact te voorzien van de juiste informatie. Deze informatie was heel eenvoudig: het weghalen van een stervende boom viel volgens het bestemmingsplan onder het normale onderhoud en was derhalve niet vergunningplichtig. Een (onhandige) definitie van onderhoud was gegeven in het document “Bomenplan Arnhem”.

Steve van den Boogaard gebruikte zijn machtspositie om mij te misleiden, te bedriegen en op te lichten, mij onnodig aan het werk te zetten en mij te dwingen onnodig via een omslachtige manier een kapvergunning aan te vragen, waarna ik vervolgens werd gedwongen een rekening van €164,- te betalen.

Steve van den Boogaard had zich op onderstaande punten misdragen:

  • Niet houden aan de eed of belofte voor ambtenaren van de ODRA;
  • Wet Open Overheid, Artikel 3.3: achterhouden van wet- en regelgeving.

Steve van den Boogaard had onderstaande misdrijven begaan:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 284: dwang;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 326: bedrog en oplichting;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 365: misbruik gezag.

2 – Aline Bulten – ODRA, functie: vergunningverleenster

Aline Bulten had de kapvergunning met plicht tot herplant aan mij verleend. Zij had daarbij contact gehad met haar collega Steve van den Boogaard, die mij een noodkapvergunning wilde verlenen, terwijl een noodkapprocedure niet bestaat bij de gemeente Arnhem. Ik werkte hieraan niet mee, omdat het contact met de ODRA dan telefonisch zou verlopen.

Gezien haar functie, wist Aline Bulten dat onderhoud aan het groen niet vergunningplichtig was en had zij dat aan mij moeten mededelen. Bovendien had zij waarschijnlijk van hogerhand opgedragen gekregen mij toch een herplantplicht op te leggen, terwijl zij mij eerder had gemaild, dat deze plicht tot herplant in mijn geval niet van toepassing was. Zij wist dus dat een plicht tot herplant niet gerechtvaardigd was, maar deze plicht tot herplant paste in het plaatje om het systeem te misbruiken om mij te pesten. Ik heb haar meerdere malen gewaarschuwd.

Aline Bulten heeft zich niet gehouden aan de aangifteplicht, zoals is vastgelegd in het Wetboek van strafvordering, artikel 162, is tevens medeplichtig aan de misdragingen van Steve van den Boogaard en heeft zelf misdrijven gepleegd, door mij een kapvergunning te verlenen én een plicht tot herplant op te leggen.

Aline Bulten had zich op onderstaande punten misdragen:

  • Niet houden aan de eed of belofte voor ambtenaren van de ODRA;
  • Wet Open Overheid, Artikel 3.3: achterhouden van wet- en regelgeving;
  • Wetboek van Strafvordering, Artikel 162: aangifteplicht.

Aline Bulten is medeplichtig aan onderstaande misdrijven:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 47, 48 en 51: Deelneming aan strafbare feiten;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 284: dwang;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 326: bedrog en oplichting;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 365: misbruik gezag.

Aline Bulten had onderstaande misdrijven begaan:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 284: dwang;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 326: bedrog en oplichting;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 365: misbruik gezag.

3 – Wolter Ziggers – ODRA, functie: klachtencoördinator

Wolter Ziggers deed er alles aan om mijn klachten te frustreren en wilde mijn vragen niet beantwoorden. Dit deed hij om Steve van den Boogaard en Aline Bulten in bescherming te nemen.

Wolter Ziggers had zich op onderstaande punten misdragen:

  • Niet houden aan de eed of belofte voor ambtenaren van de ODRA;
  • Wet Open Overheid, Artikel 3.3: achterhouden van wet- en regelgeving;
  • Wetboek van Strafvordering, Artikel 162: aangifteplicht.

Wolter Ziggers is medeplichtig aan onderstaande misdrijven:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 47, 48 en 51: Deelneming aan strafbare feiten;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 284: dwang;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 326: bedrog en oplichting;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 365: misbruik gezag.

Wolter Ziggers had onderstaande misdrijven begaan:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie.

4 – Annette Prent – ODRA, functie: manager uitvoering

De handtekening van Annette Prent staat onder de verleende kapvergunning. Daarbij is zij als manager verantwoordelijk voor het functioneren van de ambtenaren onder haar. Als manager uitvoering is zij (mede) verantwoordelijk voor de misdragingen en misdrijven, die door haar ondergeschikten zijn gepleegd. Het is echter niet te bewijzen, dat zij op de hoogte was van deze zaak. Daarbij gaat het bij “deelneming aan strafbare feiten” alleen over strafbare feiten en dus niet over misdragingen.

Annette Prent is medeplichtig aan onderstaande misdrijven:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 47, 48 en 51: Deelneming aan strafbare feiten;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 284: dwang;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 326: bedrog en oplichting;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 365: misbruik gezag.

5 – Marion Kasteel – Juridische zaken, functie: juridish adviseur omgevingsrecht

Marion Kasteel is meester in de rechten en juridisch adviseur omgevingsrecht bij de afdeling juridische zaken. Zij heeft er niet alleen alles aan gedaan mijn klachten te frustreren, maar zij vertegenwoordigt ook het college van burgemeester en wethouders bij het behandelen van mijn klachten.

Marion Kasteel had een deel van mijn klachten voorgelegd aan de algemene bezwaarschriftencommissie en gedurende de hoorzitting het college van burgemeester en wethouders vertegenwoordigd. Bovendien wist zij gezien haar functie, dat onderhoudswerkzaamheden aan het groen niet vergunninplichtig waren.

Marion Kasteel had zich niet gehouden aan de wettelijke termijn waarbinnen ik antwoord had moeten krijgen op mijn klachten. Deze wettelijke termijn was vastgesteld in artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht en bedroeg in mijn geval totaal 18 weken, inclusief 6 weken verdaging. Ik kon binnen 6 weken bezwaar aantekenen tegen de verleende vergunning, die inging op de dag na de bekendmaking van de vergunning. De wettelijke termijn bedroeg in mijn geval 24 weken, vanaf de dag na bekendmaking van de verleende vergunning.

De bekendmaking van de verleende vergunning was 15 augustus 2023. Een dag na de bekendmaking van verleende vergunning was 16 augustus 2023 en 24 weken later was 31 januari 2024. De beslissing van juridische zaken in naam van het college van burgemeester en wethouders zou voor 31 januari genomen moeten worden. De beslissing was echter genomen op 18 maart 2024 en verzonden op 19 maart. Dit was ruim anderhalve maand te laat.

Voor klachten, die niet direct betrekking hadden op de verleende kapvergunning, verwees Marion Kasteel mij door naar andere afdelingen binnen de gemeente Arnhem en de nationale Ombudsman. Zij gaf hiermee impliciet aan, dat het college van burgemeester en wethouders niet geïnteresseerd was in een goed functionerende organisatie, maar er alles aan deed om klachten te frustreren.

Marion Kasteel had mij moeten mededelen, dat de verleende kapvergunning niet gerechtvaardigd was en waarom. In plaats daarvan had zij de leugens in stand gehouden en daarbij ook nog eens nieuwe leugens toegevoegd; Marion Kasteel had gebruik gemaakt van een valselijk opgemaakt document, waaruit volgens een boomkundige bij de gemeente Arnhem, Nout Jansen, zou blijken, dat er ruimte zou zijn voor herplant in mijn achtertuin.

Marion Kasteel had zich op onderstaande punten misdragen:

  • Niet houden aan de eed of belofte voor ambtenaren van de gemeente Arnhem;
  • Wet Open Overheid, Artikel 3.3: achterhouden van wet- en regelgeving;
  • Wetboek van Strafvordering, Artikel 162: aangifteplicht.

Marion Kasteel is medeplichtig aan onderstaande misdrijven:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 47, 48 en 51: Deelneming aan strafbare feiten;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 284: dwang;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 326: bedrog en oplichting;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 365: misbruik gezag.

Marion Kasteel had onderstaande misdrijven begaan:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 225, lid 2: valsheid in geschrifte;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie.

6 – Nout Jansen – Gemeente Arnhem: Beheerder Bomen, Boomkundige, Afdeling Beheer

Nout Jansen had een valse rapportage opgesteld. Uit deze valse rapportage zou moeten blijken, dat in mijn tuin ruimte was voor herplant na het kappen van de stervende berk. Nout Jansen had deze rapportage opgesteld in opdracht van Marion Kasteel van juridische zaken. Nout Jansen wist op voorhand, dat zijn rapportage zou worden gebruikt als “bewijs” bij een hoorzitting. Uit hoofde van zijn functie wist hij dat voor het kappen van een stervende berk geen vergunning benodigd was en dat een plicht tot herplant niet wettig was. Nout Jansen had zijn rapportage opgesteld, zonder dat hij in mijn tuin was geweest.

Nout Jansen had zich op onderstaande punten misdragen:

  • Niet houden aan de eed of belofte voor ambtenaren van de gemeente Arnhem;
  • Wet Open Overheid, Artikel 3.3: achterhouden van wet- en regelgeving;
  • Wetboek van Strafvordering, Artikel 162: aangifteplicht.

Nout Jansen is medeplichtig aan onderstaande misdrijven:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 47, 48 en 51: Deelneming aan strafbare feiten;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 284: dwang;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 326: bedrog en oplichting;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 365: misbruik gezag.

Nout Jansen had onderstaande misdrijven begaan:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 225, lid 1: valsheid in geschrifte;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie.

7 – L.M.P. Servais – Juridische zaken: heffingsambtenaar

L.M.P. Servais is meester in de rechten. Hij heeft uiteindelijk gereageerd op mijn bezwaar tegen de hoogte van de leges van de kapvergunning. Waarschijnlijk had hij van Marion Kasteel de opdracht gekregen mijn klacht ten aanzien van de leges te behandelen. L.M.P. Servais moet ook weten, dat deze kapvergunning te maken had met onderhoud aan het groen en dat onderhoudswerkzaamheden niet vergunningplichtig zijn. De baas van L.M.P. Servais is mevr. Mr N.T.E.V. Eerden-Creemers, die de brief van L.M.P. Servais heeft ondertekend. Het is niet te bewijzen of L.M.P. Servais inderdaad op de hoogte was, dat de verleende kapvergunning onrechtmatig was, maar als baas is zij verantwoordelijk en dus medeplichtig.

8 – C. van Leur – ODRA: toezichthouder

C. van Leur kreeg de opdracht toezicht te houden op de werkzaamheden behorende bij de verleende kapvergunning. Er zou toezicht worden gehouden of ik zou voldoen aan mijn opgelegde plicht tot herplant. De brief was verstuurd door Gerdie Nansink, maar was opgesteld door C. van Leur. In de brief werd gerefereerd naar de het kappen van de door droogte deels dode berk. Gezien zijn functie als toezichthouder bij de ODRA, wist C. van Leur dat deze verleende kapvergunning met plicht tot herplant onwettig was en had hij mij dit moeten mededelen.

C. van Leur had zich op onderstaande punten misdragen:

  • Niet houden aan de eed of belofte voor ambtenaren van de ODRA;
  • Wet Open Overheid, Artikel 3.3: achterhouden van wet- en regelgeving;
  • Wetboek van Strafvordering, Artikel 162: aangifteplicht.

C. van Leur is medeplichtig aan onderstaande misdrijven:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 47, 48 en 51: Deelneming aan strafbare feiten;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 284: dwang;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 326: bedrog en oplichting;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 365: misbruik gezag.

C. van Leur had onderstaande misdrijven begaan:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie.

9 – M.C. Arnoldus – Algemene Bezwaarschriftencommissie: voorzitter

M.C. Arnoldus is meester in de rechten. Gedurende- en na de hoorzitting waren eveneens misdrijven gepleegd door de algemene bezwaarschriftencommissie. Het gaat om achterhouden van essentiële informatie, misleiding en valsheid in geschrifte.

De commissie had gedurende de zitting informatie uit het bestemmingsplan achtergehouden, dat volgens dit bestemmingsplan geen vergunning benodigd zou zijn voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden. De commissie had dit wel gemeld in een bijlage, dat ging over de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Door te verzwijgen, dat het in mijn geval onderhoudswerkzaamheden betrof, gaf de commissie hiermee impliciet toe, dat men wist dat voor deze kapvergunning iedere wettige grond ontbrak, afgezien van het feit, dat de commissie hoorde te weten, dat voor onderhoudswerkzaamheden geen vergunning was vereist.

Ik wilde van de gehele hoorzitting met mijn mobiele telefoon een opname maken en vroeg aan de voorzitter of hij dit toestond. Hij stond dit niet toe. Als reden gaf hij op, dat in het verleden mensen met opnames hadden “geknipt en geplakt” om zodoende een verkeerd beeld te geven van de gang van zaken. Bovendien gaf hij aan, dat zij zelf een geluidsopname maakten van de zitting en deze geluidsopname werd mij door de voorzitter toegezegd. In het schriftelijk advies van de bezwaarschriftencommissie werd mij deze geluidsopname geweigerd, terwijl er geen wettelijke grond is mij deze geluidsopname te weigeren.

Omdat mij de geluidsopname is geweigerd, is een schriftelijk verslag van de zitting bij het advies gevoegd. Dit verslag laat op een zeer belangrijk punt informatie achterwege: de reden waarom de voorzitter mij niet toestond een opname van de zitting te maken én dat de voorzitter mij de door de commissie gemaakte geluidsopname had toegezegd. Omdat het verslag de essentie van de zitting moet weergeven en de video- en/of geluidsopname een zeer belangrijk punt is van discussie, want deze werd mij immers uiteindelijk geweigerd, is hier sprake van een opzettelijk onjuiste weergave van de gang van zaken. Dit is valsheid in geschrifte.

De algemene bezwaarschriftencommissie heeft mijn plicht tot herplant onwettig verklaard. Hierbij is zowel tijdens de hoorzitting door de voorzitter, als in het advies van de commissie misleiding toegepast om de gemeente Arnhem en ODRA te beschermen. De ODRA had mij de plicht tot herplant opgelegd, terwijl hiervoor geen wettelijke grond was. De wijze waarop deze plicht tot herplant was ontstaan wijst op pure pesterij met misbruik van machtsposities. Om deze machtsmisbruik en pesterij te verdoezelen, gaf de commissie aan, dat de plicht tot herplant kwam te vervallen, omdat in een email van de ODRA mij eerder was toegezegd dat in mijn geval geen plicht tot herplant was. Volgens de commissie was deze toezegging rechtsgeldig. Maar deze toezegging per email deed wat betreft rechtsgeldigheid niet ter zake, omdat er geen wettelijke grond was mij te verplichten tot herplant, afgezien van het feit, dat betrokken ambtenaren wisten dat zij mij aan het pesten waren.

De gehele bezwaarschriftencommisie, inclusief de secretaris, heeft aan bovengenoemde misdragingen en misdrijven meegewerkt.

Doordat de algemene bezwaarschriftencommissie door het achterhouden van informatie de verleende kapvergunning in stand heeft gehouden, is de commissie medeplichtig aan door de ambtenaren van de ODRA gepleegde misdrijven.

Het is mij onduidelijk welke eed of belofte ambtenaren van de algemene bezwaarschriftencommissie hebben afgelegd, met uitzondering van de aanwezige secretaris, die in directe dienst was van de gemeente Arnhem.

M.C. Arnoldus had zich op onderstaande punten misdragen:

  • Niet houden aan de eed of belofte voor ambtenaren ???;
  • Wet Open Overheid, Artikel 3.3: achterhouden van wet- en regelgeving.

M.C. Arnoldus is medeplichtig aan onderstaande misdrijven:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 47, 48 en 51: Deelneming aan strafbare feiten;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 284: dwang;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 326: bedrog en oplichting;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 365: misbruik gezag.

M.C. Arnoldus had onderstaande misdrijven begaan:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 225, lid 1: valsheid in geschrifte;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 326: bedrog en oplichting???;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 365: misbruik gezag.

10 – Mevrouw R. Bouwmeester – Algemene Bezwaarschriftencommissie: lid

R. Bouwmeester is meester in de rechten.

Voor R. Bouwmeester geldt hetzelfde als M.C. Arnoldus.

11 – J.M.N. Packbier – Algemene Bezwaarschriftencommissie: lid

J.M.N. Packbier is meester in de rechten.

Voor J.M.N. Packbier geldt hetzelfde als M.C. Arnoldus.

12 – Mevrouw B.C. Evers – Algemene Bezwaarschriftencommissie: secretaris

B.C. Evers is meester in de rechten.

Voor B.C. Evers geldt hetzelfde als M.C. Arnoldus, zij het dat zij in dienst was van de gemeente Arnhem, juridische zaken, waardoor haar eed of belofte bekend is.

13 – C. van de Loosdrecht – Juridische zaken: afdelingshoofd

C. van de Loosdrecht is meester in de rechten en afdelingshoofd van Juridische zaken. C. van de Loosdrecht handelt in naam van het college van burgemeester en wethouders in Arnhem. Hij heeft de brief ondertekend, waarin juridische zaken het advies van de algemene bezwaarschriftencommissie had overgenomen om mijn plicht tot herplant te laten vervallen. Hij moest weten dat voor het onderhoud aan het groen geen vergunning was vereist en dat een plicht tot herplant niet wetttig was. Buiten dat, is hij afdelingshoofd en verantwoordelijk voor het functioneren van juridische zaken. Hij had aangifte bij justitie moeten doen van deze misdrijven.

C. van de Loosdrecht heeft dezelfde misdragingen en misdrijven begaan als Marion Kasteel, die ondergeschikt is aan C. van de Loosdrecht.

14 – mr. R.A. Bozdag – Juridische zaken

Ik was in beroep gegaan tegen het advies van de algemene bezwaarschriftencommissie bij de bestuursrechter. De zitting was op 10 december 2024. Eenvoudig gezegd waren mijn eisen, dat de kapvergunning onwettig was en dus nietig moest worden verklaard. Daarbij wilde ik de geluidsopname van de hoorzitting in mijn bezit krijgen.

R.A. Bozdag vertegenwoordigde samen met Marion Kasteel het college van burgemeester en wethouders. Hij bleef in de leugens van de gemeente Arnhem volharden, dat in mijn geval bij het weghalen van de stervende berk geen sprake was van onderhoud en dat ik niet de geluidsopname mocht ontvangen, zonder dat hij daarvoor een wettelijke grond gaf. R.A. Bozdag was volledig op de hoogte van het dossier. Anders dan Marion Kasteel heeft hij geen valsheid in geschrifte gepleegd.

R.A. Bozdag had zich op onderstaande punten misdragen:

  • Niet houden aan de eed of belofte voor ambtenaren van de gemeente Arnhem;
  • Wet Open Overheid, Artikel 3.3: achterhouden van wet- en regelgeving;
  • Wetboek van Strafvordering, Artikel 162: aangifteplicht.

R.A. Bozdag is medeplichtig aan onderstaande misdrijven:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 47, 48 en 51: Deelneming aan strafbare feiten;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 284: dwang;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 326: bedrog en oplichting;
  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 365: misbruik gezag.

R.A. Bozdag had onderstaande misdrijven begaan:

  • Wetboek van Strafrecht, Artikel 227b: achterhouden van informatie.

De misdrijven van de rechter bestuursrecht en de griffier volgen nog.

COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS

Mijn klachten aangaande de verleende kapvergunning waren gericht aan het college van burgemeester en wethouders. Het college had voor het behandelen van klachten de afdeling juridische zaken in het leven geroepen. Het college van burgemeester en wethouders blijft verantwoordelijk voor het handelen van juridische zaken. De hoofdrollen zijn hierbij weggelegd door Ahmed Marcouch (burgemeester), Marco van der Wel (wethouder natuur, milieu en zorg) en Eva van Esch (wethouder natuur, milieu en zorg). Eva van Esch is in februari 2025 wethouder geworden te Arnhem en volgde Marco van der Wel op.

Gemeentewet, artikel 65

  1. De burgemeester legt ten overstaan van de raad in handen van de commissaris van de Koning de volgende eed (verklaring en belofte) af:

“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot burgemeester benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als burgemeester naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!”

(Dat verklaar en beloof ik!”)

Gemeentewet, artikel 69

  1. De raad stelt voor de burgemeester een gedragscode vast.

Gemeentewet, artikel 124

  1. Wanneer de raad, het college of de burgemeester een bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde beslissing niet of niet naar behoren neemt dan wel bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde handeling niet of niet naar behoren verricht, of anderszins een bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderd resultaat niet, niet tijdig of niet naar behoren tot stand brengt, besluiten gedeputeerde staten onderscheidenlijk de commissaris van de Koning als het de burgemeester betreft daarin namens de raad, het college of de burgemeester te voorzien ten laste van de gemeente.

Gemeentewet, artikel 170

  1. De burgemeester ziet toe op:
  2. een tijdige voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, alsmede op een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie zijn betrokken;

{…}

  • een zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften;

Gemeentewet, artikel 180

  1. De burgemeester is aan de raad verantwoording schuldig over het door hem gevoerde bestuur.

Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2

Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.

Algemene wet bestuursrecht, artikel 9:1, lid 2

Een gedraging van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, wordt aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan.

Algemene wet bestuursrecht, artikel 9:12a

Het bestuursorgaan draagt zorg voor registratie van de bij hem ingediende schriftelijke klachten. De geregistreerde klachten worden jaarlijks gepubliceerd.

Algemene wet bestuursrecht, artikel 9:14

  1. Bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan wordt een persoon of commissie belast met de behandeling van en de advisering over klachten.
  2. Het bestuursorgaan kan de persoon of commissie slechts in het algemeen instructies geven.

LIJST van BETROKKEN AMBTENAREN

01 anoniem – Gemeente Arnhem (klachtencoördinator)
02 Debby de Feijter – Gemeente Arnhem (klachtencoördinator)
03 drs. Steve van den Boogaard – ODRA (Team Advies Bouw en Leefomgeving)
04 Aline Bulten – ODRA (Vergunningverlener)
05 drs. Ing. Wolter Ziggers – ODRA (Klachtencoördinator)
06 drs. Annette Prent – ODRA (manager uitvoering)
07 L. Braem – Juridische zaken (administratief medewerker)
08 mr. Marion Kasteel – Juridische zaken (omgevingsrecht)
09 mr. L.M.P. Servais – Juridische zaken (heffingsambtenaar)
10 Petra Meijer – inboeken klacht leges…
11 Gerdie Nansink – Omgevingdienst Regio Arnhem (ODRA secretaresse)
12 C. van Leur – Omgevingdienst Regio Arnhem (ODRA toezichthouder)
13 Marlies Feijen – Juridische zaken (administratief medewerker)
14 Maud Elbers – Juridische zaken (administratief medewerker)
15 mr. N.T.E.V. Eerden-Creemers – Juridische zaken (heffings- en invorderingsambtenaar)
16 mr. M.C. Arnoldus – Algemene Bezwaarschriftencommissie (voorzitter)
17 mr. R. Bouwmeester – Algemene Bezwaarschriftencommissie (lid)
18 mr. J.M.N. Packbier – Algemene Bezwaarschriftencommissie (lid)
19 mr. B.C. Evers – Algemene Bezwaarschriftencommissie (secretaris)
20 Nout Jansen – Gemeente Arnhem (afdeling beheer)
21 mr. C. van de Loosdrecht – Juridische zaken (afdelingshoofd)

BETROKKEN AMBTENAREN bij de RECHTSZAAK:

22 A.A. Hommel – Rechtbank Gelderland (griffier)
23 P. van der Kaaij – Rechtbank Gelderland (griffier)
24 mevr. K. de Goeij – Rechtbank Gelderland (griffier)
25 mr. R.A. Bozdag – Juridische zaken (omgevingsrecht)
26 mevr. J.C.A. Wammes – Rechtbank Gelderland (griffier)
27 mr. I.A.M. van Boezelaer – Guylias – Rechtbank Gelderland (rechter bestuursrecht)

BETROKKEN AMBTENAREN bij de Raad van State:

Op 9 september 2026 vond de rechtszitting bij de Raad van State te Den Haag plaats. Hierover volgt nog informatie, nadat ik de uitspraak heb ontvangen.

Ook is een ambtenaar op 24 september 2026 bij mij aan de deur geweest om te controleren of ik had voldaan aan mijn plicht tot herplant. Je gelooft het niet…

Hierover volgt later meer.

Geef een reactie