Nederland is een dictatuur – deel 12

TWEEDE ZITTING

Half juli 2016 ontving ik een brief van het Tuchtcollege, waarvan u de belangrijkste passages hieronder kunt lezen:

{…}

In bovenstaande zaak bericht ik u.

Bij brief van 20 mei 2016 is het vooronderzoek in deze zaak heropend. Verweerster is verzocht nog stukken over te leggen. Dit is geschied bij brief van 2 juni 2016. Klager heeft hier bij brief van 10 juni 2016 op gereageerd. Voornoemde door verweerster overgelegde stukken roepen vragen op bij het college. De zaak wordt daarom thans weer naar de zitting verwezen en de behandeling van de klacht zal worden hervat, waarbij het onderzoek ter zitting zich zal beperken tot deze vragen.

Voor de volledigheid bericht ik u dat gelet op deze beperking verdere wisseling van stukken niet wordt toegelaten.

Hierbij nodig ik u uit aanwezig te zijn bij de openbare terechtzitting van het college op dinsdag 4 oktober 2016 om 13.30 uur in het Gerechtsgebouw aan de Schuurmanstraat 2 te Zwolle, voor de mondelinge behandeling van de hiervoor vermelde klacht. Voor de behandeling van uw zaak is 30 minuten uitgetrokken.

{…}

De zitting was begonnen. De voorzitter, de heer Cornelissen, benadrukte dat de zitting enkel betrekking had op de aantekeningen van mevrouw Kalteren. Het Tuchtcollege had opgemerkt, dat de tijdens het spreekuur gemaakte aantekeningen zeer beknopt waren vergeleken met de inhoud van de medische kaart. Mevrouw Kalteren verklaarde dit verschil, door te vertellen dat zij altijd ’s avonds de verslagen voor de medische kaarten maakte. Verder kwamen er nog wat onderwerpen aan de orde, zoals de verkeerde datum boven de aantekeningen, onduidelijkheid over de leesbaarheid van de uitdraai van de agenda en de door mevrouw Kalteren gebruikte software (of de afwezigheid van deze software) om haar administratie bij te houden. Eenvoudig gezegd ging de zitting enkel over de vraag op welke manier mevrouw Kalteren haar medisch dossier had aangemaakt, waarbij mevrouw Kalteren uitgebreid de mogelijkheid werd gegeven haar versie van het verhaal te vertellen en toe te lichten.

Gedurende deze tweede zitting kwam mijn versie van het verhaal niet aan de orde. Er kwam dus niet aan de orde, dat mevrouw Kalteren op geen enkele wijze de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten had gevolgd en ook kwam niet aan de orde dat in de aantekeningen stond “hij snapt het” (dat het om een incident ging en dus geen langdurig arbeidsconflict, zodat ik weer naar mijn werk diende te gaan), terwijl ik langer dan een jaar strijd had geleverd met mijn werkgever, die mij met opzet kapot had geprobeerd te maken en ik hierover een uitgebreid dossier had opgebouwd! Bovendien stond in de opdracht aan mevrouw Kalteren, dat de “huidige functie onherstelbaar beschadigd was” en dat “geen andere functie beschikbaar was” bij de werkgever! Daarbij had ik ook nog eens aan de hand van het dossier van mijn huisarts aangetoond, dat het om een langdurig arbeidsconflict ging. Deze essentiële informatie werd geheel genegeerd, terwijl deze informatie de versie van het verhaal van mevrouw Kalteren volledig weerlegde!

Maar nu komt het! De heer Dute trok gedurende de gehele zitting een zeer ontevreden gezicht! Daarbij had hij geen enkele keer het woord genomen om vragen te stellen, terwijl hij de eerste zitting uitgebreid het woord had genomen en aan het woord was geweest. Ook had hij letterlijk en figuurlijk bij de eerste zitting een heel ander gezicht had laten zien! Welk signaal de heer Dute hiermee wilde afgeven, was voor mij nog niet duidelijk, maar dit zou mij later duidelijk worden. In ieder geval werd mijn schriftelijke reactie op geen enkele manier aangehaald, behalve dat werd medegedeeld, dat het niet was toegestaan mijn klachten opnieuw te formuleren of uit te breiden. Ik vond het zeer vreemd dat mijn schriftelijke reactie niet werd behandeld, want de extra ingelaste zitting behoorde immers tot het onderzoek van het Tuchtcollege! Het doel van deze zitting zou moeten zijn om te onderzoeken of mevrouw Kalteren zich wel of niet aan de door haar te volgen regels had gehouden. Het Tuchtcollege kon immers enkel BIG geregistreerde zorgverleners een maatregel opleggen, indien zij zich niet aan de regels hadden gehouden.

TEGENSTRIJDIGHEDEN TUSSEN DE BEWIJSSTUKKEN EN DOCUMENTEN

Het was nu wachten op de beslissing (vonnis) van het Tuchtcollege, dat op 18 november 2016 zou worden uitgesproken. Voordat u over de beslissing van het Tuchtcollege kunt lezen, geef ik hieronder een overzicht van enkele essentiële feiten.

Er zijn twee versies aangaande de werkwijze van mevrouw Kalteren: De versie van mevrouw Kalteren en mijn versie.

Mijn versie was (en is), dat ik door een langdurig arbeidsconflict (langer dan een jaar) ziek en zwaar overspannen was geworden. Mijn incompetente werkgever had bewust dit arbeidsconflict veroorzaakt met het doel mij ziek, overspannen en weerloos te maken. Na mijn ziekmelding werd dan ook mijn ziekmelding niet geaccepteerd en werd mij “aangeboden” mijn arbeidsovereenkomst middels een vaststellingsovereenkomst te beëindigen. Omdat ik dit “aanbod” in eerste instantie weigerde werd ik pas op een later moment doorverwezen naar de bedrijfsarts mevrouw Kalteren. Het spreekuurbezoek bij mevrouw Kalteren had maximaal drie minuten geduurd. Mevrouw Kalteren had geprobeerd mij zo onwetend mogelijk te houden over de te volgen procedures, haar taken als bedrijfsarts en had mij zelfs geen rapportage van het spreekuurbezoek gegeven. (Deze rapportage had ik later bij personeelszaken afgedwongen.) Mevrouw Kalteren had haar aantekeningen en verslag (medische kaart) van het spreekuur in haar medisch dossier opgesteld, nadat zij mijn klaagschrift middels het Tuchtcollege had ontvangen.

De versie van mevrouw Kalteren is, dat er slechts een verstoorde arbeidsrelatie was (kortdurend arbeidsconflict) en dat daarom geen reden was om mij niet geschikt te achten voor mijn eigen werk. Bovendien beweerde zij dat zij zich had gehouden aan de door haar te volgen richtlijnen, zoals STECR. Zij was tot de conclusie gekomen, dat het conflict tussen mijn werkgever en mij opgelost diende te worden en had mij daarom terug aan het werk gestuurd.

De vraag is: Welke partij liegt en welke partij spreekt de waarheid?

Van onderstaande punten zijn de eerste drie in het dossier van mijn huisarts terug te vinden en de andere op het opdrachtformulier van de casemanager. Deze punten bevestigen mijn versie van het verhaal:

  • Het (arbeidsconflict) speelde meer dan een jaar.
  • Ik had aangegeven dat er iets bij mij was geknakt en ik niet meer verder kon werken met die man.
  • Ik vertelde het verhaal rustig, maar spanningen waren bij mij merkbaar aan lippen en wangen.
  • Werknemer had zich op 25 juli 2012 ziek gemeld naar aanleiding van een arbeidsconflict tussen werknemer en leidinggevende.
  • Werkgever had deze ziekmelding niet geaccepteerd en werknemer uitgenodigd voor een gesprek op 20 juli 2012, rekening houdend met enige time out dagen.
  • Besproken was dat huidige functie onherstelbaar beschadigd was en dat geen andere functie beschikbaar was bij de werkgever.
  • Er werd een beëindigingsvoorstel besproken waarvoor werknemer bedenktijd had gekregen.

Onderstaande punten bevestigen de versie van mevrouw Kalteren. De eerste twee punten staan in de rapportage van het spreekuurbezoek en de andere drie zijn terug te vinden in de medische rapportage, die beiden door mevrouw Kalteren waren opgesteld.

  • Reïntegratiedoel: werkhervatting.
  • Benutbare mogelijkheden: Ik acht hem niet arbeidsongeschikt door ziekte. Hij kan werk doen, maar er zal wel met werkgever tot een adequate oplossing gekomen moeten worden.
  • Conclusie: Reactief spanningsbeeld gerelateerd aan de situatie op het werk. [onmacht!] Het vertrouwen lijkt verstoord.
  • Betrokkene maakt geen gespannen indruk, maar is wel “geraakt” als hij over gerichte onderdelen van de werksituatie spreekt.
  • Beperkingen: geen beperkingen die resulteren in enige mate van arbeidsongeschiktheid.

Wanneer bovenstaande punten met elkaar worden vergeleken, dan blijkt dat mijn huisarts wel spanningen bij mij had geconstateerd, terwijl mevrouw Kalteren beweerde dat ik geen gespannen indruk maakte. Mevrouw Kalteren beweerde zelfs in haar aantekeningen, dat ik relaxed overkwam! Bovendien is duidelijk dat ik bij mijn huisarts had aangegeven, dat het arbeidsconflict langer duurde dan een jaar, terwijl mevrouw Kalteren het had over een “reactief spanningsbeeld”, dat zou betekenen dat het om een recent ontstaan conflict zou gaan. Verder had mijn huisarts opgeschreven dat ik had verteld dat er bij mij iets was geknakt en dat ik niet verder kon werken met die man. Dit staat in één lijn met het belangrijkste punt, dat is geschreven door de casemanager in de opdracht aan mevrouw Kalteren, waarin staat dat de huidige functie “onherstelbaar beschadigd is” en “geen andere functie beschikbaar is”! Daarentegen had mevrouw Kalteren het over werkhervatting, omdat volgens haar in mijn geval geen beperkingen waren, die resulteerden in enige mate van arbeidsongeschiktheid, terwijl zij ervan op de hoogte was dat mijn werkgever zich jegens mij misdroeg door mijn ziekmelding in eerste instantie niet te accepteren en mij direct daarop een vaststellingsovereenkomst had “aangeboden”. Ook was zij op de hoogte, dat mijn functie “onherstelbaar beschadigd” was.

Uit bovenstaande informatie blijkt dat zowel mijn huisarts als de casemanager mijn versie van het verhaal bevestigen, waardoor eenvoudig de conclusie kan worden getrokken dat de versie van het verhaal van mevrouw Kalteren niet klopt en vol met tegenstrijdigheden en fouten zit. Tevens blijkt dat mevrouw Kalteren zich totaal niet aan de STECR werkwijzer had gehouden, zodat eenvoudig de conclusie kon worden getrokken dat bij mevrouw Kalteren sprake was van opzet! Hieronder staan zeer beknopt de punten genoemd die mevrouw Kalteren volgens de STECR werkwijzer had moeten uitvoeren, maar niet had uitgevoerd:

  • De voorgeschiedenis van de werknemer én het arbeidsconflict onderzoeken;
  • De kernmerken van het arbeidsconflict geven (conflictsituatie in kaart brengen);
  • Toepassen richtlijn LESA voor overspanning en burnout;
  • Constateren dat sprake is van situatieve arbeidsongeschiktheid;
  • Het toepassen van hoor- en wederhoor;
  • Het vervullen van de rol als procesbegeleider;
  • Evalueren hoe het arbeidsconflict uiteindelijk was opgelost;

Omdat bij mevrouw Kalteren sprake was van kwade opzet, had zij bovenstaande punten totaal niet uitgevoerd. Natuurlijk was mevrouw Kalteren niet geïnteresseerd in het maken van een evaluatie van haar rol als procesbegeleider, waarbij tevens aan de orde had moeten komen hoe het arbeidsconflict uiteindelijk zou zijn opgelost. Haar taak bestond uit het mij zo onwetend mogelijk houden over haar te vervullen rol als bedrijfsarts bij een arbeidsconflict en mij terug aan het werk te sturen, zodat de kans groot zou zijn dat mijn werkgever mij middels afdreiging zo ver kon krijgen dat ik de vaststellingsovereenkomst zou ondertekenen.

DE BESLISSING VAN HET TUCHTCOLLEGE

In de beslissing van 18 november 2016 van het Tuchtcollege werden mijn klachten volledig ongegrond verklaard. Dit betekende dat mevrouw Kalteren was vrijgesproken. Gezien de hierboven aangehaalde tegenstrijdigheden en gebreken in de door mevrouw Kalteren overlegde bewijsstukken en documenten, was het opvallend dat het Tuchtcollege in de beslissing mijn versie van het verhaal op de essentiële punten had gecensureerd en tevens vele belangrijke bewijzen had genegeerd. Hieronder volgen twee citaten uit de beslissing:

“Er zijn geen aanwijzingen dat de medische kaart op een ander tijdstip dan kort na het spreekuurcontact is samengesteld.”

“Het college gaat vervolgens uit van de juistheid van de medische kaart en constateert aan de hand daarvan dat verweerster voldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de situatie van klager.”

Aan de hand van de bewijsstukken zijn in deze reeks artikelen diverse opmerkelijke tegenstrijdigheden aangetoond. Er zijn dus wel degelijk aanwijzingen, dat de medische kaart (en de aantekeningen) op een ander tijdstip zijn samengesteld, dan op de dag van het spreekuurbezoek. De werkelijkheid is, dat de medische kaart door mevrouw Kalteren op ieder tijdstip na het spreekuurbezoek samengesteld kon worden, dus ook na het ontvangen van mijn klaagschrift via het Tuchtcollege. Deze medische kaart en persoonlijke aantekeningen waren niet beschikbaar bij andere partijen, terwijl de spreekuurrapportage en de opdracht aan mevrouw Kalteren dat wel waren. Vervalsen van de spreekuurrapportage en de aantekeningen zou dus relatief weinig risico met zich meebrengen, mits beide documenten inhoudelijk wel goed in elkaar zou zitten en inhoudelijk overeen zouden komen met de door mevrouw Kalteren gewenste versie van het verhaal. Natuurlijk hadden mevrouw Kalteren en personeelszaken geprobeerd te voorkomen, dat ik niet in het bezit zou komen van de spreekuurrapportage. Indien dit was gelukt, dan had mevrouw Kalteren ook de spreekuurrapportage kunnen vervalsen.

Het is u waarschijnlijk ook duidelijk geworden waarom het Tuchtcollege had besloten de originele aantekeningen van mevrouw Kalteren op te vragen en een tweede zitting in te lassen. Deze extra zitting had zogenaamd ten doel om de zaak verder te onderzoeken, maar dat was slechts uiterlijke schijn. U leest het goed! Om deze reden liet de heer Dute dan ook gedurende de zitting een zeer ontevreden gezicht zien, omdat hij wist dat deze extra zitting door het Tuchtcollege met voorbedachte rade zou worden misbruikt om mij in mijn ongelijk te kunnen stellen! Het Tuchtcollege had hierbij blijkbaar met twee zaken onvoldoende rekening gehouden. Ten eerste, dat ik bij het geven van mijn reactie op de aantekeningen van mevrouw Kalteren alsnog de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten versie 5 in mijn bezit had weten te krijgen. Hierdoor had ik alsnog netjes kunnen aantonen op welke punten mevrouw Kalteren in gebreke was gebleken. Ten tweede kreeg ik de beschikking over meer door mevrouw Kalteren opgestelde documenten, die op leugens waren gebaseerd. Niet alleen was mevrouw Kalteren zo dom geweest haar aantekeningen inhoudelijk slecht overeen te laten komen met het verslag op de medische kaart, maar tevens had zij in haar aantekeningen geschreven “komt relaxed over” en “hij snapt het”, terwijl ik had bewezen, dat dit nooit het geval geweest kon zijn.

Dat het Tuchtcollege mijn reactie op de aantekeningen van mevrouw Kalteren tijdens de tweede zitting volledig had genegeerd, is niets anders dan zuivere censuur van mijn versie van het verhaal. Dat het Tuchtcollege vervolgens was uitgegaan van de juistheid van de medische kaart is niets anders dan pure klassenjustitie. Het Tuchtcollege durfde dit in de beslissing te beweren door mijn versie van het verhaal te censureren en eveneens de door mij aangetoonde tegenstrijdigheden in de geleverde bewijzen te negeren. De volledige beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle kunt u hier lezen. Natuurlijk had ik beroep aangetekend tegen de beslissing van het Tuchtcollege.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s