Het arbeidsconflict en de rechten van de loonslaaf – DEEL 2

De arbodienst en de bedrijfsarts

Een bedrijfsarts is een medisch specialist. Dit betekent dat een bedrijfsarts een zes jaar durende opleiding tot basisarts heeft voltooid en daarna met succes een vierjarige vervolgstudie heeft afgesloten om de beschermde titel “bedrijfsarts” te mogen voeren. Wanneer een bedrijfsarts wordt ingeschakeld, dan moet dit via een arbodienst. Bij een arbodienst werken mensen met de benodigde papieren met het doel om werkgevers aangaande de werkomstandigheden van de werknemers op verschillende gebieden te kunnen adviseren. Een groot bedrijf kan zelf een arbodienst opzetten, bijvoorbeeld met of zonder bedrijfsarts in vaste dienst. Er zijn “zelfstandige” bedrijfsartsen die zich laten inhuren door arbodiensten, omdat vele arbodiensten te klein zijn om een bedrijfsarts in vaste dienst te kunnen nemen.

Hierboven staat “zelfstandige” geschreven tussen aanhalingstekens, omdat van zelfstandigheid bij bedrijfsartsen praktisch gezien geen sprake is. Zowel een arbodienst als een bedrijfsarts worden door de werkgever betaald en moeten concurreren met andere arbodiensten en/of bedrijfsartsen. In het geval een groot bedrijf zelf een arbodienst heeft opgezet, dan is meteen duidelijk dat de werkgever deze werknemers en eventueel de in loondienst zijnde bedrijfsarts(en) betaalt.

Omdat van zelfstandigheid bij bedrijfsartsen geen sprake is, zijn vooral sinds het in werking treden van de Wet Verbetering Poortwachter in 2002 in toenemende mate bedrijfsartsen corrupt geworden. De Wet Verbetering Poortwachter hield in, dat de werkgever voor het herstel van de zieke werknemer diende te betalen met het doel deze zo snel mogelijk weer aan het werk te zetten. Voordat de Wet Verbetering Poortwachter van kracht werd, konden werknemers ten gevolge van een arbeidsconflict vele jaren “ziek” thuis komen te zitten. De werkgever was hierdoor van de ongewenst geworden werknemer af en hoefde hiervoor niets te betalen, terwijl de gemeenschap (belasting betaler) hiervoor opdraaide. Ongewenst geworden werknemers wegpesten kostte voor de invoering Wet Verbetering Poortwachter de werkgevers dus geen cent.

Een onder supervisie werkende (arbo) arts

De corruptie bij bedrijfsartsen en arbodiensten gaat hand in hand, temeer daar de arbodienst verantwoordelijk is voor de werkwijze van de bedrijfsarts. Veelal maken abodiensten misbruik van de onwetendheid van de werknemer, nadat deze na een ziekmelding (al dan niet ten gevolge van een arbeidsconflict) door de werkgever via een arbodienst is doorverwezen naar een bedrijfsarts. Wegens een tekort aan bedrijfsartsen (Hoe zou dat toch komen?), worden door arbodiensten steeds vaker basisartsen ingezet, die de taken uitvoeren bestemd voor een bedrijfsarts. Dit is wettelijk niet toegestaan! Frauderende arbodiensten gebruiken in hun correspondentie en adviezen naar aanleiding van een ziekmelding dan ook de aanduidingen “arts” en “arbo arts”. Grotere arbodiensten hebben dikwijls zelf basisartsen in dienst, die zij dikwijls arbo artsen noemen. Deze arbo artsen houden zich bezig met het geven van bijvoorbeeld adviezen voor een gezonde werkomgeving. In dergelijke gevallen hoeft van een ziekmelding geen sprake te zijn.

De fraude kan nog geraffineerder zijn. Arbodiensten kunnen beweren, dat de ingeschakelde arts of arbo arts (in beide gevallen een basisarts) onder supervisie werkt van een bedrijfsarts. Zij willen hiermee de suggestie wekken, dat een onder supervisie werkende (basis)arts volledig de taken van een bedrijfsarts mag uitvoeren. Dit is complete lariekoek en dus fraude!

Een basisarts mag niet zelfstandig en onafhankelijk werkzaamheden verrichten. Om zelfstandig werkzaamheden te mogen verrichten moet een basisarts zich specialiseren. Ook een huisarts is een basisarts die zich heeft gespecialiseerd tot huisarts. Om basisartsen toch te kunnen laten werken (inkomen) en ervaring te kunnen laten opdoen, heeft de wet het mogelijk gemaakt dat een basisarts beperkte werkzaamheden mag uitvoeren onder supervisie van een medisch specialist. Er zijn twee situaties waarin een basisarts mag werken onder supervisie.

In de eerste situatie volgt een basisarts geen opleiding tot specialist. Het gaat dan om een Arts Niet in Opleiding tot Specialist (ANIOS). Het kan zijn dat de betreffende basisarts nog geen plaats heeft verworven in het sterk gereguleerde systeem om zich te kunnen specialiseren. Het kan ook zijn dat de betreffende basisarts niet de behoefte heeft zich verder te specialiseren.

In de tweede situatie heeft de basisarts een plek verworven bij een universiteit om specialist te worden en volgt om die reden een vervolgopleiding om zich te specialiseren. Hierbij wordt praktijkervaring opgedaan in het betreffende specialisme. In dit geval gaat het om een Arts In Opleiding tot Specialist (AIOS).

In bovengenoemde twee situaties werkt de basisarts onder supervisie van een medisch specialist, die erkend is als opleider/opleidingsinrichting. Hierbij is schriftelijk vastgelegd welke taken de basisarts eigenhandig mag uitvoeren. Na verloop van tijd kan door verkregen ervaring het takenpakket van de basisarts worden uitgebreid, maar de medisch specialist, die als supervisor optreedt, blijft altijd verantwoordelijk.

Terug naar de bedrijfsarts, de bedrijfsarts in opleiding en werken onder supervisie. Een specialist in opleiding mag zich voor de patiënten specialist noemen in het betreffende vakgebied. Dit betekent dat een bedrijfsarts in opleiding zich naar de werknemer (en werkgever) mag voordoen als bedrijfsarts, ook al heeft deze basisarts zijn opleiding tot specialist nog niet afgerond. Dit betekent dat door bedrijfsartsen in opleiding op de correspondentie en rapportages de beschermde titel “bedrijfsarts” gevoerd mag worden, terwijl de supervisor (een bedrijfsarts) de eindverantwoordelijke is.

Arbodiensten frauderen regelmatig op zeer geraffineerde wijze door basisartsen, die niet in opleiding zijn tot bedrijfsarts, volledig de taken te laten uitvoeren van een bedrijfsarts. In dergelijke gevallen gebruiken de arbodiensten niet de beschermde titel “bedrijfsarts”, maar de aanduiding “arts” of “arbo arts”. Dit betekent dat bij de correspondentie en onder de spreekuurrapportages niet de titel bedrijfsarts staat genoemd. In een dergelijk geval weet u meteen dat het niet gaat om een bedrijfsarts in opleiding! Zou een basisarts in een dergelijk geval wel de beschermde titel bedrijfsarts voeren, dan was de fraude voor ingewijden meteen duidelijk!

Misschien vraagt u zich af wat het probleem is. Stelt u zich eens voor, dat u een aangeboren hartprobleem blijkt te hebben en u een open hart operatie moet ondergaan. Een dergelijke operatie mag enkel worden uitgevoerd door een vaatchirurg of een cardiothoracaal chirurg, die zich onder meer heeft gespecialiseerd in open hart operaties. Beiden worden in de volksmond een hartchirurg genoemd. Een hartchirurg is ooit als basisarts begonnen en heeft zich daarna middels een zesjarige opleiding (of langer!) gespecialiseerd tot hartchirurg.

Het blijkt dat de aanloop naar de operatie en de operatie zelf door een basisarts wordt uitgevoerd, die onder supervisie werkt van een hartchirurg. Om lastige vragen te voorkomen, wordt de naam van deze supervisor niet genoemd. Hoewel deze hartchirurg een erkend opleider is, leidt deze de basisarts niet op tot hartchirurg, omdat de basisarts geen opleiding volgt tot hartchirurg bij een universiteit. Ook heeft de supervisor niet gekeken of de basisarts de juiste competenties bezit om hartchirurg te worden, want dat is immers de taak van de universiteit die een dergelijk specialisme aanbiedt en maar een beperkt aantal opleidingsplaatsen mag aanbieden. Het ziekenhuis heeft gewoon een basisarts aangenomen, deze onder supervisie geplaatst en nadat de basisarts enkele malen over de schouder van de hartchirurg heeft mogen meekijken tijdens een open hart operatie, heeft het ziekenhuis wegens een tekort aan open hart chirurgen de betreffende basisarts door middel van supervisie gemachtigd zelfstandig open hart operaties uit te voeren. De basisarts voert niet alleen de open hart operatie uit, maar heeft tijdens de operatie ook nog eens de leiding, terwijl de supervisor niet aanwezig is. Wellicht is de supervisor zelf aan het opereren bij een andere patiënt, zit hij op kantoor of ligt hij ergens met zijn maîtresse op een wit strand met palmbomen.

Zou u het toestaan dat een basisarts bij u een open hart operatie zou uitvoeren? Een weldenkend mens zou dit niet accepteren! Helaas is dit precies wat er gebeurt wanneer een onder supervisie werkende basisarts volledig de taak van een bedrijfsarts op zich neemt. Het is niet zo dat deze onder supervisie werkende basisarts slechts ondersteunende werkzaamheden of hand en spandiensten verricht, maar volledig zelfstandig het onderzoek uitvoert, de rapportage schrijft en ondertekent. Als u denkt dat de supervisor de rapportages controleert, dan hebt u het mis! Ook al zou de supervisor de rapportages controleren, dan is dit niet de bedoeling, daar enkel een bedrijfsarts in opleiding uiteindelijk volledig de werkzaamheden zelf mag uitvoeren (onder supervisie). Omdat de naar een bedrijfsarts verwezen werknemer zelf al genoeg problemen heeft, kraait hier geen haan naar! Mocht er wel een haan naar kraaien, dan wordt de klachtenprocedure gefrustreerd, zodat de gedupeerde werknemer vanzelf opgeeft. De gedupeerde werknemer is immers ziek en/of slachtoffer en moet het opnemen tegen witte boorden professionals, die hun eigen wereld in stand proberen te houden.

De taken van een bedrijfsarts bij een arbeidsconflict

De taken van een bedrijfsarts zijn vastgelegd volgens het door de NVAB (Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde) opgestelde document, gedateerd op 1 oktober 2004, met de titel: Beroepsprofiel van de bedrijfsarts.

Het bovenstaande document beslaat exclusief voorblad en inhoudsopgave 11 bladzijden in A4 formaat. Inhoudelijk gezien is het een prachtig document, dat de illusie moet wekken dat de taken van een bedrijfsarts netjes zijn geregeld. Helaas is de praktijk geheel anders, maar daarover later meer, want de website http://www.deloonslaaf.com is niet voor niets in het leven geroepen. Een belangrijk citaat uit “Beroepsprofiel van de bedrijfsarts” is:

Bedrijfsartsen dienen met betrekking tot hun advisering, wanneer in een situatie verschillende belangen spelen, gericht te zijn op bescherming van de gezondheid van de werknemer, voor zover dit geen (ernstige) schade toebrengt aan gezondheid of veiligheid van derden.

In bovenstaand citaat wordt bewust het woord “situatie” gebruikt, omdat de taken van de bedrijfsarts gericht zijn op de “bescherming van de gezondheid van de werknemer”. Dit betekent, dat de bedrijfsarts in alle situaties een taak heeft te vervullen, waarbij het gaat over de gezondheid van een werknemer.

In het eveneens door de NVAB opgestelde document “Standpunt claimbeoordeling”, gedateerd op juni 2005, staan nog twee interessante citaten:

Samenvattend kunnen we zeggen dat de bedrijfsarts op grond van diens medische deskundigheid de rol van probleembeoordelaar heeft, zowel ten aanzien van de medische belastbaarheid van de werknemer als ten aanzien van andere (medische) omstandigheden, die voor een werkgever niet altijd goed te duiden zijn.

Daarnaast is de bedrijfsarts ook ten allen tijde de begeleider van werknemer/patiënt. Als medicus heeft de bedrijfsarts primair tot taak het bewaken, beschermen en bevorderen van de gezondheid van de werknemer.

Gezien de machtspositie van de werkgever in het geval van een arbeidsconflict, zal dit zonder uitzondering zeer nadelig zijn voor de gezondheid van de betrokken werknemer. De bedrijfsarts heeft dus ook bij een arbeidsconflict een functie te vervullen, als dan niet na ziekmelding van de werknemer. In het geval van een arbeidsconflict heeft een bedrijfsarts zich onder meer te houden aan de richtlijn “STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten – versie 6”. Blijkbaar was de NVAB het niet eens met de door STECR opgestelde richtlijn en besloot daarom een eigen richtlijn op te stellen, die in oktober 2018 van kracht had moeten worden. Op 20 december 2018 was deze richtlijn nog niet van kracht. Onderstaand citaat uit de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten maakt duidelijk wanneer er sprake is van een arbeidsconflict:

Twee individuen, een individu en een groep of twee groepen, binnen de grenzen van een arbeidsorganisatie, hebben een arbeidsconflict als tenminste één van de partijen vindt dat de andere partij haar dwarsboomt of ergert. Dit kan betrekking hebben op arbeidsinhoud, arbeidsverhoudingen, arbeidsomstandigheden of arbeidsvoorwaarden.

In de “STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten – versie 4” (een oude versie) staat nog een interessant citaat op bladzijde 7:

De Geschillencommissie Arbodiensten (een onafhankelijke commissie, ingesteld door de Branche Organisatie Arbodiensten) heeft in haar jaarverslag over 2003 aangegeven dat arbodiensten er goed aan doen partijen in een vroeg stadium uit te leggen hoe zij adviseren over arbeidsconflicten en op basis waarvan dat gebeurt. Daarmee kunnen veel misverstanden en klachten worden voorkomen.

Samengevat heeft de bedrijfsarts bij een arbeidsconflict onderstaande zes taken:

  1. Het signaleren en onderkennen van een arbeidsconflict;
  2. De werknemer inlichten volgens welke richtlijnen het arbeidsconflict door de betrokken partijen dient te worden aangepakt en opgelost;
  3. De problematiek van het arbeidsconflict in kaart brengen;
  4. Adviseren hoe het arbeidsconflict opgelost dient te worden. Dit advies dient schriftelijk te worden vastgelegd en aan betrokken partijen te worden verstrekt;
  5. De werknemer begeleiden bij het arbeidsconflict. Dit begeleiden kan door de bedrijfsarts uit handen worden gegeven;
  6. Het bewaken, beschermen en bevorderen van de gezondheid van de werknemer.

Nadat de bedrijfsarts hoor en wederhoor heeft toegepast, zal deze zijn schriftelijk advies aan u (en de werkgever) moeten verstrekken. Veelal wordt dit advies de spreekuur rapportage genoemd. Het kan ook zijn dat u het advies reeds op het spreekuur te horen krijgt. Indien u het niet eens bent met het advies van de bedrijfsarts, dan hebt u het recht op een second opinion van een andere bedrijfsarts, die in dienst is bij een andere arbodienst. Uw werkgever dient er zorg voor te dragen dat dit second opinion wordt uitgevoerd. Omdat het een ziekmelding betreft, is het gebruikelijk dat u in de tussentijd niet aan het werk gaat, totdat de second opinion van een andere bedrijfsarts bekend is. De eerste bedrijfsarts zal dit second opinion meenemen in zijn eerder gegeven advies. Dit kan inderdaad tot vreemde situaties leiden.

Iedere arbodienst is verplicht een klachtenprocedure te hebben voor het geval u een klacht heeft over de werkwijze van de bedrijfsarts. De arbodienst (dat kan ook de betreffende bedrijfsarts zijn) moet u bij het indienen van een klacht van deze klachtenprocedure op de hoogte stellen. De arbodienst moet er zorg voor dragen, dat het ontvangen, onderzoeken, beoordelen en het beslissen over de klacht plaats vindt door niet bij de klacht betrokken personen.

Verder is het goed te weten, dat bij een arbeidsconflict een werknemer wel degelijk als zijnde ziek kan worden beschouwd (bij ziekte geniet de werknemer ontslagbescherming), ook al is van ziekte op het moment van het spreekuurbezoek geen sprake, maar zou werkhervatting schadelijk zijn voor de gezondheid van de werknemer.

Indien u het niet eens bent met de manier waarop de werkgever zorg draagt voor uw re-integratie, dan kunt u een deskundigenoordeel aanvragen bij een UWV verzekeringsarts.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s