Landelijke arbodienst Zorg van de Zaak fraudeert met “bedrijfsartsen” – DEEL 3

Zorg van de Zaak frustreerde de aanvraag van het second opinion van Sander

Dat de bovengenoemde fouten, tekortkomingen en onvolledigheden in de spreekuurrapportage geen menselijke fouten zijn, maar kwade opzet, kunt u niet alleen opmaken uit het verdere verloop van het arbeidsconflict, maar vooral halen uit de manier waarop Zorg van de Zaak klachten van Sander aangaande de werkwijze van de heer Paanakker in behandeling had genomen. Sander diende nu niet alleen te vechten tegen een werkgever, die zich jegens hem misdroeg en een second opinion weigerde, maar ook een arbodienst die willens en wetens wet- en regelgeving aan haar laars lapte en derhalve de klachtenprocedure bij Sander zoveel mogelijk frustreerde. Om het avontuur toch nog leesbaar te maken, zullen hieronder eerst de klachten van Sander aangaande de werkwijze van de heer Paanakker en Zorg van de Zaak worden behandeld.

Voordat wordt beschreven hoe Zorg van de Zaak de klachten van Sander in behandeling had genomen en had moeten nemen, volgt eerst een korte samenvatting van ter zake doende regels en procedures. Onderstaande informatie kan onder meer worden gehaald uit de arbeidsomstandighedewet, artikel 14, lid 2g, artikel 14, lid 2h en het arbeidsomstandighedenbesluit artikel 2.9, lid 1d, artikel 2.14d lid 1t/m6 en artikel 2.14e, lid 1t/m5.

Wanneer een werknemer het niet eens is met het advies van de bedrijfsarts, zoals is vastgelegd in de spreekuurrapportage, dan kan een second opinion worden aangevraagd. Dit second opinion dient uitgevoerd te worden door een andere bedrijfsarts in dienst van een andere arbodienst. Een werknemer kan zowel bij de bedrijfsarts als bij de werkgever aangeven het niet eens te zijn met het advies van de bedrijfsarts. In beide gevallen moet de procedure voor een second opinion door de werkgever in werking worden gezet. De werkgever dient de kosten van dit second opinion te betalen.

Een second opinion is niet hetzelfde als een deskundigenoordeel. Een deskundigenoordeel moet worden aangevraagd bij het UWV en wordt door een verzekeringsarts uitgevoerd. Indien een werkgever daarvoor goede argumenten heeft, mag van het advies van de bedrijfsarts worden afgeweken indien daarmee het herstel en daarmee de reïntegratie van de werknemer wordt bevorderd, door de werknemer bijvoorbeeld meer ruimte te geven. Indien de werknemer en de werkgever het niet eens zijn over het plan van aanpak voor de reïntegratie van de werknemer, dan dient een deskundigenoordeel bij het UWV te worden aangevraagd. Het is niet de taak van een UWV verzekeringsarts om een arbeidsconflict in kaart te brengen, zodat een deskundigenoordeel hierop niet van toepassing is.

Door de werknemer (of werkgever) kan een klacht worden ingediend aangaande de dienstverlening van de bedrijfsarts en/of de arbodienst. Deze klachtenprocedure moet bekend zijn gemaakt bij de werknemer. De klacht dient in behandeling te worden genomen door niet bij de klacht betrokken personen. De arbodienst is verantwoordelijk voor de werkwijze van haar bedrijfsarts en dient de dienstverlening (dus ook van desbetreffende bedrijfsarts) te evalueren.

Op de spreekuurrapportage van de heer Paanakker stond noch informatie vermeld aangaande de klachtenprocedure, noch het aanvragen van een second opinion bij een andere bedrijfsarts. Wel was informatie gegeven over het aanvragen van een deskundigenoordeel bij het UWV.

Overigens is in het geval van een arbeidsconflict het aanvragen van een second opinion de meest logische stap, indien de werknemer het niet eens is met de bedrijfsarts. Een deskundigenoordeel kan door de werknemer worden aangevraagd, wanneer de werknemer reeds in de ziektewet zit en de werkgever het herstel en de reïntegratie van de werknemer moet verzorgen volgens een door het UWV goedgekeurd plan van aanpak. Indien de zieke werknemer het niet eens is met de manier waarop de werkgever te werk gaat, dan kan een deskundigenoordeel uitkomst bieden.

Sander werd door de heer Paanakker niet ziek bevonden, terwijl hij het arbeidsconflict niet in kaart had gebracht. Het aanvragen van een deskundigenoordeel zou onzin zijn, terwijl in de tussentijd Sander wel onder druk kon worden gezet door zijn werkgever. Het mag duidelijk zijn, dat de “dienstverlening” van Zorg van de Zaak niet tot doel had, dat Sander op de hoogte zou worden gebracht over zijn te nemen vervolgstappen, indien hij het niet eens zou zijn met het advies en de werkwijze van de heer Paanakker. Naar aanleiding van de spreekuurrapportage had Sander per e-mail van 15 maart aan Erik Haakmeester (externe HRM) uitgebreid geschreven en uitgelegd, dat hij recht had op een second opinion, maar eerst de zeer gebrekkige spreekuurrapportage met de heer Paanakker wilde bespreken.

Sander had op 19 maart een uitgebreide e-mail met klachten aan de heer Paanakker gestuurd. De klachten hielden onder meer in, dat de heer Paanakker geen bedrijfsarts was, dat de spreekuurrapportage zeer summier was, dat hij zich niet had gehouden aan de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten en dat hij Sander aan zijn lot had overgelaten bij een ernstig arbeidsconflict, zodat de werkgever vervolgde met het onder druk zetten van Sander en geen mediation inschakelde. Deze e-mail zou voor de heer Paanakker voldoende geweest moeten zijn om de klachtenprocedure bij Zorg van de Zaak in gang te zetten en Sander alsnog een second opinion aan te bieden. Wel volgde op 19 maart een telefoongesprek tussen Sander en de heer Paanakker, waaruit bleek dat Sander bij de heer Paanakker geen verhaal kon halen en met een kluitje in het riet werd gestuurd; de heer Paanakker ontkende alles en deed volgens hem immers niets fout! Het gevolg was dat zowel de klachtenprocedure als het second opinion niet door de heer Paanakker in werking werden gezet.

Op 21 maart kreeg Sander thuis onaangekondigd bezoek van een controleur in dienst van Zorg van de Zaak. Hoogstwaarschijnlijk was deze controleur door Hans Feijen ingeschakeld. Naar aanleiding van deze controle stuurde Sander diezelfde dag een e-mail aan Zorg van de Zaak met het verzoek de rapportage van dit bezoek aan Sander op te sturen. Dit verzoek werd tot op heden genegeerd.

Eveneens op 21 maart stuurde Sander aan de heer Paanakker een e-mail met vier vragen, waarbij de derde vraag was of hij een klachtenprocedure had. Omdat de heer Paanakker geen reactie gaf, stuurde Sander op 28 maart een aangetekende brief aan de heer Paanakker. Pas op 6 april ontving Sander een e-mail van Zorg van de Zaak, ondertekend door Zeynep Karadavut, waarin de ontvangst van de brief van Sander werd bevestigd, maar verder inhoudelijk niet op de brief werd ingegaan. Diezelfde dag (6 april) werd Sander door Zeynep Karadavut gebeld, waarbij Sander werd verteld hoe hij een second opinion kon aanvragen! Dit was niet volgens de wet, omdat volgens het arbeidsomstandighedenbesluit artikel 2.14d, lid 1 de werkgever zorg diende te dragen voor een second opinion, waarbij de werknemer enkel hiertoe een verzoek hoefde te doen bij de bedrijfsarts (of de werkgever). Zorg van de Zaak draaide de boel om en legde zodoende de druk neer bij Sander!

Natuurlijk wilde Sander dat een second opinion werd aangevraagd, maar eerst wilde Sander nog altijd antwoord op de vier vragen, die hij in zijn e-mail van 21 maart (ruim twee weken eerder) aan de heer Paanakker had gesteld. Inmiddels had Sander vier extra vragen (totaal acht vragen) aan de heer Paanakker, waaronder hem werd gevraagd of hij de aangetekende brief van 28 maart had ontvangen. Deze vragen met uitgebreide toelichting stuurde Sander per e-mail aan de heer Paanakker op 9 april. Uiteindelijk ontving Sander op 12 april per e-mail antwoord op zijn acht vragen. Een paar opmerkelijke antwoorden waren, dat de heer Paanakker beweerde, dat hij de aangetekende brief en e-mail van 28 maart niet had ontvangen. Bovendien bleek hij op de hoogte te zijn, dat Feijen SP het loon van Sander had opgeschort. Hieruit kon hij dus opmaken, dat Hans Feijen zich jegens Sander misdroeg, maar toch besloot de heer Paanakker geen actie te ondernemen! Dit bevestigt nogmaals, dat Zorg van de Zaak bewust de boel verzaakte, zodat Hans Feijen Sander onder druk kon blijven zetten.

Nu uiteindelijk de vragen van Sander door de heer Paanakker waren beantwoord en het Sander duidelijk was, dat de heer Paanakker van mening was dat hem niets te verwijten viel, vroeg Sander per e-mail van 13 april bij Zorg van de Zaak een second opinion aan, zoals hem dat telefonisch was verteld te doen door Zeynep Karadavut. Sander was doorgegeven, dat dit second opinion zou gaan worden uitgevoerd door de bedrijfsarts T. Zijderveld van ArboNed. Tevens vroeg Sander aan Zorg van de Zaak in een andere e-mail op 13 april nogmaals naar de rapportage van de controleur, die bij Sander thuis op bezoek was geweest.

Op 16 april ontving Sander een e-mail van Zorg van de Zaak, verstuurd door Astrid Verbruggen. Sander werd medegedeeld, dat het niet mogelijk was om via Zorg van de Zaak een second opinion te laten uitvoeren door bedrijfsarts T. Zijderveld van ArboNed. Tot zover niets aan de hand, want volgens het arbeidsomstandighedenbesluit diende de werkgever zorg dragen dat dit second opinion zou kunnen worden uitgevoerd, indien de werknemer hierom bij de bedrijfsarts verzocht. Zorg van de Zaak had deze procedure heel ingewikkeld weten te maken, door aangaande dit second opinion drie verschillende werknemers met Sander te laten communiceren: de heer Paanakker, Zeynep Karadavut en Astrid Verbruggen. Het zou dan ook logisch zijn geweest, dat Astrid Verbruggen vervolgens de gegevens had verstrekt van de bedrijfsarts die wel het second opinion zou gaan uitvoeren. Helaas! Astrid vroeg in de e-mail aan Sander om zijn naam, geboortedatum en de naam van zijn werkgever, indien hij via Zorg van de Zaak een second opinion wilde aanvragen! Wat een kolder! Deze gegevens waren gewoon bekend bij Zorg van de Zaak én natuurlijk wilde Sander een second opinion, want daarnaar had hij in zijn e-mail van 13 april aan Zorg van de Zaak gevraagd! Hoe vaak moest hij nog bedelen om dit second opinion?

Het mag u duidelijk zijn, dat Zorg van de Zaak de procedure en communicatie met opzet had gefrustreerd en vertraagd, zodat Hans Feijen en Erik Haakmeester door konden gaan met het onder druk zetten van Sander. Natuurlijk was het doel Sander voor een zo gering mogelijk bedrag weg te werken. Hoe het wegwerken van Sander synchroon liep met bovenstaand professioneel getreiter en gepruts van Zorg van de Zaak, kunt u in deel 4 lezen.

Een reactie op “Landelijke arbodienst Zorg van de Zaak fraudeert met “bedrijfsartsen” – DEEL 3

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s