Landelijke arbodienst Zorg van de Zaak fraudeert met “bedrijfsartsen” – DEEL 1

Inleiding arbeidsconflict

In deze reeks van vijf artikelen kunt u lezen op welke wijze een arbeidsconflict tussen een tot het proletariaat behorende loonslaaf Sander van Leenen en zijn (voormalige) werkgever Feijen SP te Bemmel was verlopen. Hierbij was een hoofdrol weggelegd voor de arbodienst Zorg van de Zaak. Zorg van de Zaak fraudeert op geraffineerde wijze door basisartsen volledig in te zetten voor de functie van bedrijfsarts, door de constructie “werken onder supervisie van een bedrijfsarts” toe te passen. Zorg van de Zaak wil hiermee de suggestie wekken, dat op een legale manier basisartsen volledig voor de functie van bedrijfsarts kunnen worden ingezet. De fraude wordt nog ernstiger, daar Zorg van de Zaak middels deze constructie een in 2003 uit het BIG-register doorgehaalde bedrijfsarts (B.J.H.M. Paanakker) in dienst heeft en deze basisarts volledig de werkzaamheden van een bedrijfsarts laat uitvoeren, terwijl dit schrappen uit het register destijds de bedoeling had, dat de voormalige bedrijfsarts niet meer zijn functie als bedrijfsarts zou kunnen uitoefenen. Naar blijkt, was dat niet voor niets!

Hieronder kunt u lezen op welke wijze de heer Paanakker en andere medewerkers van Zorg van de Zaak in het geval van Sander de boel bewust belazeren en frustreren. Of zou wellicht sprake zijn van incompetente “professionals”? Het zal u in ieder geval duidelijk worden welke gevolgen dat heeft gehad voor Sander.

Zorg van de Zaak is een landelijke arbodienst en tevens hoofdsponsor van de voetbalclub FC Utrecht. Zorg van de Zaak is een commercieel bedrijf met een jaaromzet van rond de 300 miljoen euro. Dit arbeidsconflict speelde in 2018, zodat men gezien de wet- en regelgeving ervan uit zou mogen gaan dat dit arbeidsconflict door de betrokken partijen op een nette en eerlijke manier zou zijn opgepakt. Helaas bleek dit totaal niet het geval te zijn en werd Sander op misdadige wijze het mes op zijn keel gezet, zodat hij niet anders kon dan ter bescherming van zijn gezondheid middels een vaststellingsovereenkomst voor een luttel bedrag zijn baan op te geven. Een dergelijke oneerlijke strijd in “onze” zogenaamde democratische rechtsstaat, waarbij loonslaven behorend tot het proletariaat op een misdadige manier door werkgevers met behulp van corrupte arbodiensten en bedrijfsartsen van de hand worden gedaan, is niet alleen Sander overkomen, maar is eerder regel dan uitzondering.

Dat Sander op een oneerlijke en zelfs misdadige manier werd behandeld gedurende het arbeidsconflict, had temeer te maken met dat de witte boorden uit ervaring weten dat zij met hun misdragingen wegkomen. De witte boorden durfden hun misdragingen om meerdere redenen te vertonen:

Ten eerste steunen zij elkaar actief in hun misdragingen en houden elkaar de hand boven het hoofd.

Ten tweede was Sander in zijn arbeidsovereenkomst een algemene plicht tot geheimhouding overeengekomen, dat hem zou moeten verhinderen zijn dramatische avontuur aan de grote klok te hangen.

Ten derde zou hij bij niemand steun krijgen in “onze samenleving”, omdat collega’s zich immers niet zouden durven uitspreken uit angst voor hun eigen positie en buitenstaanders niet bij machte waren er iets tegen te doen.

Ten vierde zouden buitenstaanders hem niet willen geloven en wilden zijn relaas vaak niet eens aanhoren. Wanneer mensen hem wel zouden geloven, dan zou men in een waarachtige samenleving verwachten dat zij actie zouden ondernemen om herhaling van dergelijk onrecht te voorkomen. Helaas is van een samenleving geen sprake en steken mensen liever hun kop in het zand. “Wir haben es nicht gewusst” is heden ten dage nog altijd van toepassing.

Ten vijfde is er geen platform waar Sander aandacht voor zijn zaak zou kunnen krijgen. De reguliere media, evenals de gecontroleerde oppositie, zijn immers in handen van de machthebbers. Zij hebben er geen belang bij om dergelijke wantoestanden naar buiten te brengen, maar willen het volk juist in de waan laten, dat het allemaal wel meevalt.

Door de passiviteit en onwetendheid van de massa, kunnen de machthebbers tot op heden ongestoord hun agenda blijven uitvoeren. Het doel van deze agenda is, dat de mensheid stapsgewijs zijn autonomie ontnomen wordt tot het moment dat er geen weg meer terug is. Om dit proces een halt toe te kunnen roepen, is het voor de ontwakende mensen nodig, dat zij begrijpen welke krachten verantwoordelijk zijn voor deze drang naar een wereldwijde centralisatie van macht. Alleen als de ontwakende mensen (deels) begrijpen welke krachten achter deze agenda verborgen gaan, is het mogelijk het spel te gaan doorzien en deze kwaadaardige krachten een halt toe te roepen. Het doel van de website http://www.deloonslaaf.com is u te laten zien dat het systeem tot op het bot verrot is en welke krachten daarvoor verantwoordelijk zijn.

De betrokken partijen bij het arbeidsconflict waren:

  • Sander van Leenen – werknemer;
  • Hans Feijen, directeur van Feijen Sp te Bemmel (www.feijensp.nl) – werkgever;
  • Erik Haakmeester;
  • J.H.M. Paanakker – “bedrijfsarts” in dienst van Zorg van de Zaak te Doetinchem;
  • Gunnar Oudshoorn – advocaat bij Corbeek Frijns Advocaten te Arnhem.

Samengevat kunt u in dit artikel lezen, dat bij het ontstane arbeidsconflict Hans Feijen zich misdroeg als een slecht werkgever jegens Sander, dat de ingehuurde personeelsfunctionaris Erik Haakmeester en de arbodienst Zorg van de Zaak wet- en regelgeving aan hun laars lapten, met als doel Hans Feijen te helpen Sander voor een zo gering mogelijk bedrag weg te werken.

De belangrijkste rol werd hierbij vervuld door de arbodienst “Zorg van de Zaak”, omdat deze organisatie gedurende én zelfs na het arbeidsconflict op drie gebieden wet- en regelgeving aan zijn laars lapte:

  1. Zorg van de Zaak fraudeerde (en fraudeert nog altijd!) door basisartsen volledig voor de functie van bedrijfsartsen in te zetten, door een constructie toe te passen, die hiervoor niet bedoeld is;
  2. De betreffende “bedrijfsarts” (in werkelijkheid basisarts) in dienst bij Zorg van de Zaak zich bij de behandeling van het arbeidsconflict niet aan de procedures hield, waardoor Sander onbeschermd teruggestuurd werd naar een werkgever, die zich jegens hem misdroeg;
  3. Zorg van de Zaak met opzet de klachten van Sander frustreerde, die hij had aangaande hun “dienstverlening”.

Voorgeschiedenis en aanleiding arbeidsconflict
Op 17 oktober 2017 kwamen Sander en Hans Feijen een arbeidsovereenkomst overeen van één jaar. Sander volgde een opleiding tot interieurbouwer en kon bij Feijen SP de benodigde uren praktijkervaring opdoen, die voor het behalen van zijn diploma nodig waren. Hoewel Feijen SP aan standbouw deed, was dit geen probleem en leerde Sander om werkvoorbereider / tekenaar bij Feijen SP te worden, met het doel om daar na het jaarcontract in vaste dienst te treden. Op 2 januari 2018 had Hans Feijen eenzijdig de werktijden van het kantoorpersoneel, afdeling werkvoorbereiding, veranderd, zodat de werktijden van het productie personeel op de werkvloer en de afdeling werkvoorbereiding gelijk zouden zijn. De werktijden wijziging hield in, dat niet meer vijf dagen werd gewerkt van 7:00 uur tot 16:00 uur, maar vier dagen van 7:00 tot 17:30 uur.

De nieuwe werktijden waren voor Sander niet vol te houden, daar hij het vak op meerdere vlakken nog diende te leren. Zo diende hij de wijze van houtbewerking bij de productie te leren en het tekenen op de computer bij werkvoorbereiding. Mensen die ooit van baan zijn veranderd, weten hoe vermoeiend een nieuwe baan in het begin is. Sander was niet alleen een nieuwe baan gestart, maar diende ook nog heel veel specifieke vakkennis op te doen en was daarnaast in de avonduren met een opleiding bezig.

Sander had in meerdere gesprekken bij Hans Feijen aangegeven, dat de gewijzigde werktijden voor hem niet vol te houden waren. Een oplossing werd echter niet gevonden. Bij een gesprek, dat ‘s ochtends op 5 maart plaatsvond, opperde Sander het voorstel dat hij graag fulltime in de productie zou willen werken om het vak te leren, zodat de lange dagen voor hem wel vol te houden waren. Hans Feijen wilde echter voor Sander geen uitzondering maken en gaf bij dit gesprek aan, dat hij niet meer verder wilde met Sander. Hij vroeg Sander een voorstel te doen om uit elkaar te gaan. Vanaf dat moment was dus duidelijk sprake van een verstoorde arbeidsrelatie en Sander ging na het gesprek naar huis.

Het “professioneel” onder druk zetten van Sander
Sander voerde netjes het verzoek van Hans Feijen uit en begon aan het schrijven van een e-mail, waarin hij drie manieren uiteen zou zetten om voor beide partijen op een toelaatbare manier de tijdelijke arbeidsovereenkomst te beëindigen. Echter, voordat Sander zijn e-mail gereed had, ontving hij diezelfde dag van het gesprek (op 5 maart) ’s middags een e-mail van Hans Feijen, waarin hij aangaf toch het voorstel van Sander te accepteren, waarin Sander had aangeboden fulltime in de productie te gaan werken. Voor Sander was echter een onwerkbare situatie ontstaan door de verstoorde arbeidsrelatie. De werkzaamheden hervatten was voor Sander geen optie meer, gezien de wispelturige en uiterst autoritaire manier van leidinggeven van Hans Feijen.

Sander schreef op zijn vrije dag een e-mail aan Hans. In de e-mail gaf hij aan, dat hij niet meer aan het werk kon gaan, vanwege het ontstaan van de voor hem onwerkbare situatie. Het ontstaan van deze situatie had hij uitgebreid toegelicht. Vervolgens had Sander 3 opties gegeven om de arbeidsovereenkomst te beëindigen:

  1. Hans en Sander zouden gezamenlijk op zoek gaan naar een nieuwe werkgever voor Sander;
  2. Sander zou zich vanwege een arbeidsconflict ziek melden. Bij deze ziekmelding zou een bedrijfsarts ingeschakeld moeten worden, die de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten zou moeten toepassen;
  3. Het beëindigen van de arbeidsovereenkomst middels een vaststellingsovereenkomst, waarbij de arbeidsovereenkomst op 1 juli 2018 zou eindigen. (Dit was één maand meer dan de wettelijke opzegtermijn, die bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst zou moeten worden toegepast.)

Blijkbaar werd de kwestie voor Hans Feijen te ingewikkeld en ontving Sander ’s avonds op 8 maart een e-mail van Erik Haakmeester, die door Hans blijkbaar werd ingehuurd voor kwesties aangaande het personeel. Middels deze e-mail bood Erik aan Sander een vaststellingsovereenkomst aan, zonder inhoudelijk op de vervelende situatie in te gaan. Volgens de aangeboden vaststellingsovereenkomst zouden beide partijen uit elkaar gaan, waarbij de wettelijke opzegtermijn zou worden betracht en Sander geen ontslagvergoeding zou krijgen. Bovendien zou hij verplicht enkele vrije dagen moeten opnemen, omdat hij niet op zijn werk was verschenen. In de vaststellingsovereenkomst was vastgelegd, dat de arbeidsrelatie onherstelbaar was beschadigd!

In een e-mail van 12 maart van Sander aan Erik gaf Sander aan dat de vaststellingsovereenkomst niet conform zijn voorstel was. Sander had dan ook als laatste mogelijkheid het tegenvoorstel met de wettelijke opzegtermijn geaccepteerd (met uitzondering van aanspraken op pensioen en vakantiegeld), zij het dat hij wel één maand ontslagvergoeding wilde ontvangen. Hierop ontving Sander van Erik op 12 maart een e-mail waarin werd aangegeven, dat zijn tegenvoorstel niet werd geaccepteerd en dat Sander op 13 maart zijn werkzaamheden diende te hervatten!

U leest het goed! Hans Feijen en Sander konden het niet eens worden over de voorwaarden om uit elkaar te gaan, zoals deze zouden worden vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst, waarbij het verschil om één maandsalaris ging. Deze extra maand zou betaald moeten worden aan Sander, boven de wettelijk te betalen salarisverplichtingen door Feijen SP. Dit was opmerkelijk, daar een ontslagvergoeding gebruikelijk was om de werknemer over te halen de vaststellingsovereenkomst te accepteren. Sander was immers niet verplicht middels een vaststellingsovereenkomst zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen, omdat hij een tijdelijk contract had tot 16 oktober 2018 en dat zou nog zeven maanden geldig zijn. Hans Feijen had de mogelijkheid afgeslagen om gezien de omstandigheden op een nette manier uit elkaar te gaan en koos er dus voor om geld aan derden te spenderen om Sander het leven zuur te maken. Gelooft u het niet? Leest u dan maar even verder…

Vanwege de verstoorde arbeidssituatie kon Sander niet meer aan het werk en meldde zich ’s ochtends vroeg op 13 maart ziek. Dit was overigens de tweede optie volgens de e-mail van Sander, waarin hij Hans de keuze uit drie opties had gegeven om uit elkaar te gaan. Nu zou het traject bedrijfsarts moeten worden ingezet, waarbij de kosten voor de bedrijfsarts door de werkgever zouden moeten worden betaald. Deze kosten bedragen voor één consult rond de €400,-.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s