Het tweede (!) arbeidsconflict – deel 2

In deze reeks artikelen doe ik uitgebreid verslag over hoe ik in 2015 een klacht heb ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle aangaande het handelen van mevrouw Kalteren, die in de functie van bedrijfsarts was ingehuurd door mijn voormalige werkgever. Omdat bepaalde essentiële zaken niet te bewijzen zijn, was het aangaande deze zaken haar woord tegen het mijne. Om niet wegens smaad en laster te worden vervolgd, doe ik dan ook uitgebreid verslag van drie versies aangaande het handelen van mevrouw Kalteren. U krijgt mijn versie te lezen en de versie van mevrouw Kalteren. Aan de hand van deze twee versies en het geleverde bewijsmateriaal (of het ontbreken daarvan) diende het Tuchtcollege een beslissing te maken. De beslissing van het Tuchtcollege is de derde versie van het verhaal. Zowel de zittingen als de beslissingen (uitspraken) van het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg zijn “openbaar”. U kunt dan ook alle essentiële documenten lezen, die door beiden partijen zijn aangedragen gedurende de Tuchtrechtelijke procedure, alsmede de beslissing van het Tuchtcollege.

In september 2015 vond ik dat ik genoeg kracht had gekregen om de strijdbijl op te pakken om mijn voormalige werkgever aan te pakken. Voordat ik hiermee zou beginnen, besloot ik eerst de werkwijze van mevrouw Kalteren bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg aanhangig te maken. Doordat zij mij terug aan het werk had gestuurd, kon ik gezien mijn situatie niet anders dan mijn baan opgeven en de vaststellingsovereenkomst “accepteren”. Juridisch gezien stond heel veel op het spel. Mevrouw Kalteren wilde geen maatregel opgelegd krijgen door het Tuchtcollege. Aangaande mijn situatie, was ik niet alleen mijn baan kwijtgeraakt, terwijl ik zwaar overspannen was en daardoor in een uitzichtloze situatie terecht was gekomen, maar tevens had mijn voormalige werkgever diverse misdrijven jegens mij gepleegd.

Het eerste misdrijf was opzettelijke (psychische) mishandeling. Het gevolg van deze mishandeling was, dat ik zwaar overspannen was geworden.

Het tweede misdrijf was afdreiging. Doordat ik zwaar overspannen was geworden, was ik niet meer weerbaar en daardoor een makkelijk slachtoffer geworden. Afdreiging betekende in mijn geval, dat ik onder zware psychische druk geen andere keuze had dan in te stemmen om mijn arbeidsovereenkomst middels een vaststellingsovereenkomst te beëindigen. De juridische term die hierbij wordt gehanteerd is wilsgebrek.

Om bovenstaande twee misdrijven goed onderbouwd te kunnen bewijzen, diende het Tuchtcollege het met mij eens te zijn, dat mevrouw Kalteren haar werk niet naar behoren had gedaan. Ik kan u vast verklappen, dat het Tuchtcollege mevrouw Kalteren een waarschuwing heeft gegeven. Wat deze waarschuwing betekent en of deze waarschuwing terecht is, zal later aan bod komen.

Gezien mijn negatieve ervaringen met advocaten en de irreële vergoedingen die zij blijkbaar in rekening kunnen brengen, besloot ik zelf de zaak bij het Tuchtcollege aanhangig te maken. Bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg hoeft geen griffierecht te worden betaald en is een advocaat ook niet verplicht. Ik had inmiddels met behulp van het internet ontdekt dat de advocaat, die ik in de laatste fase van mijn arbeidsconflict had geraadpleegd, mij op meerdere vlakken niet correct had voorgelicht.

In de spreekuurrapportage van mevrouw Kalteren stond geschreven dat zij de “STECR werkwijze” had toegepast. Nadat ik de spreekuurrapportage destijds had weten te bemachtigen, had ik op internet gezocht naar informatie over deze STECR Werkwijzer, maar kon hier in 2012 nagenoeg niets over vinden. Wel had ik ontdekt dat deze STECR Werkwijzer ging over arbeidsconflicten en dat ik deze kon bestellen. Hiervoor had ik destijds echter noch de tijd, noch de kracht. Bovendien was het maar de vraag wanneer ik het boekwerk thuis per post zou ontvangen. Daarbij zou ik ook het document moeten gaan bestuderen, terwijl ik in mijn zwaar overspannen toestand daartoe niet in staat was.

Om te onderzoeken of ik mevrouw Kalteren Tuchtrechtelijk zou kunnen vervolgen, besloot ik in september 2015 de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten te bestellen. Helaas bleek dat per oktober 2014 een nieuwe versie 6 was uitgekomen, waarmee versie 5 was komen te vervallen en niet meer werd verkocht. Ik had versie 5 nodig, omdat deze van toepassing was ten tijde van mijn spreekuurbezoek aan mevrouw Kalteren. Overigens vond ik het vreemd dat versie 5 niet meer werd verkocht, daar volgens de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) medische dossiers vijftien jaar dienen te worden bewaard. Daarbij kan een zorgverlener, die is ingeschreven in het BIG register (BIG = Beroepen Individuele Gezondheidszorg) volgens het Tuchtrechtbesluit BIG tot tien jaar na het voorval door het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg worden vervolgd. Het zou dan ook logisch zijn geweest dat STECR ook oude versies van de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten zou blijven aanbieden. Omdat ik de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten niet kon bestellen en ik nog altijd geen bruikbare informatie over de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten op internet had gevonden, besloot ik verder geen aandacht aan de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten te besteden.

Ik besloot toch een tuchtrechtelijke procedure tegen mevrouw Kalteren te beginnen, omdat ik van mening was dat mevrouw Kalteren in haar spreekuurrapportage zonder verdere onderbouwing en/of motivatie conclusies had getrokken. Hoewel het mij niet lukte om aan de hand van een richtlijn of wet aan te tonen, dat mevrouw Kalteren door het achterwege laten van haar motivatie in gebreke was gebleken en daardoor Tuchtrechtelijk kon worden vervolgd, besloot ik de procedure te starten. Ik had zo’n vermoeden dat ik gedurende de procedure meer te weten zou komen, temeer daar mevrouw Kalteren verplicht was op mijn klachten te reageren. Afgezien van de tijd, energie en de kosten voor het versturen van (aangetekende) brieven, had ik dus niets te verliezen.

De procedure zou beginnen met het schriftelijk indienen van mijn klaagschrift, waarin de klacht(en) dienden te worden omschreven en van een motivatie te worden voorzien. Met het indienen van mijn klaagschrift startte het vooronderzoek, dat in de vorm van een schriftelijk debat tussen de klager en verweerder zou worden gevoerd via het secretariaat van het Tuchtcollege. Mevrouw Kalteren was de verweerster en was verplicht op mijn klaagschrift te reageren middels een verweerschrift. Nadat ik het verweerschrift via het secretariaat van het Tuchtcollege zou ontvangen, zou ik de mogelijkheid hebben om hierop te reageren middels een repliek, dat ook schriftelijk diende te worden ingediend. Ik zou ook de keuze hebben niet te reageren op het verweerschrift en het bij mijn klaagschrift te laten. Wanneer ik zou reageren met een repliek, dan zou mevrouw Kalteren hierop schriftelijk mogen reageren middels het dupliek. De volgende stap zou de terechtzitting zijn bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle.

U kunt hier mijn volledige klaagschrift lezen, dat is gedateerd op 6 oktober 2015. In mijn klaagschrift met bijlagen heb ik bepaalde informatie weggelaten, zodat mijn voormalige werkgever niet kan worden herkend. Deze werkgever én betrokken personen zullen in een andere reeks artikelen uitgebreid met naam en toenaam aan de orde komen. Voordat het zover is, wil ik u duidelijk maken, dat deze werkgever zich schandalig jegens mij heeft misdragen en zelfs één of meerdere misdrijven heeft gepleegd.

In mijn klaagschrift van 6 oktober 2015 had ik zowel mijn versie van het arbeidsconflict, als mijn versie van het verloop van het spreekuurbezoek beschreven. Het verloop van het spreekuurbezoek ging volgens mijn versie ongeveer als volgt:

Na binnenkomst nam ik plaats en vroeg mevrouw Kalteren aan mij wat het probleem was. Dat was natuurlijk lastig uit te leggen, want dat was een heel verhaal. Bovendien was ik zwaar overspannen, zodat het lastig was mijn verhaal te houden. Ik begon mijn verhaal en na enkele zinnen onderbrak zij mij en vroeg:

“Als je dit arbeidsconflict niet zou hebben, zou je dan verder niets mankeren en gewoon gezond zijn?”

Ik vond het een rare vraag, maar ik bevestigde dat als ik dit arbeidsconflict niet zou hebben gehad, dat ik dan gewoon gezond zou zijn geweest. Ze vervolgde:

“Goed. Ik zal een rapport opmaken. Maar vertel eens… Waarom ben je niet op zoek gegaan naar een andere baan?”

Ik vond het wederom heel vreemd dat zij deze vraag aan mij stelde. Met de toon waarop zij mij deze vraag stelde en haar gelaatsuitdrukking op haar gezicht, insinueerde zij dat het hele conflict mijn schuld was en ik al lang mijn verantwoording had moeten nemen. Blijkbaar was zij niet geïnteresseerd in mijn gezondheid en vroeg mij daar helemaal niets over. Ik besloot haar toch netjes antwoord op haar vraag te geven:

“Ik ben wel op zoek naar een andere baan, maar een passende baan is niet zo maar gevonden.”

Nadat ik bovenstaand antwoord had gegeven, eindigde mevrouw Kalteren het gesprek. Niet alleen stond ik binnen drie minuten weer buiten haar kantoor, ook had zij mij niet verteld wat haar bevindingen waren. Een spreekuurrapportage (ook terugkoppeling genoemd) heb ik nooit van haar mogen ontvangen.

In mijn klaagschrift had ik zes klachten geformuleerd. Mijn twee belangrijkste klachten waren, dat een onderbouwing ontbrak bij de door mevrouw Kalteren gestelde diagnose en dat zij verwijtbaar een foutieve diagnose had gesteld. In de bijlagen van mijn klaagschrift had ik medische rapportages gevoegd, die door een verzekeringsarts van het UWV waren opgesteld. Uit deze rapportages kon worden opgemaakt, dat ik mij tweeëneenhalve maand na mijn uitdiensttreding op 15 januari 2013 bij het UWV had ziek gemeld. Deze ziekmelding was helaas buiten mijn medeweten om een dag later door het UWV ongedaan gemaakt. Hier kwam ik pas achter op 17 december 2013, zodat ik mij op die dag wederom ziek had gemeld, omdat ik nog altijd zwaar overspannen was. Vervolgens heb ik bijna een jaar in de ziektewet gezeten bij het UWV, dat overigens veel te kort was. De werkwijze en “dienstverlening” van het UWV komt in een ander artikel nog uitvoerig aan bod.

Half november 2015 ontving ik van het Tuchtcollege het verweerschrift van mevrouw Kalteren. Naar mijn mening had zij haar verweerschrift zelf opgesteld en opgestuurd naar het Tuchtcollege. U kunt hier de volledige inhoud van haar verweerschrift lezen, zij het dat ik wederom mijn voormalige werkgever onherkenbaar heb gemaakt. Hieronder heb ik de belangrijkste informatie uit haar verweerschrift uiteengezet:

  • Mevrouw Kalteren beweerde dat zij als zelfstandig bedrijfsarts was aangesloten bij de Bedrijfsartsengroep en dat die op haar beurt weer contacten had met arbodiensten en werkgevers. Hiermee probeerde zij aan te tonen dat zij geen relatie had met mijn werkgever en dat zij haar werkzaamheden volledig objectief, onafhankelijk en zelfstandig uitvoerde.
  • Mevrouw Kalteren had geschreven, dat zij per email de aanvraag van de casemanager had ontvangen voor een spreekuur naar aanleiding van mijn ziekmelding. De casemanager had daarbij een situatieschets gegeven waaruit bleek dat de werkgever de ziekmelding niet had geaccepteerd of in elk geval twijfels had of de ziekmelding terecht was. Mevrouw Kalteren had in de bijlagen van haar verweerschrift het opdrachtformulier van de casemanager geplaatst. De casemanager bleek Tineke Schaap te zijn van De Verzuimoplosser uit Veenendaal.
  • Mevrouw Kalteren had verder geschreven, dat bovenstaande informatie voor haar voldoende was om het spreekuur in de juiste context te plaatsen en dat zij om die reden verder geen overleg had gehad met mijn werkgever.
  • Mevrouw Kalteren beweerde, dat zij mij mijn verhaal had laten doen. Aan de hand van mijn verhaal en de beschikbare informatie, had zij het oordeel geveld, dat dit geen ziekte was en ik dus niet arbeidsongeschikt was.
  • Volgens mevrouw Kalteren was ik niet emotioneel instabiel, hyper in mijn gedrag of agressie tonend, waaruit mevrouw Kalteren oordeelde dat ik nog wel gewoon kon functioneren. Ik had geen emoties buiten de norm.
  • Haar eindconclusie na het spreekuur was, dat hier geen sprake is geweest van arbeidsongeschiktheid door ziekte, maar een heel normale reactie op een abnormale situatie welke tussen werkgever en werknemer speelde en tussen hen opgelost zou moeten worden.
  • Mevrouw Kalteren had de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten versie 5 toegepast.
  • Mevrouw Kalteren had geadviseerd om het conflict te bespreken met mijn werkgever, zo nodig onder leiding van een onafhankelijke derde. Zij had ook mediation als een mogelijkheid benoemd.
  • Mevrouw Kalteren had haar advies bij afsluiting van het spreekuur mondeling aan mij medegedeeld en daarna schriftelijk aan de casemanager en mij doorgegeven. De terugkoppeling van haar spreekuur had zij ook nog mondeling toegelicht aan de casemanager, maar niet aan de werkgever.
  • Mevrouw Kalteren betreurde dat zij geen terugkoppeling had gehad over mijn ontevredenheid.
  • Mevrouw Kalteren had tevens aangegeven, dat zij na ontvangst van mijn klaagschrift had geprobeerd om met mij in contact te komen om alsnog over mijn klacht te spreken. Helaas was ik volgens haar niet bereikbaar en had ik geen contact opgenomen naar aanleiding van haar voicemailbericht.
  • Mevrouw Kalteren had in de bijlagen van haar verweerschrift tevens een kopie van de medische kaart uit het door haar aangemaakte medisch dossier gevoegd. Op deze medische kaart had zij haar bevindingen opgeschreven naar aanleiding van het spreekuurbezoek.

Hierboven heeft u samengevat de versie van mevrouw Kalteren kunnen lezen aangaande het spreekuurbezoek. Mijn versie van het spreekuurbezoek is kort:

  • Het spreekuurbezoek duurde maximaal drie minuten.
  • Ik kreeg niet de kans om mijn verhaal te doen.
  • Aan het einde van het “gesprek” had ik geen enkel advies gekregen van mevrouw Kalteren en had ik niet te horen gekregen of ik wel of niet arbeidsongeschikt was.
  • Ik heb nooit de spreekuurrapportage (ook terugkoppeling genoemd) van haar of via de casemanager mogen ontvangen. (Deze had ik afgedwongen bij personeelszaken.)
  • De door haar gegeven informatie op de medische kaart had ik haar nooit verteld. Deze informatie is overigens te vinden op de medische rapportages die door een UWV verzekeringsarts waren opgesteld. Deze had ik in de bijlagen van mijn klaagschrift gevoegd.

Het verweerschrift van mevrouw Kalteren bevatte interessante informatie, waaronder de opdracht van De Verzuimoplosser aan mevrouw Kalteren voor het uitvoeren van het spreekuurbezoek. Daarbij had mevrouw Kalteren opmerkelijke zaken geschreven, die voor mij het reageren waard waren. Hieronder geef ik de samenvatting van mijn reactie op het verweerschrift van mevrouw Kalteren, dat het repliek wordt genoemd. Mijn volledige repliek kunt u hier vinden, waarbij ik wederom mijn werkgever onherkenbaar heb gemaakt.

  • Nadat mevrouw Kalteren mijn klaagschrift had ontvangen, had zij op mijn voicemail een bericht ingesproken waarin zij onder meer te kennen had gegeven mij het een en ander te willen uitleggen over de werkwijze, de richtlijn STECR, de positie van de bedrijfsarts en de rol van de bedrijfsarts. Hierop had ik in mijn repliek geschreven dat ik haar aanbod vreemd vond, daar zij in haar verweerschrift had geschreven, dat zij altijd streefde naar open en transparante communicatie en altijd duidelijk probeerde uit te leggen wat haar taken als bedrijfsarts waren, zodat volgens haar de werkwijze, STECR en de rol van de bedrijfsarts al aan mij zou moeten zijn uitgelegd tijdens het spreekuurbezoek.
  • Tevens had ik opgemerkt dat ik het vreemd vond dat mevrouw Kalteren beweerde mij te hebben geadviseerd het conflict te bespreken onder leiding van een onafhankelijke derde of mediation in te schakelen, terwijl zij dit niet in de spreekuurrapportage had vermeld.
  • Mevrouw Kalteren had geschreven dat ik “geen emoties buiten de norm” had getoond, welke volgens haar een contra indicatie konden vormen op het beeld dat ik niet arbeidsongeschikt was. Hierop had ik geschreven dat ik het idioot vond dat zogenaamde deskundigen aan de hand van getoonde emoties bij patiënten schijnbaar volgens mevrouw Kalteren konden beoordelen hoe deze zich voelden. Verder had ik haar gevraagd welke norm zij dan had toegepast, omdat ik immers “geen emoties buiten de norm” had getoond.
  • Mevrouw Kalteren had in haar verweerschrift geschreven, dat zij het betreurde dat zij van mij geen terugkoppeling na het spreekuurbezoek had gehad aangaande mijn ontevredenheid over haar handelen. Deze ontevredenheid had ik volgens haar, hetzij bij het UWV of bij haar kenbaar moeten maken. In mijn repliek had ik geschreven dat ik sterk het vermoeden had dat volgens de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten mevrouw Kalteren het juist zelf was, die voor terugkoppeling had moeten zorgen. Zij had immers op haar medische kaart de woorden “terugkoppeling” en “nog een gesprek?” Ik had dan ook in mijn repliek geconcludeerd, dat mevrouw Kalteren de verantwoording op mij probeerde af te schuiven, terwijl juist zij als deskundige volgens de wet de verantwoording voor de situatie toegewezen had gekregen. Door een gebrekkige en onvolledige rapportage te hebben opgesteld van wat er tijdens het spreekuur was afgesproken en aangaande het verdere verloop van de procedure, was het juist mevrouw Kalteren die in gebreke was gebleven.

In mijn repliek haalde ik ook onderstaand citaat aan, dat de kern samenvatte van mijn arbeidsconflict. Dit citaat stond in de opdracht aan mevrouw Kalteren, zoals deze was opgesteld op maandag 6 augustus 2012 door Tineke Schaap van De Verzuimoplosser in opdracht van mijn werkgever:

“Besproken dat huidige werksituatie onherstelbaar beschadigd is en dat er geen andere functie beschikbaar is bij WG. Er wordt een beëindigingsvoorstel besproken waarvoor WN bedenktijd krijgt. WG geeft aan dat volgens de richtlijn STECR de 2 weken bedenktijd/time out as. woensdag voorbij is en dat verlenging van deze periode niet bespreekbaar is. Graag beoordeling of het verzuim ten gevolge is van ziekte en/of gebrek en, mocht dit verzuim niet ten gevolge van ziekte en/of gebrek zijn, WN graag wijzen op de wettelijke verplichtingen in het kader van de richtlijn STECR.”

Uit bovenstaand citaat zijn zeer belangrijke conclusies te trekken. De Verzuimoplosser fungeerde dus als casemanager bij het arbeidsconflict, die de opdracht had aangenomen van mijn werkgever. Mevrouw Kalteren was dus op de hoogte dat zowel mijn gezondheid als mijn baan op het spel stonden en dat haar rol grote gevolgen voor mij zou hebben. In ieder geval stonden in de opdracht aan mevrouw Kalteren genoeg signalen dat ik in een ernstig arbeidsconflict verzeild was geraakt! Volgens bovenstaand citaat zou mijn werkgever ook op de hoogte geweest zijn van de richtlijn STECR. Verder stond geschreven dat “verlenging van deze periode niet bespreekbaar is.” Hieruit valt duidelijk de conclusie te trekken, dat de afdeling personeelszaken alle mogelijke moeite deed mij onder druk te zetten.

Er blijken drie grote fouten in de door De Verzuimoplosser geschreven opdracht aan mevrouw Kalteren te staan:

  • De eerste fout is, dat personeelszaken aan mevrouw Kalteren tevens de opdracht zou hebben gegeven mij te wijzen op de wettelijke verplichtingen in het kader van de richtlijn STECR, in het geval ik niet ziek zou zijn. Deze opdracht blijkt niet conform de richtlijn STECR te zijn, daar ik ook in geval van ziekte op de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten gewezen zou moeten worden, omdat het hier een arbeidsconflict betrof.
  • De tweede fout is, dat in het citaat is geschreven dat volgens de richtlijn STECR de 2 weken bedenktijd/time out “aanstaande woensdag” voorbij zou zijn. Deze woensdag 8 augustus blijkt inderdaad precies twee weken na mijn ziekmelding te zijn van woensdag 25 juli 2012. Deze bedenktijd heeft echter niets met de richtlijn STECR te maken, omdat de afkoelings- of interventieperiode volgens de richtlijn STECR alleen door de bedrijfsarts kan worden gegeven en derhalve pas na het bezoek aan de bedrijfsarts ingaat, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Mijn bezoek aan de bedrijfsarts mevrouw Kalteren moest nog gaan plaatsvinden! De vraag is dan ook welke fout door Tineke Schaap van de Verzuimoplosser was gemaakt. Het antwoord is, dat de werknemer destijds volgens de wet recht op twee weken bedenktijd had, nadat hij het aanbod van de werkgever had ontvangen om middels een vaststellingsovereenkomst zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen.
  • De derde fout is, dat personeelszaken had nagelaten direct na mijn ziekmelding een bedrijfsarts in te schakelen. Mijn werkgever had dit (met opzet) niet gedaan en schakelde de bedrijfsarts pas in, nadat ik na enkele gesprekken vooralsnog weigerde middels de vaststellingsovereenkomst mijn arbeidsovereenkomst te beëindigen.

Mevrouw Kalteren had uit de bovenstaande omschrijving voldoende informatie om te constateren, dat er een ernstig arbeidsconflict was ontstaan, dat door overleg niet meer op te lossen was. Bij dit arbeidsconflict misdroeg mijn werkgever zich jegens mij en hield zich daarbij niet aan de regels met het doel mij onder druk te zetten, zodat ik onder deze druk zou bezwijken en “instemmen” mijn arbeidsovereenkomst middels een vaststellingsovereenkomst voor een luttel bedrag te beëindigen. Dat personeelszaken hierop uit was, had ik eveneens aangetoond door in mijn repliek e-mails van personeelszaken te plaatsen. Een belangrijk citaat uit deze e-mails was:

“Er is een conflict en daar moet in overleg een oplossing voor worden gevonden.

Graag wil jij in overleg met je advocaat over de volgende stappen en eventueel een second opinion aanvragen bij het UWV.

Aangezien er geen sprake van ziekte is, zal het werk weer moeten worden hervat, maar je neemt tot en met volgende week woensdag vakantiedagen op.”

Uit bovenstaand citaat blijkt dat personeelszaken geen intentie had het conflict in overleg op te lossen, maar dat ik continu onder druk werd gezet om de vaststellingsovereenkomst te accepteren. Door deze druk verliep de rest heel snel. Op dinsdag 14 augustus had ik overleg met mijn advocaat, die mij helaas ook niet vertelde over de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten. Op donderdag 16 augustus had ik weer een afspraak met personeelszaken en werd “overeengekomen” middels een vaststellingsovereenkomst per 17 augustus 2012 mijn arbeidsovereenkomst te beëindigen.

  • In mijn repliek had ik verder geschreven, dat mevrouw Kalteren niet alleen ervoor had moeten zorgen dat haar advies volgens de richtlijn STECR aan zowel mijn werkgever als mij schriftelijk kenbaar zou worden gemaakt, maar ook erop had moeten toezien, dat haar advies zou worden opgevolgd.
  • Verder had ik geschreven, dat ik van mening was, dat mevrouw Kalteren mij in eerste instantie ziek had moeten bevinden. Pas wanneer het beter met mij zou gaan, zou het mogelijk geweest zijn om middels mediation in overleg te gaan met mijn werkgever.
  • Omdat ik gedurende de Tuchtrechtelijke procedure meer kennis en inzicht had verkregen, had ik mijn klachten uitgebreid. De belangrijkste nieuwe klacht was, dat mevrouw Kalteren had verzuimd op een correcte wijze de richtlijn STECR toe te passen.

Half januari 2016 ontving ik het dupliek van mevrouw Kalteren via het secretariaat van het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Het volledige dupliek vindt u hier. Samengevat had mevrouw Kalteren in haar dupliek de onderstaande punten geschreven:

  • Mevrouw Kalteren ontkende dat het spreekuurbezoek slechts 3 minuten zou hebben geduurd. Volgens haar agenda had het spreekuur een half uur in beslag genomen.
  • Mevrouw Kalteren ontkende, dat zij niet met mij aan het einde van het spreekuur haar bevindingen met mij had besproken. Tevens beweerde zij dat ik wel de terugkoppeling per email via de casemanager had ontvangen (Tineke Schaap van de Verzuimoplosser).
  • Mevrouw Kalteren beweerde (in tegenstelling tot mijn bewering), dat zij de informatie in haar medisch dossier niet van de rapporten van de UWV arts had kunnen halen, omdat deze rapporten anderhalf jaar na het opstellen van haar medisch dossier waren opgemaakt.
  • Mevrouw Kalteren beweerde na het spreekuur geen contact meer met mij en mijn werkgever te hebben gehad, omdat zij ervan was uitgegaan dat het arbeidsconflict was opgelost. Bovendien was er geen aanleiding voor contact, omdat ik arbeidsgeschikt was en daarom haar taak erop zat.
  • Mevrouw Kalteren was van mening dat zij tijdens het spreekuur mij wel had geïnformeerd over de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten. Ook beweerde zij dat deze werkwijzer geen formele richtlijn was.
  • Mevrouw Kalteren beweerde dat zij mij had geadviseerd met mijn werkgever in overleg te gaan, eventueel met een onafhankelijke derde.
  • Mevrouw Kalteren had geconstateerd dat ik boos was en daardoor geen behoefte meer had aan een gesprek, terwijl zij juist van mening was dat ik de dialoog open had moeten houden om tot een oplossing te komen.

Om te bewijzen dat ik ten tijde van het spreekuurbezoek aan mevrouw Kalteren niet alleen in een arbeidsconflict verzeild was geraakt, maar ook nog eens overspannen was en daardoor te ziek was om te werken, had ik halverwege januari 2016 mijn medisch dossier bij mijn huisarts opgevraagd. Met dit dossier wilde ik het verweer van mevrouw Kalteren weerleggen, dat ik ten tijde van haar spreekuurbezoek niet ziek was en ik pas in een later stadium ziek was geworden. Naar aanleiding van mijn arbeidsconflict en overspanning had ik op 30 juli 2012 mijn huisarts bezocht. Hoewel zij beweerde dat zij niets voor mij kon doen, dat overigens volgens de richtlijnen niet waar was, had zij onderstaande aantekeningen gemaakt naar aanleiding van mijn bezoek:

“WA probl op het werk met directe chef. Speelt al >een jaar. Nu ieets geknakt, kan niet meer met dieman verder werken, heeft zich ziek gemeldVertel t verhaal rustig, maar spanningen zijn merkbaar. Lippen en wanggen

Probleem met werksituatie

Contct bedrijfsarts, geasprek personeelszaken”

Ook op 15 januari 2016 had ik mijn huisarts bezocht en had zij onderstaande aantekeningen in het dossier gezet:

“Werkloos, daardoor o erspannen, (weeggepest bij bedrijf, werktuigbouwkundige. Sollicitatieplicht, edoch kan niet solliciteren want nog teveel in hem. Wil verklaring. Verwezen naar verwijswijzer. Wil niet naar psycholoog, Hij is niet ziek. In het verleden ook niet geholpen.”

Volgens bovenstaande aantekeningen van mijn huisarts zou ik ten gevolge van mijn werkloosheid overspannen zijn. Daarnaast had zij ook geschreven, dat ik weggepest was bij mijn werkgever. Dit is niet logisch. Ik had haar dan ook verteld, dat ik overspannen was geworden, doordat ik op mijn werk was weggepest en daardoor werkloos was geworden. Dat ik niet naar een psycholoog doorverwezen wilde worden, had te maken met een elf jaar durende depressie, die ik in het verleden heb gehad (!). Reeds in de jaren negentig ontdekte ik helaas dat de geestelijke gezondheidszorg mij niet kon helpen om van mijn depressie af te komen en dat ik voorgelogen werd door specialisten, die zo graag een medisch specialist wilden zijn, maar het simpelweg niet waren. Dat ik uiteindelijk voorgoed van mijn depressie wist af te komen, had te maken dat ik de reguliere gezondheidszorg de rug had toegekeerd en zelf op zoek was gegaan naar genezing. Over dit avontuur kut u in een nog te schrijven artikel meer lezen.

Eind januari 2016 ontving ik een brief van het Tuchtcollege waarin werd vermeld dat de behandeling ter terechtzitting was bepaald op vrijdag 13 mei 2016.

Begin februari 2016 had ik een brief gestuurd naar mevrouw Kalteren met de mededeling dat ik haar de mogelijkheid gaf te reageren op een door mij geschreven manuscript, dat ik voornemens was in de openbaarheid te brengen. Dit manuscript ging over mijn avontuur tijdens en na mijn dienstverband bij deze werkgever, die mevrouw Kalteren had ingehuurd voor het spreekuurbezoek. Het avontuur met mijn voormalige werkgever omvatte meer dan alleen een arbeidsconflict en had diverse onverwachte en ongeloofwaardige wendingen, die naar mijn mening een interessant script zouden kunnen zijn voor een serie op televisie. In deze reeks artikelen houd ik het echter bij de rol die mevrouw Kalteren heeft gespeeld. De rest van mijn avontuur wordt in de nabije toekomst ook op deze website gepubliceerd.

Zeer snel kreeg ik bericht terug van een advocaat, die door mevrouw Kalteren was ingehuurd. Deze advocaat bleek de heer Pascal Willems te zijn van WVO Advocaten te Loenen. In zijn brief aan mij had hij twee mededelingen: Ten eerste, dat hij de belangen behartigde van mevrouw Kalteren in de procedure voor het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Uit de tweede mededeling bleek dat mevrouw Kalteren de door mij omschreven rol in het manuscript niet (h)erkende. De heer Willems sommeerde mij dan ook om binnen veertien dagen te reageren op zijn brief, dat ik de naam van mevrouw Kalteren zou verwijderen uit het manuscript. Ik zag (en zie) geen reden waarom de heer Willems mij zou mogen sommeren. Blijkbaar achtte hij zichzelf in een positie om mij te sommeren. Dit werkt bij mij averechts! Ik had dan ook niet op zijn brief gereageerd.

Ik had inmiddels over de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten versie 5 meer essentiële informatie op het internet kunnen vinden. Omdat ik deze nieuwe informatie over STECR en de informatie uit het medisch dossier van mijn huisarts kon gebruiken om mijn klachten verder te onderbouwen, besloot ik het Tuchtcollege deze nieuwe informatie te verstrekken middels een nieuw processtuk, gedateerd op 14 april 2016. Het volledige nieuwe processtuk kunt u hier vinden en hieronder heb ik de belangrijkste punten uiteengezet:

  • De richtlijn adviseerde een interventieperiode van maximaal twee weken in te lassen, waarbij de werknemer werd vrijgesteld van werkzaamheden. Deze periode zou door beide partijen gebruikt moeten worden om tot bezinning te komen en met elkaar te overleggen. De bedrijfsarts kon ook bemiddelende gespreksinterventie of mediation adviseren.
  • Ik had de LESA richtlijn voor overspanning en burnout aangehaald, die ook op bedrijfsartsen van toepassing was. Deze richtlijn adviseerde vragenlijsten toe te passen om de mate van overspanning of burnout te bepalen.
  • Ik benadrukte wederom, dat na mijn ziekmelding het gesprek met personeelszaken nooit had mogen plaatsvinden en dat eerst de bedrijfsarts ingeschakeld had moeten worden.
  • Ook had ik benadrukt dat de opdracht van de Verzuimoplosser vol fouten stond en dat mijn werkgever zich niet aan de richtlijn STECR had gehouden, zodat dit het signaal naar mevrouw Kalteren zou moeten zijn, dat zij extra aandacht aan de zaak had moeten besteden.
  • Ik had wederom benadrukt, dat mevrouw Kalteren volgens de richtlijn STECR hoor en wederhoor had moeten toepassen, terwijl zij zelf had aangegeven dit niet te hebben gedaan.
  • Doordat mevrouw Kalteren geen duidelijk advies had gegeven, diende ik van mijn werkgever weer aan het werk te gaan en werd er niet naar een voor beide partijen acceptabele oplossing gezocht. Ik diende vrije dagen op te nemen, om een advocaat te kunnen raadplegen.
  • Omdat ik niet meer weerbaar was, had ik bij het volgende gesprek met personeelszaken de vaststellingsovereenkomst geaccepteerd.
  • Na het ontvangen van mijn klaagschrift had mevrouw Kalteren een bericht ingesproken op mijn voicemail. Zij had onder meer vermeld, dat zij het jammer vond dat ik het niet had aangegeven, dat ik het aan het einde van het spreekuur niet met haar eens was. Dit was de bevestiging dat zij mij haar advies niet aan het einde van het spreekuur had medegedeeld. Had zij dit wel gedaan, dan had ik haar meteen verteld dat ik het niet met haar eens was geweest. Bovendien had ik mij niet voor niets ziek gemeld.
  • Volgens het verweerschrift van mevrouw Kalteren had ik geen emoties buiten de norm. Ik had in mijn repliek aan haar gevraagd welke norm, maar ik heb hier geen antwoord op gekregen. Het antwoord is, dat zij volgens de LESA richtlijn mij een test had moeten laten maken.
  • Mevrouw Kalteren had in haar verweerschrift geschreven, dat haar advies “geen arbeidsongeschiktheid door ziekte” een vaststelling was en geen diagnose. Ik had dan ook opgemerkt, dat volgens de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) een patiënt recht heeft op een diagnose en dat mevrouw Kalteren daaraan dus niet had voldaan.
  • Ik had mijn klachten jegens mevrouw Kalteren uitgebreid en aangepast.
  • Ik had de medische kaart uit het dossier van mijn huisarts in de bijlage gevoegd om aan te tonen dat ik ten tijde van mijn spreekuurbezoek aan mevrouw Kalteren wel degelijk ziek was.

Eind april kreeg ik via het secretariaat van het Tuchtcollege aanvullende producties van de heer Pascal Willems, de advocaat van mevrouw Kalteren: mijn manuscript en mijn begeleidende brief, die ik aan mevrouw Kalteren had gestuurd. De heer Willems wilde deze documenten behandelen op de openbare terechtzitting.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s